Nederlandse huishoudens zetten spaargeld weer langer vast

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 28 april 2011

In het eerste kwartaal van 2011 hebben Nederlandse huishoudens voor EUR 2,5 miljard aan spaargeld voor langere tijd vast gezet. Het vastzetten van het spaargeld ging voor een groot deel ten koste van het eenvoudig opneembaar spaargeld, waarvan ruim EUR 2 miljard werd opgenomen. Deze switch naar vaststaand spaargeld kan zijn ingegeven door het licht oplopende renteverschil tussen beide spaarvormen.

Bovendien lijken huishoudens sinds november 2010 minder moeite te hebben met het feit dat ze een tijdje niet bij hun geld kunnen. Het gaat hierbij om besparingen van huishoudens bij Nederlandse banken, exclusief de besparingen voor de oude dag onder beheer van pensioenfondsen en levensverzekeraars.

In 2007 en 2008 hadden huishoudens onder invloed van de toen sterk oplopende rente op vaststaand spaargeld ook al veel geld voor langere periodes op deposito geplaatst. Destijds liep dat bedrag zelfs op van ruim EUR 20 miljard naar bijna EUR 100 miljard. Zo ver is het momenteel nog niet, mogelijk is daarvoor het verschil tussen de rente op beide manieren van sparen nog niet groot genoeg. In maart 2011 stond ongeveer EUR 35 miljard aan spaargeld vast.

Grafiek Opname en inleg op spaarrekening door Nederlandse huishoudens

In het eurogebied is geen sprake van een grotere tendens richting het vaststaande spaargeld, maar in de muntunie wordt in het algemeen al meer geld voor langere perioden vastgezet. De huishoudens van het gehele eurogebied hebben gezamenlijk ongeveer EUR 3.500 miljard aan spaargeld waarvan ongeveer de helft voor langere tijd vast staat. De Nederlandse huishoudens hebben EUR 300 miljard aan spaargeld en hiervan staat iets meer dan 10% vast.

Als we kijken naar de afzonderlijke landen dan hebben Belgische en Italiaanse huishoudens procentueel ongeveer net zoveel geld op deposito geplaatst als Nederlandse. De grootste spaarlanden van het eurogebied, Duitsland en Frankrijk, hebben respectievelijk EUR 950 miljard en EUR 800 miljard aan spaargeld waarvan in beide landen ongeveer 35% voor langere tijd vast staat.