Overschot op de lopende rekening weer groot

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 24 juni 2015

Nederland heeft in het eerste kwartaal van 2015 een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans gerealiseerd van EUR 21 miljard (13% van het bruto binnenlands product (bbp)). Het overschot lag daarmee EUR 1 miljard hoger dan in het eerste kwartaal van 2014. Zowel het goederen- en dienstenverkeer als de inkomens droegen bij aan deze toename. Het netto extern vermogen van Nederland nam toe naar EUR 708 miljard (107% van het bbp op jaarbasis). Onderliggend namen zowel de vorderingen op het buitenland als de verplichtingen aan het buitenland toe, vooral gedreven door waardestijgingen.

Lopende rekening

In het eerste kwartaal van 2015 realiseerde Nederland in het goederen- en dienstenverkeer een hoger saldo dan in het beginkwartaal van 2014. De toename van het goederensaldo was het resultaat van lagere waarden voor zowel de uitvoer (-3%) als de invoer (-5%), die geheel voortkwamen uit lager uitvoer- en invoerprijzen. De handelsvolumes namen toe. De waardedaling concentreerde zich in de energieproducten (aardgas, aardolie, overige delfstoffen). De dollarprijs voor ruwe aardolie lag het gehele kwartaal fors lager dan een jaar eerder, en zorgde ondanks de hogere dollarkoers voor lagere prijzen in euro’s. In het dienstenverkeer was sprake van een waardestijging van zowel de uitvoer (7%) als de invoer (6%) ten opzichte van een jaar eerder, breed gedreven door het reisverkeer, de zakelijke dienstverlening, (in wat mindere mate) de vervoersdiensten en de overige diensten. Uit winsten op kapitaaldeelnemingen en rente op intraconcernleningen ontving Nederland weer fors meer dan het aan het buitenland uitbetaalde, met een batig saldo van EUR 11 miljard tot gevolg. Bij de inkomens uit effecten en vooral het kapitaalmarktpapier was het beeld omgekeerd (met negatieve saldi van EUR -1 miljard en EUR -4 miljard), maar al met al verdiende Nederland na het ongebruikelijke tekort in het vierde kwartaal weer op de (primaire) inkomensstromen met het buitenland.Grafiek 1:

Grafiek 1: Deelsaldi Lopende rekening
(%bbp)

Deelsaldi Lopende rekening

Financieel verkeer en netto extern vermogen

In het financieel verkeer namen zowel de vorderingen op het buitenland (met EUR 68 miljard) als de verplichtingen aan het buitenland (met EUR 54 miljard) toe. Daarmee droegen de financiële transacties met het buitenland bij aan de toename van het netto extern vermogen van Nederland. De directe investeringen vormden een uitzondering op dit beeld. Buitenlandse bedrijven pleegden voor EUR 19 miljard aan directe investeringen in Nederland, voor een belangrijk deel gedreven door de overname van het Nederlandse vastgoedfonds Corio N.V. door het Franse Klépierre. De directe investeringen van Nederland in het buitenland bleven daar met EUR 12 miljard bij achter.

In het effectenverkeer was sprake van forse verkopen van effecten, zowel van buitenlandse effecten door Nederlanders (EUR 10 miljard) als van Nederlandse effecten door het buitenland (EUR 20 miljard). De verkoop van buitenlandse effecten concentreerde zich met EUR 23 miljard meer dan volledig in het aandelenverkeer, waar vooral pensioenfondsen en beleggingsinstellingen (mede als gevolg van het terugtrekken van participaties door pensioenfondsen) hun buitenlandse aandelenbelang verminderden. Daar tegenover stonden aankopen van buitenlandse obligaties ter waarde van EUR 13 miljard, waarbij vooral schuldpapier van Frankrijk, de VS en België in trek waren. De effectenverkoop van het buitenland had volledig betrekking op Nederlands kapitaalmarktpapier, verspreid over verschillende sectoren. Nederlands geldmarktpapier werd per saldo geplaatst in het buitenland.

Het netto extern vermogen van Nederland nam in het eerste kwartaal van 2015 vooral toe door waardemutaties. Samen met de financiële transacties resulteerden deze in een stijging van het extern vermogen met EUR 135 miljard tot EUR 708 miljard. Een belangrijk deel hiervan is toe te schrijven aan de pensioenfondsen en gelieerde entiteiten. Deze instellingen beleggen fors in buitenlandse obligaties, die door de rentedaling flink in waarde zijn gestegen. Daarnaast sluiten ze op grote schaal rentederivaten af, om zich te verzekeren tegen een rentedaling. Nu die rentedaling zich al lange tijd manifesteert, is de waarde van die derivaten gestegen. Uiteraard zijn de verplichtingen van de pensioenfondsen eveneens in waarde toegenomen, maar deze verplichtingen hebben geen grensoverschrijdend karakter.