Risicoverdeling en ambitieniveau in bestaande pensioencontracten

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 19 augustus 2011

In de maatschappelijke discussie over flexibilisering van pensioencontracten voeren twee aspecten de boventoon: aanpassing van de risicoverdeling tussen deelnemer en pensioenfonds en aanpassing van het ambitieniveau van pensioenfondsen. Uit gegevens van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat in de huidige pensioencontracten 27% van de deelnemers bij ondernemingspensioenfondsen beleggingsrisico’s dragen.    

Bij bedrijfstakpensioenfondsen liggen de risico’s van het al dan niet kunnen financieren van nominale pensioenaanspraken nagenoeg volledig bij het fonds. Verder blijkt dat ruim 90% van het totaal aantal deelnemers onder een voorwaardelijk toeslagbeleid valt, wat inhoudt dat loon- of prijscompensatie afhangt van de financiële positie van het fonds.

Pensioenfondsen rapporteerden in 2010 834 reglementen aan DNB . De risicoverdeling tussen deelnemer en pensioenfonds hangt bij deze reglementen in sterke mate samen met het type overeenkomst. Er bestaan drie soorten overeenkomsten: uitkeringsovereenkomsten, premie-overeenkomsten en combinaties hiervan. Bij uitkeringsovereenkomsten liggen de risico’s voornamelijk bij het fonds. Maar ook deelnemers kunnen enig risico lopen doordat toeslagverlening aan voorwaarden gebonden kan zijn en - in uiterste gevallen- kortingsmaatregelen op pensioenuitkeringen toegepast kunnen worden. Voor premie-overeenkomsten geldt dat in de opbouwfase de risico’s gedragen worden door deelnemers, maar in de uitkeringsfase door het fonds. Bij combinatie-overeenkomsten worden de risico’s in meer of mindere mate gedeeld tussen deelnemer en pensioenfonds. Op dit punt bestaan aanzienlijke verschillen tussen bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen. Bedrijfstakpensioenfondsen kennen hoofdzakelijk uitkeringsovereenkomsten; bij ondernemingspensioenfondsen bouwt circa 27% van de werknemers pensioen op via premie- of combinatie-overeenkomsten (zie grafiek 1).

Deelneemrs naar type pensioenovereenkomst
Het ambitieniveau van pensioenfondsen wordt onder meer bepaald door de inrichting van het toeslagbeleid, de hoogte van het opbouwpercentage en de hoogte van de franchise. Verschillende keuzes op deze drie terreinen leiden tot een hoger of lager ambitieniveau. Aanpassing van het ambitieniveau is enkele jaren geleden gestart, met de omzetting van eindloon- in middelloonregelingen. Bij middelloonregelingen is voorwaardelijke dan wel onvoorwaardelijke toeslagverlening (loon- of prijscompensatie van pensioenen) van belang. Deze was in 2010 bij ruim 90% van alle deelnemers voorwaardelijk. Voor deze deelnemers is het al dan niet indexeren van pensioenen afhankelijk van de financiële positie van het fonds. In een systeem van voorwaardelijke toeslagverlening kan het ambitieniveau van een pensioenfonds worden getemperd.

De hoogte van het opbouwpercentage kan per regeling sterk verschillen. Ruim 4,6 miljoen deelnemers vallen onder een regeling waarbij het opbouwpercentage tussen 2 en 2,25% ligt. Onlangs hebben enkele pensioenfondsen hun opbouwpercentages verlaagd. Hiermee lopen deze pensioenfondsen deels vooruit op nieuwe wetgeving waarin lagere maximale opbouwpercentages worden gehanteerd. Maar ook los daarvan hebben sommige pensioenfondsen het opbouwpercentage, en daarmee hun ambitieniveau, verlaagd. De hoogte van het opbouwpercentage dient wel in samenhang met de hoogte van de franchise, het deel van het salaris waarover geen aanvullend pensioen wordt opgebouwd, bezien te worden. De hoogte van de franchise is vaak gekoppeld aan een vooraf vastgestelde maatstaf, zoals de AOW voor alleenstaanden, voor samenwonenden of aan een vast bedrag. De combinatie die het vaakst voorkomt is die waarbij de franchise tussen €12.000 en €14.000 ligt en het opbouwpercentage 2% of meer bedraagt (zie grafiek 2).

Aantal reglementen naar franchise en opbouwpercentage
Naarmate de franchise hoger en het opbouwpercentage lager is, ligt het ambitieniveau van het fonds ook lager. Er wordt immers over een kleiner bedrag met een lager percentage pensioen opgebouwd. Uit grafiek 2 blijkt tevens dat bij hogere franchises het aandeel regelingen met een laag opbouwpercentage daadwerkelijk toeneemt.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Kees Verhagen (tel. 020-524 2272, 06-211 23 922).