Statistisch Nieuwsbericht: Buitenlandse winsten drijven overschot lopende rekening op

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 22 december 2017

Nederland realiseerde in het 2017K3 een overschot van EUR 18 miljard op de lopende rekening. Dit is 10% van het bruto binnenlands product (bbp), 2 procentpunt meer dan in 2016K3.

De in- en uitvoerwaarden van goederen en diensten namen met 8% toe ten opzichte van een jaar geleden. Het overschot reflecteerde zich niet in het netto extern vermogen, het saldo van Nederlandse activa en passiva ten opzichte van het buitenland. Dat daalde met 8% naar EUR 459 miljard (64% van het bbp). Deze daling kwam vooral door de gunstige marktontwikkelingen op de Nederlandse beurzen. De hogere Nederlandse beurskoersen leidden tot een grotere waarde van onze verplichting aan buitenlandse beleggers en daarmee tot een lager netto extern vermogen.


Saldo lopende rekening neemt toe

Ten opzichte van 2016K3 nam het saldo op de lopende rekening in 2017K3 met EUR 6 miljard toe. Deze stijging is vooral toe schrijven aan de ontwikkeling van het saldo van de primaire inkomens. Buitenlandse dochters van Nederlandse bedrijven waren winstgevender dan een jaar geleden, waardoor het inkomen op directe investeringen toenam. Vooral het recent door Shell gepubliceerde winstgevende derde kwartaal droeg hieraan bij. Daarentegen lijkt het inkomen van Nederlandse bedrijven dat toekomt aan buitenlandse moedermaatschappijen te zijn afgenomen en namen de dividenduitkeringen aan buitenlandse beleggers af.

De groei van de goederen- en dienstenhandel tussen Nederland en het buitenland zette zich voort. Nederland realiseerde in 2071K3 een handelsoverschot van EUR 20 miljard. De import- en exportwaarde van goederen namen met 9% toe ten opzichte van een jaar geleden. Deze toename werd vooral gedreven door een volumegroei, die voor zowel import als de export ongeveer 6% bedroeg. De uitvoer van diensten steeg met 8%, de invoer met 6%.

Financieel verkeer

Het buitenland investeerde in 2017K3 voor een relatief groot bedrag, EUR 58 miljard, in de Nederlandse economie. Hiervan kwam EUR 37 miljard binnen via de bijzondere financiële instellingen. Dit zijn in Nederland gevestigde financiële intermediairs die binnenkomende investeringen vaak direct weer herinvesteren in het buitenland. Het bedrag aan Nederlandse investeringen in het buitenland was met EUR 44 miljard ook groot. EUR 33 miljard hiervan kwam op het conto van de bijzondere financiële instellingen. Bij de niet-financiële vennootschappen waren er dit kwartaal geen grote fusies of overnames. Het grootste deel van zowel de inkomende als uitgaande directe investeringen betrof intra-concernleningen tussen moeder- en dochterbedrijven. Per saldo stroomde er via directe investeringen EUR 14 miljard Nederland binnen.

Via het effectenverkeer stroomde er in 2017K3 netto EUR 17 miljard Nederland uit. Nederlandse beleggers kochten, net als in het tweede kwartaal, op grote schaal buitenlandse effecten aan (EUR 16 miljard). Vooral Nederlandse beleggingsinstellingen en pensioenfondsen waren actief. Zij kochten vooral Amerikaanse aandelen en Amerikaans kapitaalmarktpapier, waarvan een aanzienlijk deel overheidspapier. Buitenlandse beleggers stootten daarentegen per saldo voor een klein bedrag (EUR -1 miljard) aan Nederlandse effecten af. Omvangrijke aankopen van Nederlands bancair geldmarktpapier compenseerden grote verkopen aan kapitaalmarktpapier en Nederlandse beursgenoteerde aandelen. Daarmee nam het buitenlands bezit van Nederlandse staatsobligaties, dat al sinds begin 2015 gestaag daalt, verder af. De incidenteel forse verkoop van Nederlandse beursgenoteerde aandelen hing samen met de Amerikaanse overname van een Nederlandse holding in de technologie-industrie.

In het derivatenverkeer was de instroom vanuit het buitenland in 2017K3 met EUR 18 miljard relatief groot. Nederlandse pensioenfondsen en andere financiële instellingen dekten zich veelal in tegen een koersstijging van de euro. Door de relatief forse appreciatie van de euro werden dit kwartaal dus flinke winsten geboekt op de valutaderivaten. Aan het einde van de looptijd van de contracten leidt dit tot instroom vanuit het buitenland. Tegenover de positieve herwaarderingen op valutaderivaten stonden wisselkoersverliezen op buitenlandse beleggingen. Ook stegen wereldwijd de grondstofprijzen en verzilverden institutionele beleggers winsten op grondstoffutures.