Omvang bedrijfsobligaties gegroeid tot boven EUR 100 miljard

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 6 augustus 2013

De omvang van de markt voor Nederlandse bedrijfsobligaties is sinds 2007 verdubbeld. Vooral in de periode vanaf 2009 is het beroep op de obligatiemarkt door niet-financiële ondernemingen sterk toegenomen. De omvang steeg tot een recordhoogte van EUR 105 miljard in het eerste kwartaal van 2013. Een van de verklaringen voor de sterke toename is de dalende rente op obligaties, zowel in absolute termen als in vergelijking met de rente op bankleningen.

Figuur 1 laat de ontwikkeling van de markt van Nederlandse (langlopende) bedrijfsobligaties zien. Vóór de financiële crisis was de markt redelijk stabiel en beperkt van omvang (EUR 51 miljard ultimo 2006). Tijdens de financiële crisis steeg het uitstaande bedrag aan bedrijfsobligaties tot een tijdelijke piek van EUR 95 miljard in eerste helft van 2010, waarna een lichte daling plaatsvond. Vanaf 2012 steeg de uitstaande waarde van bedrijfsobligaties weer sterk en in het eerste kwartaal van 2013 werd een recordhoogte van EUR 105 miljard bereikt.

Figuur 1: Omvang bedrijfsobligaties (in miljarden EUR)

Bron: emissiemarkt DNB, uitstaande bedragen langlopend schuldpapier (nominale waarde)

De groei van de kapitaalmarkt voor bedrijfsobligaties sinds de financiële crisis is ook af te lezen aan de toename van de omvang van de uitgiftes (Figuur 2). Vooral in 2009 plaatsten grote bedrijven veel nieuwe obligaties (EUR 31 miljard). Na een terugval in met name 2011 ( EUR 6 miljard) trok i n 2012 de markt opnieuw aan en steeg de omvang van de uitgiftes naar EUR 16 miljard. In de eerste helft van 2013 bedroegen de uitgiften EUR 4,5 miljard, tegenover respectievelijk EUR 5,7 miljard en EUR 3,9 miljard in de eerste helft van 2012 en 2011.

Figuur 2: Uitgiftes bedrijfsobligaties (in miljarden EUR)

Figuur 1 - Omvang bedrijfsobligaties (in miljarden EUR).

Bron: emissiemarkt DNB, bruto-emissies langlopend schuldpapier (nominale waarde)

Een van de verklaringen voor de toename van het beroep op de obligatiemarkt is dat sinds begin 2009 de rente op obligaties gedaald is tot onder de rente op bankleningen (Figuur 3). Daarnaast zijn de voorwaarden die banken aan de verstrekking van een lening stellen, stringenter geworden. Voor bedrijven werd het dus aantrekkelijker zich via bedrijfsobligaties te financieren. Sinds de financiële crisis is het aandeel obligatieleningen in het vreemd vermogen van bedrijven sterk toegenomen. Voor de financiële crisis was het aandeel van uitstaande bedrijfsobligaties ten opzichte van bankleningen 15%. Sinds de tweede helft van 2009 is dit aandeel gestegen tot boven de 20%.  

De rente op de kapitaalmarkt in Nederland ligt, net als in Duitsland en de Verenigde Staten, nog altijd op een historisch laag niveau. In 2006 lag de gemiddelde vijfjaarsrente op Nederlandse staatsobligaties op 4,2%. Vanaf het laatste kwartaal in 2008 daalde de rente sterk tot onder de 0,5% in het laatste kwartaal van 2012. Beleggers zochten daardoor actief naar hogere rendementen door te investeren in langlopende bedrijfsobligaties. Door de grote vraag naar bedrijfsobligaties waren de meeste uitgiftes diverse malen overschreven, waardoor het verschil in rendement met staatsobligaties kleiner werd. Bedrijven konden zich door de lage rentetarieven herfinancieren tegen lagere tarieven dan enkele jaren geleden. De vijfjaarsrente op bedrijfsobligaties was 6,2% in 2008, eind 2012 was deze gedaald tot 2,1%. Figuur 2 toont dat vanaf het laatste kwartaal van 2008 deze daling in de rente gepaard ging met een toename in de uitgifte van bedrijfsobligaties.

