Toename uitgifte schuldpapier

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 23 mei 2014

In het eerste kwartaal van 2014 bedroegen de uitgiftes door Nederlandse ingezetenen van zowel kortlopend geldmarktpapier als langlopende obligaties in totaal EUR 187 miljard (+42% t.o.v. het voorgaande kwartaal). Het uitstaande bedrag van het kort- en langlopend schuldpapier nam met 1,5% kwartaal-op-kwartaal (k-o-k) toe tot EUR 1.757 miljard (bijna drie maal BBP).

Voorzichtige toename uitgifte geldmarktpapier 
In het eerste kwartaal van 2014 bedroegen de bruto uitgiftes van het geldmarktpapier EUR 90 miljard, EUR 16 miljard meer dan in het voorgaande kwartaal (+22% k-o-k, zie figuur 1).  

In het eerste kwartaal van het jaar zijn de emissies doorgaans hoger dan in andere kwartalen van hetzelfde jaar (m.u.v. 2010), mede omdat de meeste aflossingen dan plaatsvinden. Banken haalden EUR 27 miljard op door de uitgifte van kortlopend schuldpapier (+21% k-o-k). Na aflossingen steeg de omvang van het door banken uitgegeven geldmarktpapier met EUR 8 miljard tot EUR 84 miljard (+11% k-o-k). De Nederlandse Staat gaf voor EUR 38 miljard uit aan geldmarktpapier (+34% k-o-k) welke hoofdzakelijk werden aangewend voor herfinanciering, want er werd ook voor EUR 38 miljard afgelost. De uitstaande waarde van het geldmarktpapier van de Nederlandse Staat bleef ongewijzigd (EUR 26 miljard; het laagste niveau sinds begin 2008). De overige sectoren plaatsen voor EUR 25 miljard aan kortlopend schuldpapier (+6% k-o-k). De omvang van het uitstaande geldmarktpapier van de overige sectoren kwam uit op EUR 22 miljard (+8% k-o-k). De totale uitstaande waarde van geldmarktpapier steeg 8% k-o-k tot EUR 132 miljard. H et aandeel van het geldmarktpapier in het totaal uitgegeven schuldpapier steeg van het laagste punt sinds medio 2008 (7,1%) tot 7,5%.  

In lijn met de ontwikkelingen in Nederland groeide ook in het eurogebied het uitstaande geldmarktpapier met EUR 103 miljard (+8% k-o-k) tot EUR 1384 miljard.

Uitgifte Nederlands geldmarktpapier per kwartaal

In het eerste kwartaal van 2014 werd er voor EUR 96 miljard aan obligaties geplaatst (+70% k-o-k; zie Figuur 2). Er werd voor EUR 76 miljard afgelost (+18%). De totale omvang van de uitstaande obligaties groeide met 1,1% (EUR 24 miljard) tot EUR 1.625 miljard.

Uitgifte Nederlandse obligaties per kwartaal

Net als in het vorige kwartaal gaven banken in het eerste kwartaal van 2014 meer langlopende effecten uit (EUR 26 miljard; +31% k-o-k), terwijl de omvang van de uitstaande obligaties door een gelijk bedrag aan aflossingen (EUR 26 miljard) ongewijzigd bleef op EUR 412 miljard.   

In het eerste kwartaal van 2014 namen de uitgiftes van nieuwe securitisaties door Special Purpose Vehicles (SPVs) toe tot EUR 5,3 miljard (+25% k-o-k), maar bleef historisch gezien beperkt (vijfjarig gemiddeld EUR 17 miljard per kwartaal).  

De toename van de uitgiftes van obligaties hing voor een groot deel samen met grote uitgiftes van buitenlandse concerns via Nederlandse Bijzondere Financiële Instellingen (BFI’s). De plaatsing van kapitaalmarktpapier via Nederlandse entiteiten verdubbelde in het eerste kwartaal van 2014: BFI’s emitteerden voor EUR 37 miljard, het grootste bedrag in meer dan tien jaar.

De Nederlandse Staat plaatste in het eerste kwartaal van het jaar voor een groot bedrag aan nieuwe obligaties (EUR 21 miljard t.o.v. EUR 7 miljard in het vorige kwartaal), mede omdat de vervalkalender van de obligaties is ingesteld op aflossingen op 15 januari en 15 juli van elk jaar.  

Van de nieuw uitgegeven obligaties van Nederlandse emittenten werd in het eerste kwartaal van 2014 ten minste 8%  door Nederlandse investeerders opgekocht (EUR 8 miljard). Met name banken (EUR 5 miljard), pensioenfondsen (EUR 1 miljard) en beleggingsfondsen (EUR 1 miljard) hielden de nieuw geëmitteerde stukken aan; voornamelijk staatspapier (EUR 4 miljard) en bankobligaties (EUR 2 miljard).  

Ook in het eurogebied namen de uitgiftes van obligaties toe tot EUR 759 miljard (+23% k-o-k), er waren echter ook 22% meer aflossingen (EUR 756 miljard) k-o-k, waardoor de uitstaande waarde van obligaties nagenoeg gelijk bleef in het eerste kwartaal van 2014 (EUR 15.095 miljard).