Speech directeur Kellermann 'Het 'vermogen' van pensionfondsen'

Speech
Datum 21 augustus 2012
Tijd 16:30 uur
Lokatie Kurhaus, Den Haag
Spreker Joanne Kellermann

Tijdens het minisymposium 'De toekomst van ons pensioenstelsel' ter gelegenheid van de uitreiking van Het Handboek voor Pensioenfondsen op 21 augustus 2012 sprak directeur Joanne Kellermann over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van pensioenfondsen. Volgens mevr. Kellermann moeten we verder kijken dan alleen de cijfers. Pensioenfondsen beschikken naast een omvangrijk financieel vermogen, ook over het vermogen invloed uit te oefenen op de maatschappij. Beiden liggen in elkaars verlengde en zijn essentieel voor een houdbare toekomst van het stelsel. Ze liggen in elkaars verlengde, omdat maatschappelijke kwesties - zoals klimaatverandering en mensenrechten - het financiële resultaat van fondsen kunnen beïnvloeden. Andersom geldt dit ook. Grote financiële instellingen kunnen invloed uitoefenen op de maatschappij. Als aandeelhouder van duizenden ondernemingen. Maar ook als belegger in overheden, hedgefunds en een grote variëteit aan financiële producten.

Deel 1: Inleiding

Dames en heren, mij is gevraagd de visie van DNB te geven over ‘de toekomst van de pensioensector’. We zijn allemaal net terug van vakantie, dan ziet de wereld er anders uit. De toekomst begint vandaag. Vandaag is natuurlijk ook de toekomst van twintig jaar geleden, de jaren negentig. Toen sprak men nog over mogelijke bestemmingen van de overschotten. Het heeft anders uitgepakt. Nu praten we niet over overschotten, maar over tekorten. Kortom, de toekomst laat zich niet makkelijk voorspellen.
 
Toch is het belangrijk bij de toekomst stil te staan. Dat wil ik vandaag doen aan de hand van drie werken uit de DNB-kunstcollectie. Laten we 20 jaar geleden beginnen, bij de jaren ‘90. De jaren van overschotten. Oftewel het kind met weinig zorgen, dat goed presteert op school en waar de ouders trots op zijn.
Gelukkig heeft Nederland nog steeds één van de best functionerende pensioenstelsels. En de ambitie dat zo te houden. Daarom is het belangrijk dat we continu leren van wat goed en fout gaat. En huidige bedreigingen omzetten in toekomstige kansen.
Daarover wil ik het vandaag graag hebben. Ik ga dus vandaag een keer niet over de discontovoet en ufr praten. Dit is een proces dat nu loopt en waar alle betrokkenen zorgvuldig hun verantwoordelijkheid moeten kunnen nemen. Vandaag wil ik stilstaan bij een kans die de crisis met zich meebrengt.
Als we alleen kijken naar de cijfers, zien we die kans niet.

We moeten daarvoor verder kijken dan de cijfers.
Pensioenfondsen beschikken naast een omvangrijk financieel vermogen, ook over het  vermogen invloed uit te oefenen op de maatschappij. 
Beiden liggen in elkaars verlengde en zijn essentieel voor een houdbare toekomst van het stelsel.
Ze liggen in elkaars verlengde, omdat maatschappelijke kwesties – zoals klimaatverandering en mensenrechten - het financiële resultaat van fondsen kunnen beïnvloeden.
Andersom geldt dit ook.
Grote financiële instellingen kunnen invloed uitoefenen op de maatschappij.
Als aandeelhouder van duizenden ondernemingen. Maar ook als belegger in overheden, hedgefunds en een grote variëteit aan financiële producten.

De dichter Marsman schreef ooit: “denkend aan Holland, zie ik breede rivieren.”
Het Hollandse pensioenvermogen schept een vergelijkbaar beeld.
Door Nederland, of om met Marsman te spreken, door dit “oneindige laagland” stroomt ruim 800 mrd aan pensioengeld.
Dat is ruim 200 mrd meer dan het bruto binnenlands product.
Hiermee is de potentiële invloed van pensioenfondsen een belangrijk gegeven.

