VPL-gelden als vreemd vermogen op de balans

Nieuwsbericht
Datum 5 februari 2013

DNB heeft er geen bezwaar tegen als pensioenfondsen de VPL-gelden in het jaarverslag als vreemd vermogen van het pensioenfonds aanmerken. DNB benadrukt wel dat de VPL-gelden, waarvoor nog geen pensioenen zijn ingekocht bij het pensioenfonds, in ieder geval niet te beschouwen zijn als technische voorzieningen in de zin van artikel 126 Pw.

Pensioenfondsen kunnen VPL-gelden voor sociale partners beheren in verband met de financiering van hun arbeidsvoorwaardelijke toezeggingen. Het betreft een nevenactiviteit van pensioenfondsen waarover DNB op 31 oktober 2012 de sectorbrief VPL-regelingen gepubliceerd heeft. Pensioenfondsen rapporteren over de VPL-gelden in de FTK-Jaarstaten via J903 ‘Regeling voor inhaalpensioen met uitstelfinanciering’.

De VPL-gelden staan niet ter vrije beschikking aan het fondsbestuur en blijven buiten de berekening van de dekkingsgraad. Daarom staat in de FTK-Jaarstaat J903 dat aldaar voor 'bestemmingsreserve' ook een 'andere / overige voorziening' gelezen kan worden. Zodoende sluit deze FTK-Jaarstaat aan op de jaarrekening van pensioenfondsen, die de VPL-gelden onder het vreemd vermogen opnemen.