Maak kennis met... Heidi Broekhuis

Nieuwsbericht
Datum 28 juli 2012

Een interview met Heidi Broekhuis, bij DNB afdelingshoofd Toezicht trustkantoren en betaalinstellingen. 'Ik vind het belangrijk dat we onze kennis met de instellingen delen.'

Heidi Broekhuis

Wat doe je bij DNB?
‘Sinds eind 2010 geef ik leiding aan het team dat verantwoordelijk is voor het toezicht op onder andere trustkantoren en betaalinstellingen. Dit is een grote en diverse groep instellingen: van een trustkantoor dat de administratie verricht voor een stichting voor goede doelen tot aan een trustkantoor dat wereldwijd zo´n 20.000 doelvennootschappen beheert, maar denk ook aan een betaalinstelling die betalingen faciliteert voor webshops en aan de wereldwijde money-transferdiensten die op zo´n 800 locaties in Nederland worden aangeboden.
 
Met een team van 15 toezichthouders brengen we de risico’s in kaart en nemen we acties zodat deze risico’s zich niet manifesteren. Daarnaast houden we continu zicht op de financiële gezondheid van in het bijzonder de elektronischgeld- en betaalinstellingen.
 
Wat houdt dit integriteitstoezicht in?
‘Dat wij via ons toezicht proberen te voorkomen dat onder toezicht staande instellingen betrokken raken bij witwassen en terrorismefinanciering. We doen veel steekproefsgewijze onderzoeken, waarbij we de praktijk observeren en soms de diepte in gaan om echt te zien welke geldstromen er in een bepaald dossier omgaan. Voor speciale situaties doen we ook een beroep op onze handhavingspartners in FEC-verband, zoals de FIOD of de politie. Zij kunnen ons soms verder helpen als we rook zien maar geen vuur.
 
Voor ons is het bepalend welke maatregelen een instelling heeft genomen om de witwasrisico's te beheersen. Daarom vind ik het belangrijk dat instellingen weten wat wij van hen verwachten én dat wij onze kennis over de risico’s met hen delen.’
 
Wat verwacht DNB van de instellingen?
‘We verwachten van bijvoorbeeld trustkantoren dat zij er alles aan doen om te weten met wie ze zaken doen en te onderzoeken waar eventuele ongebruikelijke geldstromen vandaan komen. Dat kan soms best lastig zijn. Soms vragen cliënten om complexe (fiscale) structuren waardoor het voor het trustkantoor lastig wordt om een bepaalde geldstroom te verklaren. Een bedrijf dat bijvoorbeeld diverse facturen laat uitbetalen voor allerlei consultancy-activiteiten kan helemaal legaal handelen. Echter hebben we in de praktijk ook situaties gezien waar onduidelijk was voor welke diensten precies gefactureerd werd. Tja, we verwachten wel van een trustkantoor dat er genoeg onderzoek is gedaan om te borgen dat er geen sprake is van criminele geldstromen.
 
Voor een betaalinstelling die cliënten aan de balie bedient, kan het misschien eenvoudiger zijn om vast te stellen met wie ze te maken hebben. Maar dat is ook niet altijd zo eenvoudig als het lijkt. Zo moet een kassier van een money-transferkantoor er ook nog eens alert op zijn dat er geen stroman optreedt namens een crimineel. Tegenwoordig lees je veel over scholieren die in ruil voor een vergoeding namens criminele organisaties geld overboeken. Die scholier lijkt onschuldig, maar de transactie is dat zeker niet. Al deze situaties vragen om kennis en kunde en het verzamelen van de juiste informatie.’
 
Hoe proberen jullie instellingen hierbij te helpen?
‘Door onze kennis met hen te delen. Zo spreken we regelmatig met de brancheverenigingen van de betaalinstellingen en hebben we kort geleden een seminar georganiseerd om een toelichting te geven op de invoering van de rapportagetool. Een ander voorbeeld is ons initiatief om trustkantoren die net een vergunning hadden gekregen bij DNB uit te nodigen voor rondetafelsessies. Tijdens deze sessies hebben wij onze toezichtervaringen met hen gedeeld. Daarmee willen we nieuwe kantoren behoeden voor bekende valkuilen die wij in de praktijk regelmatig tegenkomen. Ik geloof echt dat we elkaar met zulke sessies verder helpen. Zeker omdat er ruimte voor dialoog ontstaat waardoor je elkaar beter begrijpt en verstaat. Die gemeenschappelijke taal is belangrijk, omdat je tijdens onderzoeken toch al snel in een wij/zij-relatie belandt. De sessies met de betaalinstellingen en trustkantoren laten zien dat het ook heel anders kan.'