Overschot Nederlandse lopende rekening blijft op hoog niveau

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 19 december 2011

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans is in het derde kwartaal van 2011 uitgekomen op ruim EUR 10 miljard (7 procent van het BBP). Dit betekent een daling van het overschot ten opzichte van het eerste en tweede kwartaal van 2011, maar het saldo ligt nog steeds EUR 1,5 miljard hoger dan in het overeenkomstige kwartaal van 2010. Dit blijkt uit betalingsbalanscijfers die de Nederlandsche Bank vandaag op haar website heeft geplaatst.

Het eerste en tweede kwartaal van 2011 lieten toenames van het saldo op de lopende rekening zien van EUR 3 miljard respectievelijk EUR 5 miljard ten opzichte van dezelfde kwartalen een jaar eerder. Bij een saldo in het laatste kwartaal van 2011 gelijk aan dat in het laatste kwartaal van 2010, zal het overschot over heel 2011 aanzienlijk hoger uitkomen dan in de voorgaande drie jaren en niet ver verwijderd blijven van het recordniveau in 2006 (grafiek). De stijgingen in 2010 en de eerste 9 maanden van 2011 weerspiegelen voor ongeveer een derde deel hogere overschotten op de handelsbalans; het gevolg van een iets sterkere stijging van de waarde van de uitvoer dan van de invoer. Het grootste deel van de stijgingen van het saldo komt echter voor rekening van sterk gestegen ontvangen inkomens op de inkomensrekening. Dit heeft te maken met de winstgevendheid van buitenlandse deelnemingen van Nederlandse multinationals, die sinds het einde van 2009 een stijgende lijn laat zien.

 Saldo Nederlandse lopende rekening

Uit de financiële rekening van de betalingsbalans blijkt dat in het derde kwartaal per saldo weer buitenlandse directe investeringen in Nederland hebben plaatsgevonden, weliswaar voor een beperkt bedrag (EUR 0,5 miljard). Hieraan waren drie kwartalen met negatieve buitenlandse investeringen voorafgegaan. Aan de andere kant hebben Nederlandse ondernemingen hun directe investeringen in het buitenland in het derde kwartaal met EUR 2 miljard uitgebreid. Deze investeringen sloegen neer in landen buiten het eurogebied. De directe investeringen in eurolanden liepen met ruim EUR 1 miljard terug, terwijl landen buiten het eurogebied juist voor bijna EUR 3 miljard uit Nederland ontvingen. Sinds 2007 wint het aandeel van landen buiten het eurogebied in de Nederlandse directe-investeringsposities voorzichtig aan terrein. Relatief lijkt de verschuiving van ongeveer 54 procent per eind-2007 tot ruim 60 procent per ultimo september 2011 beperkt (grafiek), maar in absolute termen vertegenwoordigt een dergelijke verschuiving een waarde van bijna EUR 45 miljard.

Geografische verdeling Nederlandse directe investeringen (posities) in het buitenland

Binnen het effectenverkeer vonden in het derde kwartaal van 2011 relatief hoge netto verkopen plaats van Nederlandse effecten door buitenlandse beleggers, in totaal voor EUR 19 miljard. Vooral staatsobligaties (EUR 11 miljard) werden door buitenlandse beleggers van de hand gedaan. Dit was voor een deel het gevolg van aflossingen; voor het overige deel namen binnenlandse institutionele beleggers de obligaties over. Andersom schaften Nederlandse beleggers voor EUR 3 miljard buitenlandse effecten aan, het saldo van aankopen van schuldpapier ter waarde van EUR 11 miljard en verkopen van aandelen van EUR 8 miljard. Net als in voorgaande kwartalen was schuldpapier uit Oostenrijk, Finland en Duitsland het meest in trek. Daar tegenover stonden netto verkopen van schuldpapier uit vooral Italië, Frankrijk en (in mindere mate) Spanje. In het geval van Frankrijk betekent dit een omslag ten opzichte van eerdere kwartalen.