‘Witte vlekken opsporen’

Nieuwsbericht
Datum 13 december 2012

Toezichthouder Christel van Maarseveen onderzoekt de voortgang van banken naar Bazel III. Deel 3 van de rubriek Kijkje in de keuken van het toezicht.

Maarseveen

Roept Bazel III veel vragen op?
‘Ja, vooral omdat de regelgeving nog niet stabiel is. Bazel III is weliswaar vastgelegd, maar er wordt nu nog onderhandeld over hoe dat in Europa precies moet worden geïmplementeerd. Dat creëert onduidelijkheid en dat is natuurlijk heel vervelend voor banken.’  
 

 

Hoe bereiden banken zich voor op Bazel III?
‘De banken zijn hiermee druk bezig. Banken moeten niet alleen meer kapitaal gaan aanhouden – dat kapitaal moet ook van betere kwaliteit zijn. Dat vraagt om een andere verhouding tussen de verschillende kapitaalinstrumenten, en dat roept veel vragen op. Welke verhouding is het beste voor onze bank? Welke instrumenten kunnen wij uitgeven en wat is daarvoor een goed moment? Alle banken staan voor dergelijke vragen. Daarbij maken ze verschillende keuzes. Sommige instellingen kiezen hun eigen lijn op basis van de contouren van Bazel III. Andere instellingen willen heel efficiënt met hun kapitaal omgaan en kiezen bewust meer de onderkant van de marges. Met het risico dat als de regelgeving weer iets verandert, ze opnieuw aan de slag met het bepalen van hun kapitaalpositie en de inzet van de verschillende kapitaalinstrumenten.’
 
Waar let DNB vooral op?
‘We kijken onder meer of de overwegingen goed onderbouwd zijn en aansluiten bij strategie en bedrijfsmodel van de bank. Ook peilen we of de banken de deadline 2018 wel gaan halen. Als toezichthouder geven we geen advies, maar dagen we uit met onze vragen. Is het wel voldoende wat uw bank doet? Zijn de uitgangspunten valide? Banken moeten bijvoorbeeld een inschatting maken van de impact van de Europese schuldencrisis op de kapitaalplanning. Als toezichthouder verwachten we dat ze dat realistisch doen.’ 
 
Is Bazel III alweer achterhaald door de schuldencrisis?
‘Nee, dat denk ik niet. De eisen zijn op zich voldoende. Bazel kent bijvoorbeeld een opslag voor onverwachte stress. De toezichthouder onderzoekt of de aannames en uitgangspunten van banken wel prudent genoeg zijn. En juist omdat de toezichthouder er wat verder vanaf staat, en bij meer instellingen langskomt, zien wij soms zaken die een instelling zelf over het hoofd ziet. Zo helpt de toezichthouder om de witte vlekken op te sporen. En over de invulling daarvan, ga ik vervolgens in gesprek met capital managers, risk managers en de raad van bestuur.’ 
 
Leuk werk?
‘Ja. Sinds twee jaar werk ik in het toezicht op banken; daarvoor zat ik in het interim management. Het interessante vind ik de gesprekken over de invulling van de kapitaaleisen. Ingewikkelde materie, en het kost soms veel tijd om daar uit te komen, maar als het lukt, dan hebben we echt iets bereikt.’