Premiepensioeninstellingen beheren € 512 miljoen aan pensioengelden

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 13 juni 2014

Premiepensioeninstellingen (PPI’s) zijn in Nederland betrekkelijk nieuwe financiële instellingen. De eerste van de momenteel 11 operationele PPI’s is medio 2011 gestart. PPI’s zijn actief op de ‘markt’ voor aanvullend pensioen. Ze vormen, naast pensioenfondsen en verzekeraars, een derde type pensioenuitvoerder in de tweede pijler.

Premiepensioeninstellingen bieden zogenoemde beschikbare premieregelingen in de opbouwfase aan. Op pensioendatum kan een pensionerende deelnemer dan een pensioen inkopen bij een levensverzekeraar. PPI’s mogen, anders dan pensioenfondsen en levensverzekeraars, geen verzekeringstechnisch risico lopen. Zo kunnen PPI’s bijvoorbeeld geen arbeidsongeschiktheids- of partnerpensioen aanbieden. Daarom werken PPI’s samen met levensverzekeraars, waar producten met verzekeringstechnische risico’s wel ondergebracht kunnen worden. De meeste PPI’s zijn opgericht door een levensverzekeraars, een vermogensbeheerder, een pensioenuitvoerder, een bank, een beleggingsinstelling of een combinatie daarvan. 

Premiepensioeninstellingen beheren pensioengelden van werknemers tijdens de opbouwfase van het arbeidzame leven. De omvang van dit beheerde vermogen groeit (grafiek 1).

Grafiek 1 - Beheerd vermogen bij PPI's (in miljoenen euro’s)
Beheerd vermogen bij PPI’s

Eind maart 2014 bedroeg het door PPI’s beheerde vermogen zo’n €0,5 miljard. Ter vergelijking: pensioenfondsen beheerden volgens de meest recente cijfers (ultimo 2012) €4,8 miljard van die markt voor beschikbare premieregelingen en levensverzekeraars €9,1 miljard. 

De verdeling van het door PPI’s beheerde vermogen over de beleggingscategorieën vastgoed, aandelen, vastrentende waarden en overige beleggingen is grosso modo vergelijkbaar met die bij pensioenfondsen met beschikbare premieregelingen (tabel 1).

Tabel 1 - Verdeling beheerd vermogen naar beleggingscategorie

Verdeling beheerd vermogen naar beleggingscategorie

Deelnemers die bij PPI’s een pensioen opbouwen krijgen een standaard beleggingsmix aangeboden die aansluit bij hun eigen leeftijdscohort. Dat soort beleggingen volgt een zogenoemde life cycle. Doorgaans geldt daarbij dat het belang van vastrentende waarden in de totale beleggingsportefeuille toeneemt naarmate de deelnemer dichter bij zijn pensioendatum komt. Ook geldt bij sommige PPI’s dat deelnemers zelf een keuze kunnen maken om af te wijken van de aangeboden life cycle beleggingsmix. Dat wordt ‘opting out’ genoemd. Momenteel geldt dat voor zo’n 5% van het beheerde vermogen gekozen is voor ‘opting out’. 

De belangrijkste oorzaken van de groei van het beheerde vermogen zijn overgenomen verplichtingen en premiebijdragen (tabel 2).

Tabel 2 - Mutatieoverzicht beheerde vermogen (in miljoenen euro’s)
Mutatieoverzicht beheerde vermogen

PPI’s hebben sinds begin 2012 voor €253 miljoen verplichtingen overgenomen van pensioenfondsen of levensverzekeraars. Het betreft pensioengelden van werkgevers die ervoor gekozen hebben om hun pensioenregeling niet langer door een levensverzekeraar of een pensioenfonds uit te laten voeren, maar door een PPI. Na de overdracht dragen deze werkgevers periodiek premie af. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is deze component in toenemende mate belangrijker geworden. In de getoonde periode hebben PPI’s voor €207 miljoen aan premies ontvangen, waarvan €67 miljoen in het meest recente kwartaal (2014K1). Een derde factor waardoor het beheerde vermogen groeide zijn positieve beleggingsresultaten (+ €30 miljoen).