Statistisch Nieuwsbericht: Overschot lopende rekening neemt af in eerste kwartaal

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 27 juni 2019

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans is in het eerste kwartaal van 2019 met 10 procent op jaarbasis gedaald tot 18,1 miljard euro. Dat komt overeen met 9 procent van het bbp. In 2018 haalde Nederland nog een recordoverschot op de lopende rekening

Import goederen stijgt sterker dan export

De daling van het overschot werd onder meer gedreven door een lager overschot in het goederenverkeer (zie figuur 1). Het overschot daalde op jaarbasis met 1,8 miljard euro tot 17,6 miljard euro. Onderliggend steeg de import van goederen sterker dan de export, zowel in volume als in waarde. De groei van de in- en uitvoer van goederen werd gedrukt doordat een bedrijf vanaf oktober een flink deel van zijn handelsstromen naar een ander land heeft verplaatst. Dit had een groter negatief effect op de uitvoer dan op de invoer van goederen, maar bij de diensten was de invloed op de invoer groter dan de uitvoer. In totaal was het effect op het handelssaldo neutraal.

Het overschot op het dienstensaldo steeg op jaarbasis met 3 miljard euro tot 4,5 miljard euro.

Bij de primaire inkomens was sprake van een tekort van 1,5 miljard euro, waar een jaar eerder nog sprake was van een overschot van 1,3 miljard euro. Buitenlandse investeerders in met name Nederlandse niet-financiële bedrijven zagen hun inkomsten op deze grensoverschrijdende investeringen (winsten, dividenden en rentes) sterker stijgen dan andersom.


Minder herstructureringen door multinationals

In de financiële rekening van de betalingsbalans valt op dat in het eerste kwartaal van 2019 de bruto directe investeringstransacties normaliseerden nadat er eind 2018 sprake was van grote desinvesteringen. Dat is te zien in figuur 2.

De investeringen in buitenlandse groepsmaatschappijen vanuit Nederlandse entiteiten namen in het vierde kwartaal nog af met 198 miljard euro en de investeringen van het buitenland in Nederlandse groepsmaatschappijen daalden met 187 miljard euro. De desinvesteringen waren afkomstig van een aantal grote, veelal Amerikaanse, multinationals. Een versimpeling van hun internationale bedrijfsstructuur leidde in deze gevallen tot het liquideren van Nederlandse en buitenlandse tussenholdings (in Nederland betreft dit veelal zogenoemde brievenbusmaatschappijen). Dit is in een aantal gevallen gerelateerd aan de verlaging van de Amerikaanse vennootschapsbelasting per begin 2018.

In het eerste kwartaal stegen directe investeringen van Nederlandse bedrijven in het buitenland met 21 miljard euro, terwijl buitenlandse directe investeringen in Nederland met 20 miljard euro daalden. Hier stond tegenover dat het buitenland het Nederlandse effectenbezit uitbreidde met 32 miljard, waar Nederlandse beleggers het effectenbezit in het buitenland slechts met 4 miljard uitbouwden.