Overschot op Nederlandse lopende rekening sterk gegroeid

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 18 maart 2011

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans bedraagt over 2010 EUR 45 miljard. Na een sterke daling van het saldo in 2008 en een stabilisatie in 2009, bevindt het saldo zich weer op het niveau van voor de economische crisis. Ook ten opzichte van het bruto binnenlandse product is het saldo weer toegenomen, van 5 procent in 2009 tot 8 procent in 2010. Dit blijkt uit vandaag gepubliceerde voorlopige cijfers.

Lopende rekening

Het exportsaldo in de Nederlandse betalingsbalans over het jaar 2010 is ten opzichte van 2009 met ruim EUR 6 miljard gestegen en is met een totale waarde van EUR 43 miljard terug op het niveau van 2008. Zowel de onderliggende invoerwaarde als de uitvoerwaarde noteren in 2010 ruim 20 procent hoger dan in het vorige jaar, toen de economische teruggang zijn zwaartepunt beleefde. Onder impulsen van de aantrekkende wereldhandel en de oplopende olieprijzen stegen de waarden van zowel import als export. Doordat de stijging van de totale uitvoerwaarde in 2010 die van de totale invoerwaarde overtreft, is het batig saldo op de goederenrekening fors toegenomen. Ook het positieve saldo op de dienstenrekening neemt in 2010 toe, vooral als gevolg van een positievere reisverkeerbalans. Nederland profiteerde van een sterk toegenomen belangstelling van buitenlandse toeristen.

Het saldo op de inkomensrekening bedraagt in 2010 ruim EUR 5 miljard, een omslag ten opzichte van voorgaande jaren toen het saldo negatief was. Deze omslag wordt vooral gedragen door de verbeterde resultaten van buitenlandse dochtermaatschappijen van Nederlandse ondernemingen. Zij dragen in 2010, naar voorlopige raming, voor EUR 28 miljard bij aan het saldo op de inkomensrekening, een stijging van EUR 11 miljard ten opzichte van 2009. Een groot deel van de totale winst in het buitenland wordt behaald door Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. De dividenduitkeringen van deze multinationals aan buitenlandse beleggers, die het saldo op de inkomensrekening verlagen, zijn in 2010 vrij constant gebleven (ruim EUR 11 miljard).

Directe investeringen

Saldo lopende rekening

De Nederlandse directe investeringen in het buitenland bedragen in 2010 EUR 24 miljard. Dit is een toename van 25 procent ten opzichte van 2009, toen de uitgaande directe investeringen ruim EUR 19 miljard bedroegen. Tegenover deze toename van directe investeringen in het buitenland staat in 2010 een terugtrekking van buitenlandse investeringen in Nederland van EUR 12 miljard.

Evenals in voorgaande jaren hebben transacties in kapitaaldeelnemingen de overhand bij de uitgaande directe investeringen; deze bedragen EUR 28 miljard. De overige directe investeringen in het buitenland – voornamelijk bestaande uit leningen binnen groepsverband – zijn juist afgenomen met EUR 4 miljard, vergelijkbaar met 2009. De negatieve inkomende directe investeringen zijn vrijwel geheel het gevolg van terugbetalingen op concernleningen (EUR 11 miljard). Beide ontwikkelingen, uitbreiding van uitgaande kapitaaldeelnemingen en aflossingen op inkomende leningen binnen groepsverband, vergroten (andere balansmutaties buiten beschouwing latend) de relatieve omvang van eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen, hetgeen een positief effect heeft op de solvabiliteit van Nederlandse ondernemingen en hun buitenlandse groepsmaatschappijen.

Effectenverkeer en financiële derivaten

Het effectenverkeer resulteert in een grote kapitaalinstroom in 2010. Nederlandse beleggers hebben ter waarde van EUR 11 miljard buitenlandse effecten verkocht, tegenover aankopen van EUR 55 miljard een jaar eerder. Een groot deel van de verkopen betreft geldmarktpapier (EUR 6 miljard). Ook de positie in buitenlandse obligaties is verlaagd, met EUR 4 miljard. Nederlandse ingezetenen hebben in het bijzonder schuldpapier van de VS (EUR 17 miljard) en (meest overheids-) schuld van Zuid-Europese landen verkocht (Italië, Griekenland, Spanje en Portugal samen voor EUR 23 miljard). Omgekeerd was schuldpapier uit Duitsland en Frankrijk in trek; hiervan is voor respectievelijk EUR 19 miljard en EUR 12 miljard gekocht.

Buitenlandse beleggers hebben in 2010 voor EUR 34 miljard aan Nederlandse effecten aangekocht. In 2009 betroffen de aankopen EUR 19 miljard. Zowel Nederlandse aandelen (EUR 9 miljard) als lang (EUR 19 miljard) en kort (EUR 6 miljard) schuldpapier waren in 2010 in trek. De aankopen van schuldpapier werden vooral gedreven door de grote uitgifte van nieuw papier door Nederlandse banken. Nederlands overheidspapier is voor het tweede opeenvolgende jaar per saldo afgelost of verkocht door buitenlanders. In 2008 vonden hier nog grote aankopen plaats, na uitgiftes door de overheid om reddingsoperaties van banken te financieren.

Op de markt van financiële derivaten vindt in 2010 een netto-uitstroom van EUR 15 miljard plaats. Die kan grotendeels worden toegeschreven aan betalingen op valutatermijncontracten. Als gevolg van een depreciatie van de euro, bijvoorbeeld met 6 procent ten opzichte van de Amerikaanse dollar, zijn buitenlandse beleggingen in 2010 in waarde gestegen. Met name Nederlandse institutionele beleggers gebruiken dit type derivaten om valutarisico’s op hun beleggingen – als gevolg van een waardestijging van de euro – af te dekken, hetgeen in 2010 tot verliezen op deze contracten leidde.

Overig financieel verkeer

Wijzigingen in buitenlandse tegoeden en leningen van de bankensector leveren, zoals gewoonlijk, in 2010 de grootste bijdrage aan de geldstromen in het overig financieel verkeer. Tijdens de kredietcrisis hebben banken hun grensoverschrijdende posities, onder meer vanwege afgenomen onderling vertrouwen, aanzienlijk verlaagd. In 2010 is echter min of meer sprake van een stabilisatie: een toename van de uitgezette gelden met  EUR 4 miljard en een afname van de opgenomen gelden met EUR 6 miljard (in 2008 en 2009 namen de uitgezette gelden nog met in totaal EUR 167 miljard af en de opgenomen gelden met EUR 220 miljard).

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Tobias Oudejans (tel. 020-5243100, 0652496961), Herman Lutke Schipholt (020-5242712, 0652496900) en Kees Verhagen (020-524 2272, 06211 23 922).