Resultaten thematisch toezicht op betaalinstellingen in 2012

Nieuwsbericht
Datum 3 december 2012

De financiële risico’s voor het publiek bij betaalinstellingen zijn momenteel beperkt. Echter in een betaaldienstsector die snel groeit, en gezien het overwegend eenzijdige en kwetsbare verdienmodel, moeten betaalinstellingen extra aandacht besteden aan mogelijke exit-scenario's.

Register

De betaaldienstsector groeit snel, met inmiddels meer dan 35 betaalinstellingen met een vergunning in Nederland. De marktwerking tussen het traditionele betalingsverkeer van banken en de betaalinstellingen neemt door deze groei zichtbaar toe. Deze toenemende concurrentie leidt naar verwachting ook tot uittreders in de sector. 
 
 
De betaalinstellingen hebben een innovatief en flexibel karakter wat ze een goede concurrentiepositie geeft. Hun verdienmodel is echter overwegend eenzijdig en dat maakt de betaalinstellingen kwetsbaar voor uittredingsrisico’s. Verder zijn de bestuurders van de betaalinstellingen vooral gericht op kansen als ondernemers maar nog onvoldoende voorbereid op de exit-scenario's.
 
Themaonderzoek Exitscenario’s
Dit heeft ertoe geleid dat DNB in 2012 een thematisch onderzoek heeft uitgevoerd naar de beheersing van exit-risico's bij betaalinstellingen in Nederland. Bij dit onderzoek heeft DNB gebruik gemaakt van specifieke vragenlijsten aan de betaalinstellingen, geautomatiseerde financiële rapportages en andere signalen vanuit het toezicht. Na een uitgebreide analyse van deze rapportages door DNB lijken de financiële en ketenrisico’s bij betaalinstellingen op dit moment beperkt. Wel heeft DNB bij enkele betaalinstellingen aandacht geschonken aan de versterking van de financiële positie van de onderneming.
 
Toch gaat DNB, om de betaalinstellingen beter voor te bereiden op negatieve marktontwikkelingen, afdwingen dat de betaalinstellingen een exitplan hebben waarin zij aandacht besteden aan een zorgvuldige afwikkeling van de publieke gelden en een beperking van de ketenrisico’s.
 
Verder blijken een aantal betaalinstellingen sterk afhankelijk van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) of een heel beperkte groep van personen. Deze DGA-structuur kan innovatie en een snelle besluitvorming bevorderen, maar heeft als nadeel de continuïteitsrisico's. Bij deze structuur moeten de betaalinstellingen in het exitplan aandacht besteden aan het scenario van uittreding door de grootaandeelhouders/DGA’s. Verder dwingt DNB de betaalinstelling bij een DGA-structuur om ‘checks and balances’ in de governance aan te brengen.
 
Geen DGS dus extra waarborgen voor publieke gelden noodzakelijk
Het Depositogarantiestelsel (DGS) is niet van toepassing op de gelden die het publiek bij betaalinstellingen aanhoudt of inbrengt. Daarom moeten de betaalinstellingen de gelden van het publiek altijd veilig stellen en in staat zijn om beheerst af te wikkelen. DNB heeft vooral aandacht geschonken aan de beheerste afwikkeling van de bedrijfsvoering indien een faillissement van een betaalinstelling dreigt. De gelden van het publiek lijken vooralsnog voldoende te zijn veilig gesteld. Het merendeel van de onder toezicht staande betaalinstellingen maakt hiervoor gebruik van een Stichting Derdengelden. Deze stichtingen zijn zelfstandige rechtspersonen gelieerd aan de betaalinstellingen en dienen uitsluitend de gelden van het publiek te beheren.