Speech directeur Hoogduin 'De contantloze winkel: dichtbij en zonder grenzen?'

Speech
Datum 26 mei 2011
Tijd 12:00 uur
Lokatie Retailpoort van Detailhandel Nederland in perscentrum Nieuwspoort, Den Haag
Spreker Prof. dr. L.H. Hoogduin

Met plezier heb ik de uitnodiging aangenomen van Detailhandel Nederland om vandaag de aftrap te mogen geven van Retailpoort 2011. Dit evenement is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een mooie arena waar aanbieders en gebruikers van het retailbetalingsverkeer elkaar treffen. Doel is om met elkaar in discussie gaan over wenselijke maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot het betalingsverkeer. En dat hier in Perscentrum Nieuwspoort, midden in het kloppende hart van de Nederlandse politiek en onder de wakende ogen en oren van de pers.

Ik ben mij er van bewust dat mijn toespraak tevens dient als 'food for thought' voor het panel dat na de andere sprekers met elkaar in debat zal gaan over de contantloze winkel. Een interessant thema waarbij ik u graag deelgenoot laat maken van de visie van De Nederlandsche Bank. Ik doe dit onder de titel 'De contantloze winkel: dichtbij en zonder grenzen?'

Rol DNB in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer

Ik spreek hier als directeur van De Nederlandsche Bank en als voorzitter van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer, kortweg MOB. Het MOB bestaat alweer een kleine tien jaar en is ingesteld door de minister van Financiën. Met een onbevangen en kritische blik wordt in het MOB vanuit de eigen achterban gekeken naar trends en innovaties. Het MOB moet, en gaat ook, met de tijd mee. Waar nodig komt het met voorstellen of afspraken zoals bij de afrondingsregels van contante transacties aan de kassa in 2004, of stelt het grenzen. Denk maar aan de publieke waarschuwing bij overlaydiensten over het niet afgeven van vertrouwelijke persoonsgegevens aan derden. Het MOB is immers het wakend betaaloog voor iedereen.

Een actuele uitdaging is wat marktpartijen vinden van mobiele betaalinitiatieven aan de kassa. Of meer concreet met welke apps een Android toestel toegankelijk kan worden gemaakt voor slechtzienden zodat zij mobiel kunnen betalen. Deze nieuwe technologieën zullen van invloed zijn op het betaalgedrag van consumenten in de winkel. Waar nu de betaalpas domineert, zou in de komende tien jaar de mobiele telefoon kunnen uitgroeien tot het belangrijkste betaalmiddel in de winkel. En heb ik dan nog wel een portemonnee?
 

De principes van het betalingsverkeer

Als voorzitter van het MOB waak ik ervoor dat ontwikkelingen in het betalingsverkeer zo goed mogelijk worden ingegeven door de vier algemene principes van het MOB om te bewaken. Deze sluiten ook nauw aan bij de wettelijke taken van De Nederlandsche Bank en betreffen het bevorderen van:

1.  een betrouwbaar betalingsverkeer
2.  een veilig betalingsverkeer.
3.  een efficiënt betalingsverkeer
4.  een toegankelijk betalingsverkeer

Een goed functionerend geldstelsel en betalingsverkeer zijn essentieel voor de financiële stabiliteit van de economie en voor het functioneren van de samenleving. Dat zult u allemaal met mij eens zijn. Daarom wil ik graag met het oog op de contantloze winkel de vier principes van het betalingsverkeer uitdiepen.

Ad 1. Betalingsverkeer moet betrouwbaar zijn
Het betalingsverkeer moet het simpelweg altijd gewoon doen. Net als water uit de kraan. Continuïteit is waar consumenten en bedrijven van uitgaan en dan mogen er geen haperingen optreden. Dit geldt zowel voor de chartale circulatie als voor de betaalpasketen. Verstoringen leiden tot negatieve aandacht voor het betalingsverkeer. Daarom is ook een soepele uitrol van het op 2 maart gestarte 'nieuwe pinnen' zo belangrijk. Een complexe en grootschalige operatie waar veel marktpartijen bij betrokken zijn. Consumenten wennen, zoals ik heb gemerkt, snel aan het insteken van de betaalpas. Wel belangrijk om na de betaling de pas niet te vergeten. 
 
