Overschot lopende rekening boven EUR 20 miljard

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 17 juni 2013

Het overschot op de lopende rekening is in het eerste kwartaal van 2013 uitgekomen op bijna EUR 23 miljard (15% van het bruto binnenlands product). Het is daarmee hoger dan in enig eerder kwartaal, en ook fors hoger dan het niveau een jaar eerder.

De verbetering ten opzichte van het eerste kwartaal van 2012 is toe te schrijven aan gestegen saldo’s bij het goederenverkeer (naar EUR 17 miljard), het dienstenverkeer (naar EUR 4 mrd) en de inkomens (naar EUR 6 miljard). Het extern vermogen van Nederland steeg met ruim EUR 21 miljard naar een niveau van EUR 346 miljard.

Saldo lopende rekening

Bij het goederenverkeer komt het toegenomen saldo voort uit een waardestijging van de uitvoer, tegenover een lichte waardedaling van de invoer. De importwaarde lag het eerste kwartaal voor het eerst sinds 2009 lager dan in de overeenkomstige periode een jaar eerder. Een vergelijkbaar patroon deed zich voor bij het dienstenverkeer. Het in het vorige kwartaal bereikte hoge niveau van het dienstensaldo heeft zich in het eerste kwartaal van 2013 bestendigd. Het inkomenssaldo is met ruim EUR 2 miljard toegenomen ten opzichte van een jaar eerder, onder andere door hogere in het buitenland behaalde winsten die Nederlandse bedrijven slechts deels aan buitenlandse beleggers hebben uitgekeerd. 
 
Tegenover het overschot op de lopende rekening staat een netto uitstroom op de financiële rekening, die vooral is terug te voeren op het effectenverkeer. Als gevolg van transacties in het effectenverkeer bedroeg de uitstroom in het eerste kwartaal van 2013 meer dan EUR 16 miljard. Het gaat daarbij nagenoeg geheel om netto aankoop van buitenlandse effecten door Nederlandse ingezetenen: voor EUR 7 miljard aan buitenlandse aandelen, EUR 2 miljard aan langlopend en EUR 7 miljard aan kortlopend schuldpapier. De netto aankoop van Nederlandse effecten door het buitenland komt op ongeveer nul uit, doordat de buitenlandse aankoop van ruim EUR 6 miljard aan Nederlandse aandelen gepaard gaat met een vergelijkbare verkoop van, vooral kortlopend, schuldpapier.
 
Naast de financiële transacties droegen prijs- en wisselkoersmutaties van effecten bij aan de toename van het externe vermogen. Wereldwijd behaalden aandelenbeurzen forse rendementen. De netto positie in aandelen van EUR 167 miljard eind 2012, nam vanwege deze waardeveranderingen toe met zo’n EUR 31 miljard. Doordat het Nederlandse bezit aan buitenlandse aandelen groter is dan het buitenlandse bezit aan Nederlandse aandelen, zijn stijgende aandelenkoersen gunstig voor de externe vermogenspositie. Het achterblijven van de Amsterdamse beurs ten opzichte van buitenlandse aandelenbeurzen droeg daar nog aan bij.
 
In het eerste kwartaal hebben Nederlandse beleggers, mogelijk door afnemende spanningen binnen het eurogebied, per saldo Duits schuldpapier verkocht. Terwijl in totaal schuldpapier van het buitenland is aangekocht, werd ruim EUR 4 miljard aan Duits schuldpapier van de hand gedaan, waarvan het merendeel staatspapier. De laatste keer dat per saldo Duits papier werd verkocht was in het vierde kwartaal van 2009. In de periode 2010 – 2012 werd gemiddeld voor circa EUR 5 miljard per kwartaal gekocht. Duitsland blijft onbetwist het belangrijkste land voor Nederlandse beleggers in schuldpapier, met een uitstaande positie van EUR 172 miljard. Dit is 26 procent van het totaal aan Nederlandse beleggingen in buitenlands schuldpapier. Frankrijk volgt, met een aandeel van 17 procent (EUR 115 miljard) op de tweede  plaats. In het eerste kwartaal werd voor EUR 3,5 miljard aan Frans schuldpapier gekocht, waardoor het gat tussen beide landen wel kleiner werd.
 

Schuldpapier Duitsland en Frankrijk