Daar ligt een kans.
Want juist nu – in tijden van tekorten en tanend vertrouwen – is het belangrijk dat pensioenfondsen laten zien dat ze maatschappelijk nut hebben.
Niet alleen dekkingsgraden maar ook het vertrouwen in de sector is de afgelopen jaren gedaald. Deze dubbele uitdaging wordt mijn inziens onvoldoende als kans herkend.
Om beide te herstellen zijn niet alleen technische oplossingen nodig. Maar ook oplossingen die breed in de samenleving worden gedragen.
De pensioensector krijgt hiermee het mandaat antwoorden op de crisis te zoeken die zowel economisch als maatschappelijk houdbaar zijn.
En dit is belangrijk voor een duurzaam pensioenstelsel. Hier kom ik later nog op terug.

 

Deel 2: De koppeling tussen financiële en maatschappelijke functie

Laat ik eerst ingaan op de koppeling tussen de financiële en maatschappelijke rol van pensioenfondsen.
Pensioenfondsen beleggen voor miljoenen mensen. Met als belangrijkste doel hen een inkomen te bieden na het werkzame leven.
Fondsen hebben echter ook een maatschappelijke functie. Want “pensioen” speelt voor élke deelnemer een rol vanaf de eerste geslaagde sollicitatie tot de laatste dag op aarde. En pensioen is daarmee een breed maatschappelijk begrip.
Financieel rendement en maatschappelijke verantwoordelijkheden hoeven niet te botsten.
Sterker, het één kan vaak niet zonder het ander.
Neem klimaatverandering.
Het is niet aan de pensioenfondsen om het klimaatprobleem op te lossen.
Tegelijkertijd kan een pensioenfonds dit probleem ook niet negeren.
We willen immers, denkend aan Holland, breede rivieren blijven zien en niet alléén maar water.
Klimaatverandering is een onzekere factor.
En dat brengt risico’s met zich mee.
Onlangs beschreef het Rotman International Journal of Pension Management dat onzekerheid rondom het klimaatprobleem 10% van het totale risico van een pensioenfonds kan gaan uitmaken (Noot 1).
Uit maatschappelijk én financieel oogpunt is het dus verstandig om in het beleggingsbeleid rekening te houden met de gevolgen voor het milieu. Daarnaast bestaan ook beleggingen waar fondsen uit sociaal oogpunt van afzien. U herinnert zich de clusterbommenaffaire. Dergelijke beleggingen zijn schadelijk voor de reputatie van een fonds. En hebben gevolgen voor het vertrouwen in de hele sector.
Als beheerder van pensioengelden voor miljoenen deelnemers hebben fondsen dus een financiële en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Uiteraard onderkennen pensioenfondsen deze verantwoordelijkheid.
De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling onderzoekt jaarlijks hoeveel pensioenfondsen een verantwoord beleid hanteren. Dit betekent dat ze bewust rekening houden met de invloed van hun beleggingsactiviteiten op de maatschappij.
Als ik een blik op de cijfers werp, zie ik dat dit aantal sterk is toegenomen.
 
Eind 2011 voerde 96% van de onderzochte fondsen een MVO beleid. Terwijl dit in 2006 dit slechts 33% was.
Het is belangrijk dat pensioenfondsen deze vooruitgang vasthouden. Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit en reikwijdte van het verantwoord beleid per fonds sterk verschilt. Zo vraagt slechts 10% van de fondsen naar de mening van hun deelnemers bij de invulling van het verantwoord beleid. Terwijl hier nu juist een kans ligt. Ook beslaat het verantwoord beleid bij de meerderheid van de fondsen minder dan drie kwart van de totale beleggingsportefeuille.

