De Nederlandse betalingsbalans in het derde kwartaal van 2012: opnieuw ruim overschot op de lopende rekening

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 18 december 2012

De lopende rekening van Nederland toonde in het derde kwartaal van 2012 een overschot van EUR 12,6 miljard.

Dit was weliswaar iets hoger dan in het vorige kwartaal, maar het lag ruim een miljard lager dan het gemiddelde in de voorgaande achtkwartaalperiode en het bleef ook ruim achter bij de hoge uitschieters in het vierde kwartaal van 2011 en het eerste kwartaal van 2012 (zie grafiek). Deze terugval was grotendeels te wijten aan het ontstaan van een tekort in het dienstenverkeer. Op de goederenrekening trad een licht teruglopend overschot op. Een verbetering van de inkomensbalans bood daaraan geen volledig tegenwicht. In de afgelopen vier kwartalen kwam het saldo lopende rekening uit op bijna 10% van het bruto binnenlandse product.

Saldo lopende rekening

De goederenrekening liet in het derde kwartaal een overschot van EUR 11,3 miljard zien. De waarde van zowel de invoer als de uitvoer viel iets terug ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De volumegroei van  de uitvoer, gemeten ten opzichte van hetzelfde kwartaal in het vorige jaar, vertraagde tot 2,2%: dit is belangrijk lager dan in het vorige kwartaal (6,3%). De volumegroei van de invoer liep in dezelfde periode eveneens terug, maar minder: van 5,8% naar 3,0%.

Het tekort op de dienstenrekening in het derde kwartaal is deels te wijten aan een seizoenmatig optredend effect: een hoog tekort in het reisverkeer dat ditmaal uitkwam op het record van EUR 3,1 miljard als gevolg van de reislust van de Nederlanders. Bovendien vertraagde de groei van de uitvoer van overige diensten.

Op de inkomensrekening viel het saldo flink hoger uit (EUR 4,1 miljard). Zowel aan de ontvangstenkant als de uitgavenkant vielen in vergelijking met het vorige kwartaal de dividenden en de rente op obligaties en geldmarktpapier lager uit, maar dit effect was het sterkst aan de uitgavenkant. Een verminderde winstgevendheid van bedrijven en een lage rentestand zijn hieraan debet.

Aan de uitgavenkant speelde voorts een rol dat het couponrendement van Nederlandse overheidsobligaties gestaag terugliep door aflossingen van papier met een hoge rente en emissies van papier met een lage rente (tijdelijk zelfs een negatieve rente op kort papier). De inkomensoverdrachtenrekening was als gebruikelijk negatief.

Het overschot op de lopende rekening vond zijn tegenhanger in een tekort op de financiële rekening, dat geheel wordt gerealiseerd in de directe investeringen en het effectenverkeer. Het saldo directe investeringen viel in vergelijking met het vorige kwartaal fors negatiever uit: een tekort van EUR 14,4 miljard tegen een tekort van EUR 6,9 miljard. Deze beweging hing sterk samen met een omslag van verliescompensatie naar herinvestering van winsten door Nederlandse multinationale ondernemingen bij hun buitenlandse dochters. Ook een rol speelden hoge aflossingen door Nederlandse dochtermaatschappijen op leningen van hun buitenlandse moedermaatschappijen.
 
In het effectenverkeer trad met betrekking tot buitenlandse effecten een omslag op van verkopen door Nederlandse ingezetenen naar aankopen. Door een aantal ontwikkelingen, waaronder de aankondiging van een opkoopprogramma van overheidspapier onder strikte voorwaarden door de ECB, kalmeerden de effectenmarkten en werd het risico van buitenlandse beleggingen gereduceerd. Zo werden weer op bescheiden schaal aankopen van Iers schuldpapier waargenomen. Buitenlandse beleggers stootten per saldo nog steeds Nederlandse effecten af (EUR 3,4 miljard). Dit hing onder meer samen met hoge aflossingen van geldmarktpaper door Nederlandse banken (EUR 4,4 miljard); nieuwe emissies - ditmaal van langlopend schuldpapier - bleven hierbij ver achter.