Groei beleggingsinstellingen door koerswinsten op aandelen

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 23 mei 2017

Het beheerd vermogen van Nederlandse beleggingsinstellingen steeg in het eerste kwartaal met EUR 12 miljard (1,4%) tot EUR 839 miljard. Dit was vooral een gevolg van koerswinsten op aandelen. De hieruit voortvloeiende vermogensstijging werd nog afgezwakt doordat investeerders EUR 7,8 miljard uit de beleggingsfondsen terugtrokken.

Het totale vermogen van Nederlandse beleggingsinstellingen is in het eerste kwartaal van 2017 met EUR 11,6 miljard (ofwel 1,4%) gegroeid. Daarmee werd een nieuwe recordomvang van het beheerd vermogen van beleggingsfondsen bereikt van EUR 839 miljard (zie grafiek 1). De toename trad vooral op bij de aandelenfondsen; zij stegen met EUR 10,8 miljard (3,7%) tot EUR 306 miljard. Verder groeide de categorie overige fondsen, met daarin onder andere hypotheek-, hedge- en grondstoffondsen, met EUR 4,0 miljard (2,6%) tot EUR 159 miljard. Obligatiefondsen krompen daarentegen met EUR 3,8 miljard (-1,5%) tot EUR 261 miljard.

De toename was vooral het gevolg van koerswinsten op aandelen van 5%, wat in lijn was met de wereldwijde koersstijging op aandelenbeurzen. Beursgenoteerde aandelen vormen de grootste beleggingscategorie van beleggingsinstellingen. De aandelenkoersstijging leidde tot een groei van dit aandelenbezit met EUR 16 miljard tot EUR 330 miljard. Mede daardoor hebben de beleggingsinstellingen in totaal een kwartaalrendement van 2,3% behaald (inclusief beleggingsopbrengsten zoals dividend en rente). Het rendement op aandelenfondsen was het hoogst met 6,1%

Het effect van de aandelenkoersstijging werd deels nog teniet gedaan door onttrekkingen van investeerders, die voor het tweede achtereenvolgende kwartaal optraden (zie grafiek 2). In het eerste kwartaal van 2017 werd EUR 7,6 miljard (0,9% van het vermogen) uit de beleggingsfondsen teruggetrokken. Dit gebeurde door institutionele beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars. Bij aandelenfondsen was zelfs sprake van een netto-uitstroom van EUR 8,3 miljard (2,8% van vermogen). Dit hing gedeeltelijk samen met de positieve herwaardering van de aandelenbeleggingen. Daardoor ontstond een overweging van het aandelenbezit bij een aantal institutionele beleggers, die werd afgeroomd via een zogeheten herbalancering. Dat leidde tot terugtrekking van gelden uit aandelenfondsen, die vervolgens op een andere manier – ook anders dan via beleggingsinstellingen - zijn aangewend.

Ook de obligatiefondsen kenden een netto-uitstroom (EUR 2,5 miljard, 1% van vermogen). Alleen bij de categorie overige fondsen was sprake van een positieve netto-inleg. Beleggers brachten in deze fondsen per saldo voor EUR 3,3 miljard (2% van vermogen) aan geld in, waarvan EUR 1,3 miljard bij woninghypotheekfondsen. Daarmee namen de verstrekte woninghypotheken vanuit Nederlandse beleggingsfondsen met 6% toe tot EUR 24,2 miljard. Daarnaast werd geld ingelegd bij private equity-, grondstof- en hedgefondsen.