Nieuwe UFR-parameters voor pensioenfondsen worden vanaf 1 januari 2021 stapsgewijs ingevoerd

Persbericht
Datum 28 augustus 2020

De nieuwe UFR-parameters, mede bepalend voor de manier waarop pensioenfondsen hun verplichtingen waarderen, worden vanaf 1 januari 2021 in vier gelijke stappen ingevoerd. Toezichthouder De Nederlandsche Bank heeft dat besloten. Daarnaast zal DNB de rentetermijnstructuur de komende jaren blijven baseren op renteswaps met 6-maands EURIBOR als onderliggende rentebenchmark. Mocht het nodig zijn om in de periode tot een nieuwe Commissie Parameters over te stappen op €ster, dan zal de impact op dekkingsgraden worden geneutraliseerd.

Met de stapsgewijze invoering zullen de nieuwe UFR (Ultimate Forward Rate) parameters begin 2024 volledig zijn ingevoerd. DNB zal de rentetermijnstructuur in de periode tot 1 januari 2024 baseren op een gewogen gemiddelde van de rentetermijnstructuur op basis van de huidige en de nieuwe UFR-parameters, waarbij de gewichten jaarlijks op 1 januari met gelijke stappen aangepast worden. Deze stapsgewijze invoering zorgt ervoor dat het effect van de nieuwe UFR-methode op de dekkingsgraden van pensioenfondsen zich geleidelijk in de tijd materialiseert.

Deze besluitvorming is het vervolg op een advies van de Commissie Parameters van juni vorig jaar. DNB besloot toen al het advies te implementeren, maar dit niet eerder te zullen doen dan op 1 januari 2021. Dat hing samen met de lopende hervorming van de rentebenchmark waarop de rentetermijnstructuur is gebaseerd. Vorig jaar juli is goedkeuring verleend aan het gebruik van een aangepaste EURIBOR benchmark . Thans is gebleken dat de markt voor €ster-renteswaps op dit moment onvoldoende liquide is om de rentetermijnstructuur op te baseren.

Samen met de swaprentes vormt de UFR-methode de zogeheten rentetermijnstructuur. DNB heeft de wettelijke taak om te bepalen met welke rentetermijnstructuur pensioenfondsen moeten rekenen om de waarde van hun pensioenverplichtingen te bepalen.