Deel 3: Toekomst van de pensioensector: verder kijken dan cijfers

De pensioensector heeft dus duidelijke stappen gezet op het gebied van een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid. De uitdaging is de vooruitgang door te zetten. Ik besef dat dit niet gemakkelijk is in huidige tijden. We zitten immers nog middenin een herstelperiode.
We worden geconfronteerd met lage dekkingsgraden, volatiele rendementen, stijgende levensverwachting en lage rentes.
En onze ogen zijn dan ook vooral gericht op de cijfers.
Toch is het belangrijk dat we verder blijven kijken dan de cijfers.
De maatschappelijke verantwoordelijkheid mag niet worden vergeten.
Zoals ik eerder al aangaf ligt hier zelfs een kans.
Echte hervormingen beginnen bij een grondige zelfevaluatie.
De sector stelt zich nu dezelfde vragen als kersverse deelnemers in hun eerste geslaagde sollicitatiegesprek vaak moeten beantwoorden.
Namelijk: wat zijn je sterke en zwakke kanten. En: waar zie je jezelf over twintig jaar.
Het antwoord hierop is niet compleet wanneer daarin alleen financiële aspecten  aan bod komen.

Het beeld dat past bij het heden, twintig jaar na de jaren negentig, is daarom de zoekende sollicitant: die vragen stelt, structurele keuzes maakt en nadenkt over de toekomst.
De omstandigheden zijn nu zo ingrijpend dat de pensioensector haar maatschappelijke license to operate moet terugwinnen en blijven verdienen.
Daarvoor moet er goed worden geluisterd naar wensen uit samenleving. Dit maakt het onvermijdelijk dat de pensioensector bij haar zelfevaluatie bewust is van haar maatschappelijke rol, en de verantwoordelijkheden die daaraan kleven.
Zo kan de sector antwoorden vinden, die zowel economisch als maatschappelijk houdbaar zijn. Ik hoop van harte dat pensioenfondsen deze kans pakken, en laten zien dat ze ook in zware tijden verder kijken dan de cijfers. 

 

Deel 4: Toekomst, lessen voor DNB

Dit is ook een van de eerste lessen die DNB trekt uit de crisis.
Tot voor kort was het toezicht van DNB vooral gericht op kwantitatieve gegevens.
Omdat die gegevens veelal betrekking hebben op het heden en het verleden, werd onze toekomstblik belemmerd.
Om vooruit te kunnen kijken, moet je reageren op vroege waarschuwingen.
En die zijn lang niet altijd terug te vinden in cijfers.
Sterker nog, tegenvallende of zelfs alarmerende cijfers zijn meestal het gevolg van gemiste alarmbellen.
Daarom leggen we in onze nieuwe toezichtaanpak meer focus op kwalitatieve risico’s.
We letten meer op het gedrag en de cultuur binnen de instellingen.
En we beoordelen ook  het bedrijfsmodel en de strategie.
Zowel gedrag en cultuur, als bedrijfsmodel en strategie dragen de plicht tot een maatschappelijk verantwoord beleid in zich.
Dit komt bijvoorbeeld terug in het zojuist door ons afgeronde onderzoek naar bestuurlijke effectiviteit.
Ik kan nog niet alle uitkomsten van dit onderzoek verklappen, want die brengen we begin september naar buiten.
Maar dit onderzoek verkent welke bestuursstijl pensioenfondsen hanteren. En of gehanteerde stijl de effectiviteit van het bestuur versterkt of belemmert.
Wat bijvoorbeeld opvalt is dat de besluitvorming niet bij alle fondsen een afgebakend proces is.
Terwijl dit wel wenselijk is voor een paritair bestuur waar per definitie veel verschillende belangen spelen.
Een positief voorbeeld uit het onderzoek is wat dat betreft een bestuur van een pensioenfonds dat  de fase van belangenverkenning heel duidelijk scheidt van de fase van besluitvorming. Het bestuur neemt  daarmee eerst de tijd  verschillende belangen uit te spreken, voordat een besluit wordt genomen.
Het doel van de uitkomst van dit onderzoek is vergelijkbaar met het doel van het Handboek voor Pensioenfondsen: Het geeft een referentiekader voor het beoordelen van  gedrag en cultuur van een pensioenfonds . 
Met ons onderzoek krijgen pensioenfondsen bijvoorbeeld antwoord op de vragen: Is onze bestuursstijl effectief? Wat zijn onze goede gewoontes? En wat kunnen we verbeteren?
Maar bovenal geeft het onderzoek veel voorbeelden uit de praktijk van collega bestuurders. Hoe pakken zij het aan? Wat kunnen we van elkaar leren?
Met deze nieuwe aanpak, waarin we meer aandacht geven aan wat wel de ‘zachte’ kant wordt genoemd, hopen wij dat instellingen én DNB eerder in staat zijn om aan de bel te trekken. Nog voordat financiële resultaten de alarmbel doen rinkelen.

