Beleggingsinstellingen profiteren van gestegen aandelenkoersen

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 16 februari 2012

Het fondsvermogen van de Nederlandse beleggingsinstellingen steeg met 1,7% k-o-k (EUR 7,7 miljard) tot EUR 474,0 miljard in het vierde kwartaal van 2011. Dit is het hoogste niveau sinds de start van de beleggingsinstellingenstatistiek in het vierde kwartaal van 2008.

Vooral het koersrendement op aandelen droeg positief bij aan de toename van het fondsvermogen. In het derde kwartaal van 2011 daalde het fondsvermogen nog met 0,3% k-o-k door een koersverlies op aandelen. Het aantal beleggingsinstellingen nam in het vierde kwartaal van 2011 toe met 12 tot 1468.

Totaalrendement Nederlandse beleggingsinstellingen (in % k-o-k)

In het vierde kwartaal van 2011 werd op de beleggingsportefeuille een positief totaalrendement behaald van 4,7% k-o-k. De koerswinst op de aandelenbeleggingen bedroeg 10,1% k-o-k, terwijl de MSCI World index (benchmark, gemeten in euro’s) met 10,7% k-o-k steeg. Het positieve sentiment op de aandelenmarkt was het gevolg van de marktverwachting dat het economisch herstel in de VS doorzet. Binnen de diverse aandelenregio’s waren er grote verschillen inzake het koersrendement. Noord-Amerika-fondsen behaalden het hoogste totaalrendement (15,5% k-o-k) in de categorie aandelenfondsen.

Dit was het resultaat van gestegen Amerikaanse aandelenkoersen (de S&P 500 steeg met 11,2% k-o-k) en de appreciatie van de Amerikaanse dollar vis-à-vis de euro (4,2% k-o-k). Azië-fondsen presteerden relatief het slechtst (+3,6% k-o-k totaalrendement), vanwege de matige resultaten van Aziatische aandelen in het laatste kwartaal van 2011. Op de beleggingen in staatsobligaties - die overwegend uit staatsobligaties van eurolanden bestaan - werd een koersverlies geleden van 0,9% k-o-k. Dit is in lijn met de daling van de iBoxx Euro Sovereign index (een benchmark) met 1,4% k-o-k. Op de portefeuille van bedrijfsobligaties werd een koerswinst behaald van 1,8% k-o-k. 

Beleggingsinstellingen rapporteerden een netto-uitstroom van EUR 17,7 miljard in het laatste kwartaal van 2011. Dit is de eerste netto-uitstroom sinds het vierde kwartaal van 2010. De forse netto-uitstroom werd onder andere veroorzaakt door de omwisseling van Rabobank Ledencertificaten ter waarde van EUR 6,7 miljard op 6 oktober 2011. De oude Rabobank Ledencertificaten werden beschouwd als participaties die werden uitgegeven door een beleggingsinstelling, namelijk Rabobank Ledencertificaten NV. Deze beleggingsinstelling belegde zelf in een diep achtergestelde lening van Rabobank Nederland. De nieuwe Rabobank Ledencertificaten betreffen echter participaties die rechtstreeks door Rabobank Nederland zijn uitgegeven (en zijn hierdoor geen participaties van een beleggingsinstelling). De resterende EUR 11,0 miljard aan netto-uitstroom werd voornamelijk veroorzaakt door institutionele beleggers. 

Hedgefondsen lieten als een één van de weinige fondcategorieën een significante positieve netto-inleg zien (EUR 0,8 miljard), ondanks het matige totaalrendement van hedgefondsen (+2,5% k-o-k) in het laatste kwartaal van 2011. Hieraan ligt mogelijk de aanhoudende diversificatie van de beleggingsportefeuille ten grondslag, zoals de opname van een relatief groter belang van hedgefondsen in de beleggingsportefeuille. 

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Herman Lutke Schipholt (020-524 2712, 06-524 96 900) en Kees Verhagen (tel. 020-524 2272, 06-211 23 922).

Definitie beleggingsinstelling
Beleggingsinstellingen trekken gelden aan van het publiek ter collectieve belegging. Onder beleggingsinstellingen worden verstaan beleggingsmaatschappijen (rechtspersonen) en beleggingsfondsen (geen rechtspersonen). In het dagelijks taalgebruik worden beide vaak aangeduid met 'beleggingsfonds'.