Onafhankelijke commissarissen: naar letter en geest

Nieuwsbericht
Datum 25 september 2012

DNB beoordeelt de onafhankelijkheid van commissarissen en kijkt daarbij vooral naar het gedrag.  

Een belangrijke les uit de financiële crisis is dat een bepaalde mate van onafhankelijkheid een voorwaarde is voor de kwaliteit van de Raad van Commissarissen (RvC). Daarom beoordeelt DNB of de RvC onafhankelijk functioneert c.q. rekening houdt met de belangen van alle stakeholders. Internationaal is onafhankelijkheid beschreven in de EBA-guidelines on Internal Governance (GL44) en nationaal in bijvoorbeeld de Code Banken. De toezichthouder kijkt naar drie elementen van onafhankelijkheid: in mind, in appearance  en in state.

Geest
Onafhankelijkheid ‘in mind’ is het belangrijkste element. Dit gaat over het gedrag van een individuele commissaris en van de RvC als groep bij de taakvervulling. ‘The proof of the pudding is in the eating!’ Commissarissen en RvC’s moeten in de praktijk laten zien dat zij in hun besluitvorming rekening houden met alle relevante belangen. Dit staat ook in nauw verband met de geschiktheidseis, die sinds 1 juli 2012 geldt voor commissarissen van financiële ondernemingen. Geschiktheid omvat kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. Voor een commissaris omvat professioneel gedrag in ieder geval onafhankelijkheid ‘in mind’.

Schijn en feit
Bij onafhankelijkheid ‘in appearance’ gaat het erom dat alle commissarissen de schijn van belangenverstrengeling voorkomen of beheersen. Zijn er bijvoorbeeld adequate beheersmaatregelen genomen, zoals het uitsluiten van de besluitvorming over onderwerpen die de schijn van belangenverstrengeling hebben?
Bij onafhankelijkheid ‘in state’ wordt per commissaris vastgesteld of hij formeel onafhankelijk is. Idealiter keurt de slager immers niet zijn eigen vlees. Ook hiervoor worden criteria uit de Corporate Governance-code gebruikt. Zodra een commissaris aan één van deze criteria voldoet is hij niet formeel onafhankelijk.

Groepen
Het beleid van DNB is dat ten minste de helft (50%) van de RvC uit formeel onafhankelijke commissarissen bestaat. Hierdoor wordt een zekere mate van kritische massa binnen de RvC gecreëerd, om zo een klimaat te scheppen dat onafhankelijkheid ‘in mind’ bevordert. Tegelijkertijd geeft dit percentage de ruimte aan ondernemingen om interne commissarissen te benoemen als daar behoefte aan is. Uitzonderingen zijn in specifieke gevallen mogelijk. DNB houdt rekening met het belang van de eenheid van beleid in groepen die onder geconsolideerd groepstoezicht van DNB staan. Voor deze groepen wordt de uitzondering voor groepsmaatschappijen overgenomen die in de Corporate Governance-code. Hierdoor blijft de praktijk van personele eenheid in een groep (personele unies) onder omstandigheden mogelijk.

Meer informatie
Q&A over onafhankelijkheid commissarissen
Q&A over ontheffing voor RvC