Overschot lopende rekening blijft dalen

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 27 december 2019

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans is in het derde kwartaal van 2019 met 8 procent op jaarbasis gedaald tot 19,3 miljard euro. Dat komt overeen met 9,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

In 2018 haalde Nederland (op jaarbasis) nog een recordoverschot op de lopende rekening van 84 miljard euro (11 procent bbp). Vooralsnog lijkt dit record in 2019 niet geëvenaard te worden, aangezien ook in de voorgaande kwartalen sprake was van een daling in het overschot, gemeten op jaarbasis. Wel is het overschot nog altijd hoger dan de norm van 6 procent die de Europese Commissie heeft gesteld in het kader van de macro-economische onevenwichtigheden procedure (Macroeconomic Imbalance Procedure, MIP)

De daling in het derde kwartaal was, net als in de twee voorgaande kwartalen, vooral afkomstig van een neerwaartse beweging in het primaire inkomenssaldo.

Primaire inkomens drukken lopende rekening

De primaire inkomens daalden in het derde kwartaal met 90 procent op jaarbasis tot 158 miljoen euro, zie figuur 1. Lagere winsten van in Nederland gevestigde bedrijven op hun buitenlandse dochters drukten de ontvangstenkant. Voor een deel was de winstdaling afkomstig van bedrijven met weinig fysieke aanwezigheid in Nederland, maar wel een beursnotering. Tegelijkertijd namen de uitgaven toe door hogere winsten van buiten ons land gevestigde bedrijven op hun Nederlandse dochters.

Het goederensaldo (het saldo van export en import van goederen) daalde op jaarbasis met 4 procent tot 17,6 miljard euro. De exportgroei bleef achter bij die van de import. Dit kwam onder meer door ontwikkelingen in het buitenland, zoals de minder goed presterende Duitse industrie. De importgroei werd gestimuleerd door onder meer een grotere import van personenauto’s ten opzichte van dezelfde periode in 2018.

Het dienstensaldo steeg tegelijkertijd met 43 procent tot 2,9 miljard euro, waardoor het handelssaldo verbeterde op jaarbasis. Dit kwam voornamelijk door een groot bedrijf dat bezig is met het afbouwen van zijn activiteiten in Nederland en daardoor minder licenties importeert.

Het secundaire inkomenssaldo is zoals gebruikelijk negatief en kwam uit op -945 miljoen euro. Onder dit cijfer vallen afdrachten aan en subsidies van de Europese Unie van de Nederlandse overheid en geldtransfers van migranten aan hun land van herkomst.

Extern vermogen stijgt sterk

Het netto extern vermogen –het saldo van vorderingen en verplichtingen ten opzichte van het buitenland- is de afgelopen kwartalen opvallend sterk gestegen, zie figuur 2. In het derde kwartaal kwam het extern vermogen uit op 732 miljard euro, 50 procent meer dan aan het eind van het derde kwartaal van 2018.

In het vierde kwartaal van 2018 ging het extern vermogen voor het eerst door de grens van de 500 miljard euro en sindsdien is de stijgende lijn voortgezet. Ook in percentages van het bbp neemt het netto extern vermogen al jaren gestaag toe, maar is er nu sprake van een versnelling.

Deze stijging wordt in belangrijke mate veroorzaakt door positieve waardemutaties in de bezittingen van Nederlandse banken, beleggingsfondsen en pensioenfondsen in het buitenland. Dit als gevolg van de stijging van de koersen op de internationale financiële markten. De koersstijgingen zijn breed gedragen en gelden zowel voor aandelen als obligaties en derivaten.