Stijging overschot op Nederlandse lopende rekening zet door in 2012

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 18 juni 2012

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans is in het eerste kwartaal van 2012 uitgekomen op EUR 19 miljard (13 procent van het BBP), zo blijkt uit betalingsbalanscijfers die de Nederlandsche Bank vandaag op haar website heeft gepubliceerd. Niet eerder heeft DNB een dergelijk hoog saldo gemeten van ontvangsten en uitgaven op de lopende rekening. Het overschot ligt EUR 6 miljard hoger dan in het eerste kwartaal van 2011.

In de beginperiode van de financiële crisis daalde het overschot op de Nederlandse lopende rekening snel, tot EUR 3 miljard in het vierde kwartaal van 2008. Sindsdien is het saldo trendmatig weer toegenomen (zie grafiek). Over de afgelopen vier kwartalen tezamen bedraagt het overschot EUR 57 miljard, gelijk aan 9,5 procent van het BBP. De Europese Commissie heeft een driejaarsgemiddelde van 6 procent als bovengrens vastgesteld als indicator voor het mogelijk starten van een “Excessive Imbalances Procedure”; voor Nederland komt dat gemiddelde over 2009 tot en met 2011 uit op 6,5 procent. Het lopende­rekeningsaldo is één van de tien indicatoren die de Commissie hiervoor – in onderling verband – in beschouwing neemt.

De
Saldo Nederlandse lopende rekeningen

sterke stijging van het overschot in de laatste kwartalen hangt mogelijk voor een deel samen met achterblijvende binnenlandse bestedingen. Ten opzichte van een jaar geleden is de goederen­uitvoer met 9 procent in waarde gestegen; hier tegenover staat een stijging van de invoerwaarde van 7 procent. Bij deze waardestijgingen spelen prijseffecten overigens ook een belangrijke rol. Het hogere lopende­rekeningsaldo komt daarnaast voort uit een stijgend overschot op de inkomens­rekening, dat met name een relatief gunstige ontwikkeling weerspiegelt van in het buitenland behaalde winsten van Nederlandse multinationals (zoals Royal Dutch Shell).
 
In de financiële rekening van de Nederlandse betalingsbalans valt op dat beleggers in het eerste kwartaal van 2012, anders dan in voorgaande kwartalen, weer voor aanzienlijke bedragen grensoverschrijdend effecten hebben aangekocht. Het kwartaal kenmerkte zich door een toename van vertrouwen onder beleggers, hetgeen ook werd weerspiegeld in stijgende beurskoersen. Buitenlandse beleggers kochten per saldo voor EUR 21 miljard Nederlandse effecten, nadat ze in de laatste twee kwartalen van 2011 voor ongeveer het dubbele bedrag hadden afgestoten. Vooral door banken uitgegeven geld- en kapitaalmarktpapier vond in dit kwartaal veel aftrek in het buitenland. Omgekeerd kochten Nederlandse beleggers, die in de twee voorgaande kwartalen nog voor EUR 11 miljard buitenlandse waardepapieren van de hand hadden gedaan, in het eerste kwartaal buitenlandse effecten ter waarde van EUR 18 miljard (de hoogste netto-aankopen in twaalf kwartalen). Buitenlandse aandelen en schuldpapier werden in gelijke mate aangekocht.
 
Evenals in eerdere kwartalen waren vooral Duitse schulden in trek bij Nederlandse beleggers; van de totale netto-aankopen van buitenlands schuldpapier was de helft (EUR 4,5 miljard) afkomstig uit Duitsland (zie tabel). De waarde van het Duitse schuldpapier in Nederlands bezit kwam daarmee uit op EUR 159 miljard; ruim een kwart van de totale buitenlandse portefeuille van Nederlandse beleggers. De Duitse positie is sinds eind-2010 met 27 procent gegroeid, voornamelijk als gevolg van transacties. De positie op Frankrijk was aan het einde van 2010 nog ongeveer even groot als die op Duitsland, maar is gedurende 2011 juist aanzienlijk gekrompen. De afname van Italiaanse, Spaanse, Griekse en Portugese posities zette in het eerste kwartaal van 2012 door. Nederlandse beleggers hebben in de afgelopen vijf kwartalen daarentegen relatief veel Oostenrijks en vooral Fins schuldpapier aangekocht.
Land van emittentPositie eind-maart 2012
(EUR miljard)
Netto-aankopen 1ekwartaal 2012
(EUR miljard)
Mutatie positie sinds eind-2010
Duitsland158,84,527%
Frankrijk105,81,7-11%
Verenigde Staten74,7-0,7-9%
Verenigd Koninkrijk34,60,85%
Italië33,4-2,0-27%
Spanje31,0-1,7-7%
Oostenrijk23,7-0,132%
Finland12,61,5115%
Griekenland3,4-1,5-47%
Portugal1,8-0,3-55%

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met

Flore Kraaijeveld (tel.nrs. 020-524 3091 en 06-3102 8660), Herman Lutke Schipholt (tel.nrs. 020-524 2712 en 06-5249 6900), Kees Verhagen (tel.nrs. 020-524 2272, en 06-2112 3922) en Remko Vellenga (tel. nrs. 020 – 524 2712 en 06 – 524 96574).