Angelsaksische landen populairst onder Nederlandse investeerders en beleggers

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 24 juli 2012

De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waren eind-2011 de belangrijkste bestemmingslanden van de directe investeringen en effectenbeleggingen uit Nederland. Ruim een kwart van de Nederlandse posities stond in deze landen uit. Dit blijkt uit nieuwe statistieken die de Nederlandsche Bank sinds vandaag op haar website publiceert.

De toppositie van de Verenigde Staten weerspiegelt vooral een omvangrijk Nederlands bezit van aandelen van Amerikaanse bedrijven (zie grafiek). De positie in Amerikaanse aandelen is met EUR 163 miljard ongeveer driemaal zo groot als die in Britse aandelen, waarin na aandelen uit de Verenigde Staten het meest wordt belegd. Het Verenigd Koninkrijk is het belangrijkste bestemmingsland van buitenlandse directe investeringen van Nederlandse ondernemingen, gevolgd door de VS, Luxemburg, Duitsland en Zwitserland. Ook in Ierland en Bermuda zijn de directe-investeringsposities relatief groot. Deze posities worden in sommige gevallen mede beïnvloed door fiscale prikkels. Nederlandse beleggers hadden aan het einde van 2011 voor EUR 627 miljard in buitenlands schuldpapier gestoken. Van de waarde van deze beleggingen was tweederde afkomstig uit het eurogebied; van dat europapier was meer dan 60 procent uitgegeven in Duitsland en Frankrijk.

Belangrijkste bestemmingslanden van Nederlandse directe investeringen en beleggingen (per eind-2011)

In de nieuw gepubliceerde statistische tabellen worden cijfers gepubliceerd over de laatste drie jaren. Sinds 2009 is de populariteit van vooral Duitsland bij Nederlandse beleggers en directe-investeerders sterk toegenomen (zie grafiek onder). Met name de beleggingen in het relatief veilig geachte Duitse staatspapier zijn fors gegroeid, van EUR 85 miljard in 2009 tot EUR 140 miljard per eind-2011. De uitzettingen in Frankrijk namen in 2011 af ten opzichte van een jaar eerder, na een toename in 2010. De Nederlandse beleggingen in de zogenoemde GIIPS-eurolanden zijn sinds 2009 met bijna 30 procent afgenomen, terwijl de directe investeringen in deze landen met 18 procent werden opgevoerd. Hierdoor bleven de totale uitzettingen vrijwel gelijk. Vooral in Spanje, Ierland en Portugal groeiden de directe investeringen. Deze stijgingen kwamen echter geheel voort uit uitbreidingen van investeringen door Nederlandse bijzondere financiële instellingen; overige financiële en niet-financiële onder­nemingen trokken juist directe investeringen uit deze landen terug.1 Uit Italië en Griekenland werden naast investeringen vooral beleggingen teruggetrokken. In Italië daalde de waarde van de Nederlandse effectenbeleggingen tussen eind-2009 en eind-2011 van EUR 67 miljard naar EUR 39 miljard, in Griekenland van EUR 15 miljard naar EUR 2 miljard. 

Ontwikkeling Nederlandse directe investeringen en beleggingen in selectie van eurolanden

De nieuwe tabellen met veel geografisch detail over de directe investeringen en beleggingen in effecten - onderdelen van de financiële rekening van de Nederlandse betalingsbalans – zijn beschikbaar op de pagina 'Betalingsbalans en extern vermogen'. Naast de uitgaande directe-investeringsposities van Nederlandse ondernemingen worden ook de inkomende directe investeringen uitgesplitst naar een groot aantal landen van herkomst. Van de Nederlandse beleggingen in buitenlandse effecten worden uitsplitsingen gepubliceerd naar land, instrument en sector van de binnenlandse houder. Deze statistische gegevens staan internationaal sterk in de belangstelling. Het Internationaal Monetair Fonds stimuleert alle aangesloten landen om dergelijke informatie beschikbaar te maken en brengt deze gegevens tevens samen in een database die via de IMF-website te benaderen is.2 Hierin kan per deelnemend land inzicht worden verkregen in (een deel van) zijn exposures op een groot aantal andere landen; andersom kan voor elk individueel land worden vastgesteld welke landen hierin de grootste bedragen hebben uitstaan.

Noot 1. Ten behoeve van de internationale vergelijkbaarheid zijn in de Nederlandse cijfers ook de posities van bijzondere financiële instellingen opgenomen. Dit zijn ondernemingen die zich vanwege het gunstige (fiscale) vestigingsklimaat in Nederland hebben gevestigd om te fungeren als financiële draaischijf voor ondernemingen met een buitenlandse moedermaatschappij.

Noot 2. Zie de IMF websites voor CDIS en CPIS. In het vierde kwartaal van 2012 publiceert het IMF gegevens over het jaar 2011.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Flore Kraaijeveld (tel. 020-524 3091 en 06-310 8660), Kees Verhagen (020-524 2272 en 06-2112 3922) of Remko Vellenga (020-524 2712 en 06 5249 6574).