Netto extern vermogen van Nederland in 2011 opnieuw hoger door lopende rekeningoverschot

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 19 maart 2012

Het netto externe vermogen van Nederland (het verschil tussen de buitenlandse activa en passiva) is afgelopen jaar wederom toegenomen, van EUR 173 miljard naar EUR 224 miljard (ultimo 2011), zo blijkt uit voorlopige cijfers die DNB vandaag ook op haar website publiceert.

De stijging was te danken aan het overschot op de lopende rekening, dat doorgroeide naar EUR 55 miljard, circa 9 procent van het BBP. De korte termijn trend in het lopende rekeningoverschot is nog steeds opwaarts (zie grafiek 1 voor maandgemiddelden). Het overschot kwam gemiddeld per maand een miljard euro hoger uit dan in 2010. Deze positieve bijdrage aan de netto buitenlandse bezittingen van ons land kwam voor rekening van een hogere export van goederen en diensten en ook de inkomensbalans verbeterde door hoge winsten op kapitaaldeelnemingen van Nederlandse bedrijven in buitenlandse dochters.

Daarentegen hadden, anders dan in eerdere jaren, waardemutaties onder invloed van factoren zoals beurs- en wisselkoersen per saldo een klein negatief effect op het netto externe vermogen. In de jaren 2008 en 2009 was dat netto bezit door waardemutaties nog met zo’n EUR 100 miljard opgestuwd. In 2010 en 2011 werd de groei ervan overwegend door het lopende rekeningoverschot bepaald.

Lopend verkeer en netto waardemutatie van buitenlandse activa en passiva (trends)

Aanhoudend grote invloed koersmutaties door financieel-economische crisis

In het externe vermogen van Nederland spelen (bruto) waardemutaties vooral in het effectenverkeer een rol, doordat cijfers over effecten gebaseerd zijn op actuele beurskoersen en ook onderhevig kunnen zijn aan wisselkoersbewegingen. Kleine procentuele veranderingen van standen kunnen gerekend in euro’s grote gevolgen hebben, want het gaat in het effectenverkeer tussen Nederland en het buitenland om grote bedragen. Eind 2011 bezat het buitenland voor EUR 1158 miljard aan Nederlandse effecten, vooral schuldpapier zoals staatsobligaties. Nederlandse beleggers op hun beurt bezaten voor EUR 1028 miljard aan buitenlandse effecten, eveneens vooral obligaties.

Door de aanhoudende financieel-economische crisis hadden waardemutaties ook in 2011 weer veel invloed op de effectenportefeuilles, ook in  vergelijking met de aan- en verkopen van effecten (grafiek 2). Door waardeveranderingen daalde het bezit aan buitenlandse effecten met EUR 20 miljard. Nederlandse effecten in buitenlandse handen werden juist EUR 10 miljard meer waard (zie hierna). De invloed van koers- en andere waardemutaties op het netto externe vermogen is meestal niet te zien. Dat komt doordat ze bij Nederlandse en buitenlandse effecten vaak gelijk op gaan en voor een groot deel tegen elkaar wegvallen (hetzelfde geldt voor de steeds belangrijkere, hier verder niet besproken derivaten).

Effecten

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave 
 

Wisselende belangstelling voor Nederlandse en buitenlandse effecten

In 2011 nam het buitenlandse bezit aan Nederlandse effecten toe met ruim EUR 30 miljard. Buitenlandse beleggers breidden hun portefeuilles met Nederlands schuldpapier uit en de waarde van die portefeuilles steeg bovendien door een daling van de rente in Nederland. In de tweede helft van 2011 was die waardestijging van schuldpapier de belangrijkste factor achter de waardeverandering van het totále bezit aan Nederlandse effecten. In eerdere jaren waren vooral koersmutaties van Nederlandse aandelen daarvoor bepalend geweest. De invloed van de financieel-economische crisis en wisselende vooruitzichten op herstel bleef echter ook bij de aandelen zichtbaar, want het buitenlandse bezit aan Nederlandse aandelen onderging waardedalingen doordat in 2011 het beursklimaat, na enige tijd te zijn verbeterd, toch weer verslechterde.

Nederlandse beleggers zagen in 2011 de omvang van hun portefeuille met buitenlandse effecten afnemen, met EUR 12 miljard. Dit ondanks aankopen van vooral aandelen (EUR 10 miljard). Voor een deel weerspiegelden die aankopen mogelijk rebalancing, een herstel door beleggers van de door hen gewenste beleggingsmix in reactie op koersdalingen op de aandelenbeurzen wereldwijd. De aankopen bleven echter fors achter bij het waardeverlies over de buitenlandse aandelen, dat in 2011 uitkwam op EUR 20 miljard.

Opnieuw  verschuivingen in het Nederlandse bezit van buitenlandse obligaties

De omvang van het Nederlandse bezit aan buitenlands schuldpapier onderging in 2011 per saldo geen mutaties van betekenis, maar binnen dat bezit vonden net als in 2010 wel belangrijke verschuivingen plaats. Aanhoudende onzekerheid over de budgettaire en economische ontwikkelingen in diverse Europese landen was voor beleggers opnieuw aanleiding om (overheids) obligaties uit die landen te verkopen (grafiek 3). Beleggers verkozen in plaats daarvan Duitse obligaties. Ook obligaties uit Scandinavische landen en Oostenrijk raakten meer in trek. Het bezit aan Portugese, Griekse en Italiaanse obligaties daalde door verkopen in twee jaar tijds met 41, 36 en 33 procent (van de ultimo stand in 2009, afgezien van waardemutaties). In de tweede helft van 2011 raakten ook Franse en Belgische obligaties uit de gratie van Nederlandse beleggers. Hadden ze het bezit daarvan in 2010 nog met EUR 13 miljard uitgebreid, in 2011 stootten ze voor EUR 15 miljard aan obligaties uit die landen af. Tegen het einde van 2011 verminderden deze afstotingen. Al met al is in 2010 en 2011 bijna EUR 60 miljard aan kapitaal verschoven van obligaties uit Zuid-Europese landen (en overigens ook de Verenigde Staten) naar Noord-Europese landen.

Verschuivingen in het Nederlands bezit van buitenlandse obligaties

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave 
 

Gematigde groei standen directe investeringen

De standen van de uitgaande en inkomende directe investeringen waren aan het eind van 2011 licht hoger dan het jaar ervoor.  Ze namen op basis van voorlopige cijfers toe tot respectievelijk EUR 747 miljard (plus 0,6%) en EUR 500 miljard (plus 1,7%). Er werd door Nederlandse bedrijven EUR 16 miljard in buitenlandse dochters geïnvesteerd. In 2010 hadden nieuwe investeringen in buitenlandse bedrijven nog EUR 42 miljard bedragen. Buitenlandse bedrijven op hun beurt investeerden voor in totaal EUR 12 miljard in Nederlandse dochters.. In tegenstelling tot de terughoudender geworden Nederlandse investeerders  voerden zij hun investeringen (in Nederland) op, onder andere door herinvestering van winsten. In 2010 hadden ze nog EUR 7 miljard aan kapitaal uit Nederland teruggetrokken.