Ad 2. Betalingsverkeer moet veilig zijn
Veilig omdat een stabiel financieel stelsel afhankelijk is van een niet te manipuleren betalingsverkeer. Wij moeten allemaal in staat zijn probleemloos te kunnen betalen. De maatschappij vertrouwt erop dat dit door de geboden infrastructuur, de kwaliteit en de veiligheid van betaalproducten- en diensten moeiteloos lukt

Ad 3. Betalingsverkeer moet doelmatig zijn
Efficiënt omdat het betalingsverkeer als bloedsomloop van de reële economie zo doelmatig mogelijk dient te worden ingericht. De maatschappij vertrouwt erop dat het betalingsverkeer is ingericht om snel en tegen maatschappelijk zo laag mogelijke kosten, reële transacties af te wikkelen. Het gaat hierbij om de gehele kostenketen van het betalingsverkeer en dus de netto kosten van de centrale bank, banken, andere aanbieders, waardevervoerders en winkeliers

Ad 4. Betalingsverkeer moet toegankelijk zijn
Toegankelijk omdat de fysieke en de digitale toegankelijkheid van het betalingsverkeer, voor zowel consumenten als ondernemers, gewaarborgd moet zijn en blijven. Kwetsbare groepen als ouderen, gehandicapten en mensen zonder bankrekening, mogen erop vertrouwen dat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij en het betalingsverkeer.

De consument kiest hoe hij of zij wil betalen

In onze markteconomie staat contractvrijheid voorop. Het is het de keuze van de consument, om in overleg met de winkelier te bepalen, hoe er wordt betaald aan de kassa. De winkelier beslist welke betaalmiddelen er worden geaccepteerd. Daarbij gaat het aan de toonbank meestal om de keuze tussen contant betalen of betalen met de betaalpas. Het afreken- en betaalproces impliceert een aantal keuzes. Pas de afgelopen jaren is er meer bekend geworden over het gedrag en overwegingen van de betalende consument. De Nederlandsche Bank heeft sinds 2004 verscheidene onderzoeken gedaan onder consumenten en winkeliers naar hoe consumenten betalen en welke factoren hierbij een rol spelen.

Zo blijkt uit het perceptieonderzoek van 2004 dat persoonskenmerken als geslacht, leeftijd, opleiding, inkomen en urbanisatiegraad een rol spelen bij hoe iemand betaalt. Contante betalers gaven aan dat zij de snelheid van contant afrekenen op prijs stellen maar ook dat contant betalen hen helpt hun uitgaven goed bij te houden. Recent onderzoek uit Canada en wat dichter bij huis, Duitsland, bevestigen het belang van budgetbeheer, en dan vooral voor mensen die moeite hebben om rond te komen of die moeite hebben met internetbankieren. Ik ben dan ook blij met de initiatieven voor persoonlijk budgetbeheer die meer en meer bij internetbankieren worden aangeboden.
Ook bleek uit het Nederlandse onderzoek dat mensen de betaalpas duur vonden. Veel winkeliers vroegen hun klanten wat bij te betalen voor het pinnen van lage bedragen. Vervolgens rekenden de meeste consumenten toch maar contant af, hoewel zij liever hadden gepind. Gelukkig zijn nu mede door de afspraken in het MOB vrijwel overal de tariefbordjes verdwenen.

Ook het feit dat niet alle winkeliers betaalpassen accepteerden, remde het gebruik van de betaalpas af. De Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen, kortweg stichting BEB, heeft de afgelopen jaren vele activiteiten ontplooid die bijgedragen hebben aan de toename van het aantal winkels waar consumenten kunnen pinnen en aan het vrijwel uit het straatbeeld verdwijnen van pintoeslagen.

Dan nu aandacht voor het betaalgedrag van kwetsbare groepen. De Bereikbaarheidsmonitor die DNB vorig jaar in MOB-verband heeft gehouden toont de betaalvoorkeuren van kwetsbare groepen in de samenleving. Leeftijd, geslacht en urbanisatiegraad spelen geen noemenswaardige rol meer. Opleiding nog wel, evenals het niet hebben van internet. Van de mensen met een functiebeperking bleken alleen mensen met een zware gezichtsbeperking relatief vaak aan te geven het liefst contant af te rekenen.

