Blijvend hoog overschot lopende rekening door omvangrijk derde-kwartaals dienstensaldo

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 17 december 2013

Nederland heeft in het derde kwartaal een overschot op de lopende rekening gerealiseerd van ruim EUR 14 miljard (10% bbp). Het dienstenverkeer, dat in het derde kwartaal veelal een laag saldo kent, droeg daar dit keer belangrijk aan bij. Het Nederlands extern vermogen kwam uit op EUR 305 miljard.

Het overschot op de lopende rekening werd als gebruikelijk vooral gerealiseerd in het goederenverkeer (EUR 12,4 miljard), en in mindere mate het dienstenverkeer (EUR 2,4 miljard) en de inkomens (EUR 3,2 miljard). Zowel het goederensaldo als het dienstensaldo lag hoger dan een jaar eerder, waarbij vooral de stijging in het dienstenverkeer opvallend is. De saldi van de inkomens en de inkomensoverdrachten lieten op jaarbasis een daling zien.

Saldo lopende rekening

Het toegenomen overschot in het goederenverkeer kwam voort uit een enigszins lagere invoerwaarde (-2% ten opzichte van 2012K3), bij nagenoeg gelijk gebleven waarde van de uitvoer (toename van 0,3%). De in- en uitvoervolumes namen wel beide toe. Met name de waarde van de in- en uitvoer van energieproducten (excl. aardgas) waren lager dan een jaar eerder. De exportwaarde van overige goederen lag, na twee magere kwartalen, juist 2% hoger, bij gelijkblijvende invoer. Het grotere aantal werkdagen was hier mede debet aan.
 
De in- en uitvoer van diensten ontwikkelden zich meer uitgesproken, met bijna 10% hogere uitvoer dan een jaar geleden, en ruim 3% lagere invoer. Voor een enigszins vergelijkbare jaar-op-jaar stijging van de uitvoer (boven de 9%) moeten we terug tot de laatste kwartalen van 2010. De groei van de invoer sloeg, na twee kwartalen van nulgroei, voor het eerst sinds het derde kwartaal van 2009 om in een min. Het beeld van lagere diensteninvoer en hogere dienstenuitvoer is ook terug te zien bij elk van de grootste dienstencategorieën afzonderlijk – vervoersdiensten, reisverkeer en overige zakelijke diensten (vooral intraconcerndiensten, boekhoudkundig en zakelijk advies, landbouwkundige en mijnbouwkundige diensten) – die samen zo’n 80% uitmaken van zowel de invoer als de uitvoer van diensten (zie ook grafiek). Zo daalden in de afgelopen vakantieperiode de Nederlandse privébestedingen aan buitenlands reisverkeer met 5%, terwijl de privébestedingen van buitenlandse reizigers in Nederland met ruim 13% juist fors toenamen. Dit is een kanteling van het beeld van een jaar geleden, toen sprake was van een flinke toename van de invoer (7%) en stabiele uitvoer.
 
Deelsaldi dienstenverkeer

Het overschot op de lopende rekening werd in het financieel verkeer vooral weerspiegeld in een saldo van het effectenverkeer van EUR -20 miljard. Waar Nederlandse beleggers voor EUR 13 miljard meer aan buitenlandse effecten kochten dan verkochten – en dan vooral schuldpapier (EUR 12 miljard) – deden buitenlandse beleggers per saldo voor EUR 6 miljard aan Nederlandse effecten van de hand. Dit laatste hangt voor een groot deel samen met de beëindiging van de beursnotering van D.E Masterblenders 1753, waarbij de betreffende aandeelhouders hun positie kregen uitbetaald. Nederlands geldmarktpapier was wel in trek bij buitenlandse beleggers (aankopen van ruim EUR 9 miljard), wat is toe te schrijven aan de netto uitgifte van kort schuldpapier door de Nederlandse overheid.
 
Nederlandse beleggers kochten vooral Brits en Frans schuldpapier (beide rond de EUR 5 miljard). Duits papier werd daarentegen voor EUR 3 miljard van de hand gedaan; een voortzetting van het beeld sinds begin 2013. Ook negatieve koersontwikkelingen droegen dit jaar bij aan een afname van de positie in Duits schuldpapier. Dit alles neemt niet weg dat Duits schuldpapier met een aandeel van 25% nog steeds met afstand het grootste deel van de schuldportefeuille van Nederlandse ingezetenen beslaat (zie grafiek).
 
Nederlandse beleggingen in buitenlands schuldpapier

Het saldo van inkomende en uitgaande directe investeringen was met EUR -3 miljard beduidend minder omvangrijk dan het effectensaldo, hoewel onderliggend wel sprake was van forse stromen. De uitgaande directe investeringen (bijna EUR 15 miljard) zijn al drie jaar niet zo hoog geweest, terwijl voor inkomende investeringen van de huidige omvang (EUR 12 miljard) moet worden teruggegaan naar begin 2012. Nieuwe kapitaaldeelnemingen hebben hierin een behoorlijk aandeel, wat het beeld van een aantrekkende fusie- en overnamemarkt lijkt te bevestigen.