Dit brengt mij op het volgende punt.
Want wanneer alarmbellen rinkelen, gebeurt er ook iets.
Een tweede les die we uit de crisis hebben getrokken is dat wij ons indringender en vasthoudender gaan opstellen.
Hiervoor is het nodig dat wij onze toezichtcapaciteit gerichter en effectiever inzetten.
Om onze nieuwe beleid handen en voeten te geven was een cultuurverandering nodig.
Dit had consequenties voor de hele organisatie.
Zo zijn er nieuwe afdelingen gecreëerd, is de werving en selectie van nieuwe medewerkers aangepast, en hebben alle medewerkers intensieve trainingen gevolgd.
Dit jaar wordt het hervormingstraject afgerond. Ons nieuwe beleid wordt echter voortdurend tegen het licht gehouden. Zo kunnen we onze strategie blijven aanscherpen aan de nieuwste ontwikkelingen.

Deel 5. Samenwerking tussen pensioenfondsen

Ik kom terug op de pensioensector. Het pensioenstelsel bevindt zich middenin een hervormingsperiode. En als ik kijk naar de uitdagingen zie ik overeenkomsten met DNB.
Net als DNB – moeten de fondsen zich realiseren dat potentiële risico’s zich niet altijd laten uitdrukken in cijfers. En net als DNB, zal de sector ook indringend en vasthoudend moeten reageren wanneer alarmbellen rinkelen.
Want hun potentiële invloed is groot, zeker wanneer wereldwijd het hele scala van institutionele beleggers wordt meegerekend. De schatting is dat zij ongeveer 80% van alle Europese en Amerikaanse aandelen in handen hebben.[2]
Daarmee reikt hun invloed in potentie ver. Maar met die invloed moeten institutionele beleggers ook iets doen.  Daar is tot voor kort nog wel eens kritiek op geweest.

Ik weet dat het niet altijd haalbaar is om nauw betrokken te zijn bij elke onderneming, hedgefund of overheid waar een fonds in belegt.
Als ik dit handboek opensla en doorblader naar hoofdstuk ‘Beleggingsbeleid’, zie ik een aantal keer het woord ‘spreiding’ of ‘diversificatie’ staan.
Dit maakt dat fondsen kleine posities aanhouden in tientallen, honderden of zelfs duizenden ondernemingen en andere beleggingscategorieën. 
Een individueel fonds heeft hierdoor minder invloed.
Daarbij beschikken fondsen over beperkte capaciteit. En betrokkenheid kost tijd en geld.
Soms is het te kostbaar of simpelweg onhaalbaar bij elke belegging verder te kijken dan de risico-rendementverhouding, daardoor is het verantwoord beleggingsbeleid vaak niet van toepassing is op de gehele beleggingsportefeuille.
Door samen op te trekken, kunnen institutionele beleggers genoemde beperkingen ondervangen.
De gezamenlijke invloed reikt ver wanneer veel partijen vergelijkbare maatschappelijke aspecten in hun beleggingsbeleid uitdragen.
Om de actieve houding van institutionele beleggers verder te stimuleren, moet de beschikbare capaciteit gericht worden ingezet.
Ook dit kan door onderlinge samenwerking. 
Beleggers kunnen elkaar gerichte (stem)instructies geven, elkaar vertegenwoordigen op aandeelhoudersvergaderingen en een blok vormen door aansluiting bij belangengroepen. Dergelijke afspraken kunnen ook worden gemaakt met de externe beheerder.