Samengevat, er spelen dus vele factoren een rol bij hoe consumenten betalen: hun eigen persoonskenmerken, het gedrag van de winkelier en de voor- en nadelen die verschillende betaalmiddelen hen bieden. Ieder betaalinstrument heeft zijn eigen onderscheidende kenmerken in termen van gebruiksgemak, veiligheid, anonimiteit en kosten. De maatschappelijke kosten worden geminimaliseerd als consumenten zo vaak mogelijk kiezen voor het meest efficiënte betaalmiddel. Voorwaarde is uiteraard dat het gebruiksgemak en de veiligheid niet onderdoen voor de relatief duurdere betaalmiddelen.

Stimuleer betalen met de betaalpas en rem contant betalen af

In 2007 is naar aanleiding van diverse kostenonderzoekingen in het MOB geconcludeerd dat het gebruik van elektronische betaalinstrumenten dient te worden verhoogd ten kosten van minder efficiënte op papier gebaseerde alternatieven. In het kader van het Convenant Betalingsverkeer uit 2005 en de Nadere Overeenkomst hierbij van 2009, hebben banken en retailers vervolgens tal van succesvolle initiatieven ontplooid om betalen met de betaalkaart te stimuleren en betalen met bankbiljetten en munten af te remmen. Veel van deze initiatieven zijn ondergebracht bij de Stichting BEB.

Een van de huidige doelen van de Stichting BEB is om te bevorderen dat er in 2012 2,7 miljard betaalpastransacties zijn. De afgelopen jaren is pinnen al flink toegenomen maar het zal niettemin een buitengewone inspanning vergen van alle marktpartijen om deze doelstelling te halen. In 2010 zijn we in ieder geval al door de grens van 2 miljard betaalpastransacties heen gegaan. Voorts zijn door de stichting BEB in 2009 de mogelijkheden verkend om te komen tot de cashloze supermarkt.

Hoe kijkt De Nederlandsche Bank aan tegen de contantloze winkel?

Overal en altijd contantloos betalen is zeker geen doelstelling van De Nederlandsche Bank, en ook niet van het MOB. Leidend in het betalingsverkeer zijn de vier eerder genoemde principes van De Nederlandsche Bank en het MOB. Kortom betrouwbaarheid (continuïteit), efficiency, veiligheid en toegankelijkheid staan voorop. Vanuit deze principes is het een prima zaak om meer te pinnen en minder contant te betalen aan de toonbank. Het succes hiervan hebben wij de afgelopen jaren al volop gemerkt en is begeleid met campagnes als “Klein bedrag pinnen mag”, de “Jaarlijkse week van het pinnen” en “Pinkampioenen gezocht” van april 2011.

Zowel contant betalen als betalen met de betaalkaart heeft allebei een aantal ijzersterke kwaliteiten waardoor cash nooit uit de samenleving zal verdwijnen. Denk maar aan gebruiksgemak, betrouwbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid. Daarom spreekt mij zeer aan wat in de eerste editie van de Nieuwsbrief 100% pinnen van april 2011 wordt gesteld. Ik citeer de heer Henk van den Broek: “Honderd procent pinnen en nergens meer contant geld? Daar geloof ik zelf niet in. Wel in meer pinnen, meer automaten en alleen pinnen bij een groot deel van de kassa’s of bij sommige ondernemingen in complete vestigingen”. Kortom meer cashless maar zeker niet een cashloze samenleving.

Dit alles vergt een dubbelslag in winkels: meer elektronisch betalen maar ook minder contant betalen. Ook in de chartale keten kan verdere efficiencywinst worden geboekt. Zo is Geldservice Nederland opgericht om bij de geldverwerking nog meer efficiency, in de op zich afnemende chartale keten, te realiseren. Voorlopig vooral aan de kant van de banken maar wie weet straks ook meer in de chartale logistiek van de winkels.

Vanuit deze zienswijze is het streven naar de contantloze winkel een goede zaak. Maar gezien de eerder genoemde vier principes in het betalingsverkeer wel onder randvoorwaarden. Ik wil hiervan nog twee aspecten uitdiepen.

