Gemiddelde dekkingsgraad pensioenfondsen in mei afgenomen

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 20 juni 2013

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in mei gedaald naar 104%. Eind maart 2013 bedroeg de gemiddelde dekkingsgraad nog 106%. De dekkingsgraad - de verhouding tussen de beschikbare middelen en de verplichtingen – is met name afgenomen door een daling van de rentetermijnstructuur.

De rentetermijnstructuur inclusief UFR en middeling [noot 1] (tabel 1.3) is tussen eind maart en eind mei gedaald. Zo daalde de gemiddelde 20-jaars rente met 11 basispunten. Hierdoor steeg de waarde van de verplichtingen, ook wel technische voorzieningen genoemd. De kapitaalmarktrente is in deze periode echter gestegen, hetgeen geresulteerd heeft in een daling van de waarde van de vastrentende waarden portefeuille. De aandelenkoersen namen tussen eind maart en eind mei toe. De MSCI-World index steeg met 3,7% in deze periode en de AEX met 4,4%, waardoor de waarde van de aandelenportefeuille van pensioenfondsen is toegenomen. Dit effect was evenwel niet voldoende om de negatieve impact van de rente op de verplichtingen en vastrentende waarden portefeuille te compenseren.

Van de 295 pensioenfondsen met beleggingen voor risico van het fonds hadden er 129 eind mei 2013 een dekkingsgraad van minder dan 105%. Deze fondsen verkeren in een dekkingstekort. Dit zijn er 21 meer dan eind maart 2013. Per ultimo mei waren 3,8 miljoen actieve deelnemers en 1,9 miljoen pensioengerechtigden aangesloten bij een pensioenfonds met een dekkingstekort. 

Dekkingsgraad pensioenfondsen

Noot 1: Vanaf 30 september 2012 is de rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen aangepast door de introductie van een ultimate forward rate (UFR) voor looptijden vanaf 20 jaar. Voor alle looptijden is er sprake van een driemaandsmiddeling.