Onderzoeken DNB die in het vierde kwartaal starten

Nieuwsbericht
Datum 5 november 2013
DNB maakt ieder kwartaal via deze Nieuwsbrief bekend welke nieuwe onderzoeken bij pensioenfondsen starten in dat kwartaal. In het vierde kwartaal starten (vervolg)onderzoeken naar de houdbaarheid van het bedrijfsmodel van kleine en krimpende fondsen, liquiditeitsrisico bij pensioenfondsen, de verhouding tussen risicoprofiel en geen of geringe toeslagambitie en belangenverstrengeling bij externe inhuur. 
       
     

Onderzoek

      
Houdbaarheid bedrijfsmodel kleine en krimpende fondsen
Dit onderzoek bouwt voort op het onderzoek dat DNB vorig jaar heeft uitgevoerd naar de houdbaarheid van de bedrijfsmodellen van T2 fondsen. Uit dat onderzoek bleek dat voor een omvangrijke groep de financiële opzet op middellange termijn naar de verwachting van DNB niet toekomstbestendig zal zijn. Volgens DNB gaat het dan om fondsen met een beperkt of afnemend draagvlak, bijvoorbeeld omdat het premiestuur beperkt is, het aandeel gepensioneerden in de voorziening gestaag toeneemt, het aantal deelnemers relatief beperkt is en verder afneemt of omdat de kosten per deelnemer relatief hoog zijn. DNB heeft hierover onlangs een factsheet en Q&A gepubliceerd met guidance voor deze fondsen. 
 
DNB zal de komende periode de fondsen die vallen onder die criteria benaderen. Deze fondsen lopen het risico dat de toegezegde aanspraken onder druk komen te staan. Zij zullen tijdig maatregelen moeten nemen, zoals aanpassing van de financiële opzet, of het uitwerken van een tijdige exit-strategie. Het belang hiervan wordt nog eens versterkt doordat pensioenfondsen de komende tijd een aantal ingrijpende veranderingen te wachten staat. De besturen moeten zich bijvoorbeeld de vraag stellen of  de houdbaarheid van de financiële opzet en het bedrijfsmodel van hun fondsen zodanig is dat implementatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen en het nieuwe FTK voor hun fonds gerechtvaardigd is. 
 
Liquiditeitsrisico pensioenfondsen
Het liquiditeitsrisico van pensioenfondsen kan in perioden van stress zodanig toenemen dat het fonds niet meer in staat is zijn betalingsverplichtingen na te komen. In dit onderzoek gaat DNB testen in hoeverre pensioenfondsen tegen het liquiditeitsrisico bestand zijn in stressscenario’s. Daarnaast wil DNB dieper inzicht krijgen in de beheersing van pensioenfondsen van het liquiditeitsrisico. DNB zal bij een aantal pensioenfondsen een uitvraag doen over hun beheersmaatregelen. Eventueel volgen daarna gesprekken met die fondsen, afhankelijk van de uitkomst van de uitvraag. 
 
Verhouding tussen risicoprofiel en geen of geringe toeslagambitie
DNB gaat bij een aantal pensioenfondsen navraag doen over hun afweging tussen risicoprofiel en indexatieambitie, omdat die afweging vragen oproept. Het gaat dan om fondsen met een risicoprofiel, gemeten naar het vereist eigen vermogen, dat niet lijkt aan te sluiten bij een indexatieambitie in de categorieën A en B van de toeslagenmatrix. Het gevolg kan zijn dat de deelnemers wel risico lopen, terwijl daar geen of incidenteel een verhoging van de aanspraken en rechten tegenover staat. Deze pensioenfondsen worden hierover  binnenkort door DNB benaderd. 
 
Belangenverstrengeling bij externe inhuur
Met dit onderzoek wil DNB inzicht krijgen in hoeverre besturen van pensioenfondsen zich bewust zijn van het risico op belangenverstrengeling in relatie tot derde partijen. Als belangenverstrengeling zich voordoet kan onzuivere besluitvorming ontstaan, omdat niet transparant is welke belangen worden meegenomen in deze besluitvorming. DNB verwacht van pensioenfondsen dat zij op een systematische wijze inzicht hebben in dit risico en daarop voldoende beheersmaatregelen nemen. In wet- en regelgeving is onder meer vastgelegd dat ieder fonds beschikt over een integriteitsbeleid en over procedures en maatregelen tot het tegengaan van belangenverstrengeling.  
 
De invoering van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen geeft aanleiding voor extra aandacht voor de risico’s op belangenverstrengeling en de beheersing daarvan. Deze wet vraagt namelijk om wijzigingen die vaak met behulp van derden worden ingevoerd. Het gaat dan om adviseurs maar ook om het benoemen van nieuwe beleidsbepalers. Zo dient ieder fonds bij het selectieproces van nieuwe beleidsbepalers te kijken naar mogelijke belangenverstrengeling door andere functies of rollen die de kandidaten met derde partijen hebben. Een voorbeeld van belangenverstrengeling dat DNB in de praktijk is tegengekomen is een bestuurslid van een pensioenfonds dat tevens lid is van de RvC van de vermogensbeheerder waaraan het pensioenfonds het gehele vermogen heeft uitbesteed. Een dergelijk geval vraagt om adequate besluitvorming, gestoeld op het integriteitsbeleid van het pensioenfonds, over de risico's van de verschillende belangen en over de maatregelen die nodig zijn om die risico's te beheersen.

> Terug naar de nieuwsbrief