De uitdagingen bij de contantloze winkel

Er zijn al contantloze winkels. Denk aan bedrijfsrestaurants, de winkels van MarQt, onbemande benzinestations en andere winkels e.d. Bij deze zaken kan alleen met de betaalkaart of chipknip worden betaald. De keuzevrijheid voor de consument om te bepalen is hierbij beperkt maar geeft in de praktijk weinig problemen. De status van wettig betaalmiddel van contant geld betekent niet dat contant geld ook altijd moet worden geaccepteerd. Hoge coupures mogen mits helder aangegeven, worden geweigerd. Waar mogelijk kan elektronisch worden betaald. Een aandachtspunt is dat contantloze winkels volledig afhankelijk zijn van het elektronische betalingsverkeer en dus mogen hierin geen verstoringen optreden.

Verder kan de eenwording van de Europese betaalmarkt, de Single Euro Payments Area, met de brede acceptatie van Europese betaalkaarten en de komst van Europese betaalautomaten, volop bijdragen aan het verminderen van contant geld in winkels. Onderzoek van De Nederlandsche Bank van vorig jaar heeft aangetoond dat Nederlandse consumenten nu al de gevolgen van SEPA ervaren en veel meer vertrouwen op hun betaalpas in het buitenland.

Toegankelijkheid van contantloze winkels

Iedereen moet kunnen deelnemen aan het economische leven, dus ook aan het betalingsverkeer.
Betaaldiensten moeten gebruiksvriendelijk en toegankelijk zijn en blijven voor volwassenen, kinderen en alle kwetsbare groepen. Kan iedereen met de nieuwe betaalpraktijken uit de voeten? Waarschijnlijk is het voor u allen in deze zaal gewoonste zaak van de wereld om elektronisch te betalen en ik verwacht dat u zich prima zult redden in een contantloze winkel aan de kassa. Maar de wereld om ons heen is groter dan deze zaal en helaas is niet iedereen jong en gezond of snel gewend aan nieuwe technologie.

De Bereikbaarheidsmonitor 2010 geeft inzicht in betaalgedrag en voorkeur van kwetsbare groepen. Het merendeel van deze groepen wil het liefst betalen met de pinpas gevolgd door contant geld. Bij de groep geen internet bezitters is het gebruik van de pinpas relatief nog lager. Het is belangrijk dat deze groepen worden ontzien of maatwerkoplossingen krijgen aangereikt.

Ook een senior van 92 jaar, een digibeet, of iemand met een functiebeperking moet met een gerust hart in een winkel met contant geld kunnen betalen. En wat te denken van de vader die zijn zoontje van 10 jaar naar de supermarkt stuurt voor een pak spaghetti? Deze jongen mag zeker niet pinnen met de betaalkaart van zijn vader. Dit soort zaken moet allemaal in overleg tussen marktpartijen adequaat worden opgelost. In de meeste gevallen kan souplesse al veel oplossen.

Afsluiting

Nogmaals, overal en door iedereen contantloos betalen, is beslist geen doelstelling van het MOB.  Position papers van de gezamenlijke toonbankinstellingen of dat van de Consumentenbond vinden  efficiency in het betalingsverkeer een goed doel. Het recente Cash Report 2011 van G4S roept op tot dialoog van alle stakeholders om het maatschappelijk meest wenselijke toekomstscenario samen in te vullen. Ik denk dat deze dialoog al volop binnen en buiten het MOB gaande is. Uiteraard hoort hier ook de discussie bij over de contantloze winkel. Helder is dat vergaande veranderingen in gebruik van betaalmiddelen en gedrag, niet zonder afstemming kan met alle belangengroepen in MOB.

Het streven naar maatschappelijke efficiency van het geldverkeer en het bevorderen van het nieuwe pinnen met de betaalkaart is prima en logisch. Marktpartijen kunnen met de vier principes van het betalingsverkeer op verantwoorde wijze zelf sturen in de richting van minder cash in winkels. Op deze manier komt de contantloze winkel zeker dichtbij maar zijn er wel grenzen.