Cruciaal hierbij is wel dat institutionele beleggers in alle openheid met elkaar samenwerken.
Actief aandeelhouderschap is immers een beladen begrip.
Het beeld bestaat dat aandeelhouders hun gezamenlijke invloed vooral inzetten om  kortetermijnkoerswinsten na te jagen. 
Dit beeld behoeft nuancering.
Want een belangrijke functie van aandeelhouders is juist te waarborgen dat het bestuur en de onderneming op lange termijn optimaal presteren.
Als aandeelhouders kunnen zij hun rechten inzetten om het bestuur te stimuleren een duurzame strategie te hanteren. Een strategie die toekomstbestendig is. En maatschappelijk verantwoord.
Het is daarom belangrijk dat ze open zijn over hun intenties.
Niet alleen om negatieve associaties te voorkomen. Maar ook om duidelijkheid te geven aan de onderneming en de overige aandeelhouders. 

Financieel en sociaal maatschappelijk rendement gaan vaak hand in hand.
Maar de handen moeten wel zichtbaar naar elkaar worden uitgestoken.
Dan hebben fondsen de mogelijkheid  op een verantwoorde wijze bij te dragen aan herstel van de financiële balansen én het maatschappelijk vertrouwen.


Deel 6. Tot slot

Voor samenwerking is kennis van elkaars reilen en zeilen cruciaal.
Dit handboek vormt een mooi platform waarop kennis in openheid wordt gedeeld.
Zojuist benoemde ik dat de sector zich eigenlijk dezelfde vragen stelt als kersverse deelnemers in hun eerste geslaagde sollicitatiegesprek beantwoorden: wat zijn je sterke en zwakke kanten. En waar zie je jezelf over twintig jaar.
Die vraag over de toekomst is een lastige. Twintig jaar geleden, in de jaren negentig, was het bijvoorbeeld moeilijk voorstelbaar dat de sector nu moet bepalen hoe en door wie de tekorten moeten worden gedragen. Nu weet men dat de bomen niet tot in de hemel groeien. Goede tijden kunnen dit besef, en daarmee een gezonde kritische blik, belemmeren.

Ik sluit af met een moderne variant op een schilderij dat de school van Athene verbeeldt, symbool voor wijsheid.
Dit beeld past daarom het beste bij onze toekomst. Na het kind en de sollicitant, is de volgende stap de gepensioneerde. Dit is waar wij het allemaal voor doen. Voor een  pensioenstelsel dat opereert als een wijze, tevreden gepensioneerde. Die met al zijn kennis en levenservaring weloverwogen keuzes maakt en kan vertrouwen op zijn pensioenuitkering.

De best practices, die levenservaring, die per hoofdstuk in Handboek voor Pensioenfondsen in beeld worden gebracht, vormen een belangrijk hulpmiddel bij het vinden van de kritische antwoorden op de noodzakelijke vragen over de toekomst.

Ik sluit daarom af met een groot compliment aan de initiatiefnemers, samenstellers en auteurs van het boek.
 
U hebt een ambitieus project tot een goed einde gebracht, en dit boek zal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de toekomst van ons pensioenstelsel.
Kennis delen is daarbij cruciaal, om niet alleen nieuw financieel kapitaal, maar ook nieuw maatschappelijk kapitaal op te bouwen.
 
 

 


Noot 1: Danyelle Guyatt, Jane Ambachtsheer and Elisabeth Bourqui, Rotman International Journal of Pension Management, Thinking Strategically about Climate Change: Risks and Opportunities
Noot 2: Bron: Oratie Paul Frentrop, Andermans Geld.