Beleggingsinstellingen lijden fors verlies op hun beleggingen

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 21 november 2011

In het derde kwartaal van 2011 is het fondsvermogen van de Nederlandse beleggingsinstellingen met 0,3% k-o-k (EUR 1,3 miljard) afgenomen tot EUR 466,8 miljard. Het is de eerste afname van het fondsvermogen sinds het tweede kwartaal van 2010. Het aantal beleggingsinstellingen nam in het derde kwartaal van 2011 met 3 af tot 1440.

Totaalrendement Nederlandse beleggingsinstellingen
Beleggingsinstellingen rapporteerden een negatief totaalrendement van 4,9% k-o-k in het derde kwartaal van 2011. Dit is het grootste verlies op de beleggingsportefeuille sinds de start van de beleggingsinstellingenstatistiek in het vierde kwartaal van 2008. Aandelenmarkten stonden in het derde kwartaal van 2011 onder neerwaartse druk als gevolg van de wereldwijd tegenvallende economische groei en de Europese schuldencrisis. Op de aandelenbeleggingen werd dan ook een koersverlies geleden van 13,6% k-o-k in het derde kwartaal van 2011. In dezelfde periode daalde de MSCI World index (gemeten in euro’s) met 10,4% k-o-k en de AEX met 17,5% k-o-k. Op de beleggingen in obligaties werd een koerswinst behaald van 1,0% k-o-k. De koerswinst op staatsobligaties bedroeg 2,3% k-o-k. De gedaalde kapitaalmarktrente in de VS, Duitsland en Frankrijk als gevolg van het verslechterde economische sentiment ligt hier aan ten grondslag. De beleggingsinstellingen rapporteerden een bescheiden koersverlies van 0,3% k-o-k op hun beleggingen in bedrijfsobligaties.

Hedgefondsen lieten een positief totaalrendement zien van 5,8% k-o-k in het derde kwartaal van 2011, ondanks de daling van de benchmark (Dow Jones Credit Suisse Hedge Fund Index) met 4,8% k-o-k. De appreciatie van de Amerikaanse dollar vis-à-vis de euro met 6,6% k-o-k speelde hierbij een belangrijke rol, aangezien een groot deel van de beleggingen van Nederlandse hedgefondsen zich buiten het eurogebied bevinden.

De netto-inleg in de beleggingsinstellingen bedroeg EUR 23,1 miljard. Dit bedrag is opwaarts vertekend door onder meer zogeheten overhevelingen waarbij institutionele beleggers direct aangehouden beleggingen overhevelden naar beleggingsinstellingen. Gecorrigeerd hiervoor resteerde een netto-inleg van EUR 7,5 miljard die met name van institutionele beleggers afkomstig was. Aandelenfondsen rapporteerden (na correctie voor overhevelingen) een netto-inleg van EUR 7,2 miljard. Vastgoedfondsen (EUR +1,1 miljard), overige fondsen (EUR +1,3 miljard) en hedgefondsen (EUR +0,4 miljard) lieten een kleinere netto-instroom zien. Beleggers onttrokken voor EUR 2,5 miljard aan de obligatiefondsen.


Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Herman Lutke Schipholt (020-524 2712, 06-524 96 900) en Kees Verhagen (tel. 020-524 2272, 06-211 23 922).