Nederlandse banken en buitenland grootste bezitters van Nederlandse securitisaties

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 24 april 2012

De uitstaande Nederlandse securitisaties daalden in 2011 met 4,4% tot EUR 317 miljard, ondanks de omvangrijke nieuwe verpakkingen van leningen via securitisaties van in Nederland gevestigde instellingen. Tweederde van de securitisaties is in handen van de Nederlandse banken zelf, voornamelijk om liquiditeitsredenen. Het buitenland bezit naar schatting 30%. Op deze manier financiert het buitenland circa 13% van de Nederlandse woninghypotheken.

Bij securitisaties worden leningen van met name banken aan huishoudens en bedrijven gebundeld en als verhandelbare effecten verpakt en verkocht. Securitisaties vormen een extra financierings­bron voor banken. Na het ontstaan van de kredietcrisis medio 2007 werd het lastig om deze in obligaties verpakte leningen te plaatsen bij externe beleggers (hierna externe securitisaties genoemd) vanwege het aangetaste vertrouwen in alle gesecuritiseerde producten, ook van kwalitatief hoogwaardige activa. In de jaren daarna is weliswaar gesecuritiseerd, maar gebeurde dit vooral voor liquiditeitsdoeleinden. Daarbij verkopen de banken de securitisaties niet door in de markt, maar houden zij deze zelf in portefeuille (hierna interne securitisaties genoemd) om indien nodig te gebruiken als onderpand voor het verkrijgen van liquiditeit bij centrale banken of in de commerciële markt. Ook kan het bezit van banken aan (delen van) eigen securitisaties het gevolg zijn van aangehouden ‘first loss’-posities en van eventuele terugkopen.

Omvangrijke nieuwe securitisaties, maar uitstaand bedrag gedaald

Vanaf eind 2009 trok de belangstelling van externe beleggers voor securitisaties weer aan, al is het aantal beleggers geringer dan voorheen. In 2011 werd voor EUR 12,3 miljard aan Nederlandse securitisaties van hoofdzakelijk woninghypotheken bij externe beleggers geplaatst, bijna de helft minder dan in 2010 (grafiek 1). Dat hield mede verband met de invloed van de schuldencrisis op de kapitaalmarkt en (anticipatie op) de nieuwe Bazel 3-regelgeving op basis waarvan securitisaties niet mogen worden meegerekend in de liquiditeitsbuffers van banken. Dit verklaart waarschijnlijk ook de looptijdverkorting die de afgelopen tijd is opgetreden. Bij investeerders is een duidelijke voorkeur zichtbaar voor tranches van 2 tot 5 jaar.

Nieuw verrichte securitisaties naar type

Daarnaast vonden in Nederland in 2011 ook nog omvangrijke interne securitisaties plaats van EUR 74,5 miljard. Hierdoor resulteerde in 2011 het op twee na hoogste bedrag aan securitisaties in Nederland (grafiek 1). Per saldo daalde het uitstaande bedrag echter met EUR 14,6 miljard (-4,4%) tot EUR 317 miljard (grafiek 2), doordat de aflossingen op bestaande securitisaties groter waren dan de nieuwe securitisaties. Dat kwam voor een groot deel omdat veel (met name interne) securitisaties betrekking hadden op herstructureringen, waarbij oude securitisaties werden omgezet in nieuwe securitisaties. Voorts waren er reguliere beëindigingen van securitisatieprogramma’s. De afname van het uitstaande volume deed zich bij zowel de externe als de interne securitisaties voor. De externe securitisaties zijn sinds hun maximale omvang in 2007 (EUR 141 miljard) met 23% gekrompen tot EUR 108 miljard per eind 2011 (in 2011: -9,3%). Daarmee vormden zij nog eenderde van de totale uitstaande securitisaties.

Bij de externe securitisaties van woninghypotheken was in 2010 nog sprake van een lichte opleving, maar per eind 2011 lag het uitstaande bedrag ten opzichte van ultimo 2007 12% lager op EUR 83 miljard (in 2011: -3%). De afname bij de overige securitisaties droegen voor het grootste deel bij aan de daling bij de externe securitisaties. Sinds 2006 is het volume van deze securitisaties bijna gehalveerd tot EUR 25 miljard (in 2011: -26%). Dit betreft onder meer de synthetische securitisaties, waarbij niet de activa zelf maar alleen de kredietrisico’s van de activa worden overgedragen door middel van kredietderivaten.
De uitstaande interne securitisaties, die voor het overgrote deel betrekking hebben op woninghypotheken, zijn in 2011 ook licht afgenomen (-1,7%). In vergelijking met het begin van de kredietcrisis zijn zij echter nog altijd bijna vertienvoudigd tot EUR 209 miljard per ultimo 2011. 
 
Door bovengenoemde ontwikkelingen hebben Nederlandse securitisaties per ultimo 2011 voor 90% betrekking op woninghypotheken.

Securitisaties grotendeels in bezit van Nederlandse banken en buitenland

Uit de omvangrijke interne securitisaties door Nederlandse banken kan al worden afgeleid dat zij ook de grootste beleggers zijn in Nederlandse securitisaties. Per ultimo 2011 hebben Nederlandse banken (hier het binnenlands bankbedrijf, de zogeheten monetair-financiële instellingen) met EUR 210,5 miljard tweederde van de Nederlandse securitisaties in bezit (grafiek 3 en 4).

Beleggers in Nederlandse securitisaties naar NL sector en buitenland

Andere Nederlandse instellingen bezitten bijna 4% (EUR 11,7 miljard). Zo hebben Nederlandse verzekeraars voor EUR 2,9 miljard direct geïnvesteerd in Nederlandse securitisaties en Nederlandse pensioenfondsen voor EUR 1,5 miljard. Daarnaast hebben zij ook nog indirect, via Nederlandse beleggingsinstellingen, blootstelling op Nederlandse securitisaties. Beleggingsinstellingen bezitten namelijk EUR 1,9 miljard, dat grotendeels kan worden toegerekend aan verzekeraars en pensioenfondsen. Tot slot houden overige instellingen in Nederland EUR 5,4 miljard aan. Hierbij gaat het hoofdzakelijk om interne securitisaties van (buitenlandse en binnenlandse) banken die in handen zijn van Nederlandse dochtermaatschappijen.

Het buitenland bezit naar schatting EUR 95 miljard, 30% van de Nederlandse securitisaties. Daarmee houdt het buitenland bijna 80% van de externe securitisaties aan. Aangezien 90% van de securitisaties betrekking heeft op woninghypotheken, kan hieruit worden gedestilleerd dat het buitenland een substantieel deel (ca. 13%) van de Nederlandse woninghypotheken financiert door middel van Nederlandse securitisaties.