Ontwikkelingen van Nederlandse BFI’s in 2011

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 30 januari 2013

Buitenlandse multinationals maken veelvuldig gebruik van Nederlandse dochterondernemingen bij de vormgeving van hun grensoverschrijdende financiële infrastructuur. Over deze zogenaamde Bijzondere Financiële Instellingen (BFI’s) verzamelt DNB gegevens ten behoeve van de betalingsbalans en International Investment Position (IIP).

Uit nieuwe cijfers over 2011 blijkt dat de vorderingen van BFI’s op het buitenland waren toegenomen tot € 3.000 mrd, voornamelijk bestaande uit kapitaaldeelnemingen in dochtermaatschappijen (€ 1.800 mrd), intra-concernleningen (€ 830 mrd) en bancaire leningen (Noot 1) (€ 230 mrd, grafiek 1). Verder bezaten BFI’s nog effecten en derivaten (€ 140 mrd).

Transactievolume nam af

Grafiek 1 Vorderingen (standen) van Nederlandse BFI’s (links) en transacties (alleen inkomend, rechts)

De inkomende financiële transacties van BFI’s bereikten in 2008 een maximum van € 5.260 mrd waarna deze gestaag afnamen naar € 4.000 mrd in 2011. Tegenover elke inkomende transactie staat ook een uitgaande transactie. De uitsplitsing van transacties naar instrumenttype wijkt sterk af van de uitsplitsing naar standen (grafiek 1). In 2011 bedroegen de ontvangsten in de vorm van kapitaal-deelnemingen € 420 mrd (Noot 2). Het gros van de inkomende transacties bestond uit concernleningen (€ 1.630 mrd) en bancaire leningen (€ 1.410 mrd). Deze transacties betreffen met name het doorrollen van leningen, waarbij de aflossing van de oude lening en opname van nieuwe lening beide als transacties worden gezien. De afname van de transacties sinds 2008 wordt verklaard door de langere looptijden van betreffende leningen nadat deze in 2007 en 2008 sterk waren verkort. Omdat deelnemingen over het algemeen een langer karakter hebben, is de verhouding van transacties met de balansstand veel lager dan bij concernleningen en bancaire leningen het geval is. 

Financiering vanuit Luxemburg, de VS en het VK

BFI’s betrokken een groot deel van hun financiering uit Luxemburg, de VS en het VK (grafiek 2). De schulden aan deze landen in de vorm van kapitaaldeelnemingen van de moedermaatschappijen (€ 890 mrd), leningen (€ 310 mrd) en uitgegeven effecten (€ 380 mrd) vormden samen ruim 50% van de totale buitenlandse schuldpositie van BFI’s in 2011. Vooral de schuldposities op Luxemburg en de VS waren sterk toegenomen sinds 2006. Daarentegen was de schuldpositie op het VK in deze periode nauwelijks gegroeid. De vorderingen op Luxemburg, de VS en het VK waren met  € 1.010 mrd aanzienlijk lager dan de schulden. BFI’s hadden derhalve een netto schuldpositie van € 570 mrd op deze landen. Overigens betrof dit de geografie van de directe tegenpartij en is dit mogelijk niet de geografie van het uiteindelijke houderschap. Van de € 480 mrd aan door BFI’s uitgegeven effecten is € 130 mrd uitgegeven in het VK en € 220 mrd in Luxemburg. Exclusief deze effecten bedroeg de netto schuldpositie van BFI’s op de VS € 200 mrd, op Luxemburg € 60 mrd, en sloeg de netto schuldpositie op het VK om in een netto vorderingenpositie à € 60 mrd. 

Vorderingen op ontwikkelingslanden, Zuid-Europa en BRIICs

Doordat BFI’s vaak als holding fungeerden waarin internationale kapitaaldeelnemingen centraal werden beheerd was de distributie van de vorderingen meer gespreid. Tegenover het beperkte aantal landen waarop BFI’s een netto schuldpositie hadden, stonden vele landen waarop BFI’s een netto vordering hadden. Hieronder bevonden zich onder meer ontwikkelingslanden, de zuidelijke Europese landen en opkomende economieën zoals de BRIICs. Deze drie groepen waren gezamenlijk goed voor 40% van de totale groei van de vorderingen van BFI’s sinds 2006 (€ 430 mrd van de totale groei van € 1.120 mrd). Ook de schulden van BFI’s op deze groepen groeiden sterk (van € 110 mrd in 2006 naar € 280 mrd in 2011), een teken dat ook multinationals uit deze landen vaker gebruik maken van Nederlandse BFI’s om kapitaaldeelnemingen in onder te brengen. Ook voor de vorderingen geldt dat dit de geografie van de directe tegenpartij betreft en mogelijk niet de geografie van het uiteindelijke houderschap. Dit geldt bijvoorbeeld voor de groep offshore financial centers, maar ook voor andere landen met een aanzienlijke sector BFI’s zoals Luxemburg.

Geografische uitsplitsing vorderingen en schulden van Nederlandse BFI’s in 2011 ten opzichte van 2006

Ontvangen inkomen bedroeg €126 miljard

De verdeling in netto vorderingenlanden en netto schuldenlanden vertaalde zich in de inkomensstromen. BFI’s ontvingen dividend (en ingehouden winst) over kapitaaldeelnemingen en rente over uitstaande leningen. In 2011 bedroeg het totale ontvangen inkomen van BFI’s € 126 mrd. Dit inkomen werd – eveneens in de vorm van dividend, ingehouden winst en rente - doorgegeven aan de moedermaatschappijen. Per saldo ontvingen BFI’s inkomens uit de netto vorderingenlanden en betaalden inkomens aan de netto schuldenlanden (zoals de VS en Luxemburg). 


Noten
Noot 1: Deze bestaan voornamelijk uit intra-concernleningen van BFI’s behorend tot bankenconcerns. Daarnaast betreft het leningen aan derden.
Noot 2: Bestaande uit verkoop van kapitaaldeelnemingen in het buitenland (afname vorderingen) plus buitenlandse investeringen in Nederlandse BFI’s in de vorm van kapitaaldeelnemingen (toename schulden).