Een deel van de uitgiftes in 2013 werd gedaan ter vervanging van oude leningen. Zo losten Nederlandse bedrijven in de eerste helft van 2013 in totaal ruim EUR 7,5 miljard af, waarvan EUR 2,9 miljard werd geherfinancierd. Ook in de tweede helft van 2013 moet er EUR 7,2 miljard worden afgelost, zodat er mogelijk meer uitgiftes van bedrijfsobligaties volgen. Aangetekend moet worden dat in het tweede kwartaal van 2013 de rentes relatief fors zijn gestegen, wat eventueel een negatief effect heeft op de uitgifte van obligaties.

Figuur 3: Vijfjaarsrentes bedrijfsobligaties en bankleningen aan niet-financiële bedrijven

Figuur 2 - Uitgiftes bedrijfsobligaties (in miljarden EUR)

Figuur 3 - Vijfjaarsrentes bedrijfsobligaties en bankleningen aan niet-financiële bedrijven

Bron: rentestatistieken MFI’s DNB en eigen berekening [noot 1]

Het aantal bedrijven dat een beroep doet op de obligatiemarkt is zeer beperkt. In de eerste helft van 2013 gingen in totaal acht niet-financiële instellingen de kapitaalmarkt op, tegenover tien bedrijven in zowel 2012 als 2011. Tabel 1 toont de tien grootste emittenten van bedrijfsobligaties, op basis van de uitstaande schuld voor 2005 en 2012. Het marktaandeel van deze bedrijven komt in 2005 en 2012 uit boven de 50%. Daarnaast heeft het merendeel van de bedrijven die in 2005 grote bedragen hadden uitstaan, sinds de financiële crisis meer obligaties uitgegeven. Dit duidt erop dat de kapitaalmarkt een structurele financieringsbron is geworden voor deze ondernemingen.

Tabel 1: Grootste spelers op de Nederlandse markt voor bedrijfsobligaties
EmittentUltimo 2005 EmittentUltimo 2012
1.Koninklijke KPN N.V.7,21.Koninklijke KPN N.V.13,2
2.Unilever7,22.Royal Dutch Shell10,0
3.Royal Dutch Shell5,53.Heineken N.V.8,2
4.Koninklijke Philips N.V.3,54.RWE5,0
5.AkzoNobel2,75.N.V. Nederlandse Gasunie4,5
6.VNU1,76.Unilever4,2
7.Wolters Kluwer1,47.Koninklijke Philips N.V.4,2
8.Koninklijke Ahold N.V.1,38.AkzoNobel3,4
9.Heineken N.V.1,39.NXP Semiconductors3,2
10.Essent NV1,210.Wolters Kluwer1,9
Aandeel 10 grootste75%Aandeel 10 grootste57%
Totale omvang bedrijfsobligaties44,2Totale omvang bedrijfsobligaties101,9

Bron: jaarverslagen en emissiemarkt DNB

Ook binnen het eurogebied is het beroep op de obligatiemarkt door niet-financiële ondernemingen sterk toegenomen. De totale omvang van bedrijfsobligaties is sinds ultimo 2006 gestegen met 82% van EUR 522 tot EUR 945 miljard ultimo mei 2013.

Grote Nederlandse bedrijven kiezen vaker voor de kapitaalmarkt ter financiering van hun activiteiten, in plaats van een banklening. De rentes op bedrijfsobligaties zijn historisch gezien laag, mede ook ten opzichte van de rente op bankleningen. Bedrijfsobligaties zijn dus in toenemende mate een belangrijke bron voor financiering van het Nederlandse bedrijfsleven.

[noot 1] De vijfjaarsrente van Nederlandse bedrijfsobligaties is gebaseerd op slechts één emittent, Koninklijke KPN N.V. KPN was de enige emittent die over de periode 2005-2013 voldoende obligaties had uitstaan om d.m.v. interpolatie uit het rendement van twee obligaties – met een resterende looptijd nabij de vijf jaar – een vijfjaarsrente te berekenen. Desalniettemin geeft het afgeleide rendement een goed beeld van de algemene rentes op bedrijfsobligaties.