Groei pensioenbeleggingen minder groot dan toename pensioenverplichtingen

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 10 juni 2015

In het eerste kwartaal van 2015 is de waarde van de beleggingsportefeuille van pensioenfondsen met €116 miljard toegenomen tot €1.250 miljard. Dat was echter niet genoeg om de stijging van de verplichtingen (+€168 miljard) volledig te kunnen compenseren.

Grafiek 1 - Omvang beleggingsportefeuille pensioenfondsen
(in miljarden euro’s)

Omvang beleggingsportefeuille pensioenfondsen

Een belangrijke drijfveer voor de toename van de beleggingen zijn gunstige beleggingsrendementen die pensioenfondsen in dit eerste kwartaal hebben behaald. Dat rendement bedroeg voor de sector als geheel circa 10,2%. De rendementen op aandelen en vastrentende waarden zijn uitgekomen op 12,7% respectievelijk 10,5%. 

Gedreven door het ECB-beleid om maandelijks voor €60 miljard Europees rentedragend papier op te kopen, daalden de kapitaalmarktrentes en steeg de waarde van de portefeuille met vastrentende waarden. Aan het eind van het eerste kwartaal vormde deze portefeuille (waarde: €720 miljard) zo’n 58% van de totale beleggingen. Het belang van vastrentende waarden in die totale beleggingsportefeuille neemt sinds het derde kwartaal van vorig jaar toe. In de periode daarvóór schommelde het belang enige kwartalen rond de 53%.

Rentederivaten vormen overigens een belangrijke component van de vastrentende waardenportefeuille. De rentederivaten dragen (deels) bij aan het afdekken van renterisico’s die pensioenfondsen lopen. De netto waarde van deze rentederivaten steeg in het eerste kwartaal met €29 miljard tot €99 miljard.

Grafiek 2 - Omvang derivatenportefeuille pensioenfondsen
(in miljarden euro’s)

Omvang derivatenportefeuille pensioenfondsen

Een dalende kapitaalmarktrente werkt via de vastrentende waardenportefeuille vrijwel altijd gunstig uit op de vorderingen van pensioenfondsen. Maar daarnaast leidt zo’n daling van de kapitaalmarktrente ook tot een stijging van de verplichtingen van pensioenfondsen, want die verplichtingen worden verdisconteerd tegen een afgeleide van de kapitaalmarktrente: de actuele rentetermijnstructuur. Vanuit het perspectief van balansmanagement helpt de vastrentende waardenportefeuille om de stijging van die verplichtingen (deels) te compenseren. Omdat de verplichtingen sterk rentegevoelig zijn en omdat pensioenfondsen normaal gesproken het renterisico niet helemaal afdekken, overtrof de stijging van de verplichtingen die van de vorderingen. Per saldo resteerde een afname van het eigen vermogen van pensioenfondsen en dus van de dekkingsgraad. 

Wanneer de rente stijgt, gebeurt het omgekeerde. De waarde van de vastrentende portefeuille zal dan dalen, maar dit geldt ook voor de waarde van de verplichtingen. De dekkingsgraad van pensioenfondsen die het renterisico grotendeels hebben afgedekt, zal dan dus niet veel veranderen. Pensioenfondsen die dat niet hebben afgedekt, zien hun dekkingsgraad per saldo stijgen.

De daling van Europese kapitaalmarktrentes leidde tegelijkertijd tot een appreciatie van de belangrijkste vreemde valuta’s ten opzichte van de euro. Beleggingen in effecten die gedenomineerd zijn in vreemde valuta’s namen daardoor in waarde toe. Al met al hadden pensioenfondsen per ultimo van het eerste kwartaal €636 miljard belegd in effecten gedenomineerd in vreemde valuta. Ongeveer twee derde daarvan (€399 miljard) betrof beleggingen gedenomineerd in Amerikaanse dollars. Pensioenfondsen dekken zich met valutaderivaten in tegen het risico op wisselkoersdalingen. Omdat in het eerste kwartaal daarentegen sprake was van wisselkoersstijgingen, daalde de netto waarde van de valutaderivaten van -€10 miljard naar -€29 miljard.