Nieuwe AG overlevingstafels en recente ontwikkelingen ‘ervaringssterfte’

Nieuwsbericht
Datum 5 oktober 2012

Het Actuarieel Genootschap (AG) publiceert elke twee jaar op basis van de meest recente statistieken van het CBS een geactualiseerde prognose van de levensverwachting. Pensioenfondsen gebruiken deze prognose onder andere voor het vaststellen van de technische voorzieningen en de (kostendekkende) premie. Op 10 september 2012 is de AG Prognosetafel 2012 – 2062 gepubliceerd.

Toepassing van de AG Prognosetafel 2012 – 2062 kan afhankelijk van de bestandsopbouw en de pensioenregeling leiden tot een toename van de technische voorziening en de (kostendekkende) premie. DNB verwacht van pensioenfondsen dat zij op korte termijn vaststellen wat de nieuwe overlevingstafel betekent voor hun actuariële grondslagen. Bij belangrijke beleidsbeslissingen, zoals de vaststelling van de premie en eventueel de evaluatie van het herstelplan, dienen de actuariële grondslagen, waaronder de gehanteerde overlevingstafel, te voldoen aan de wettelijke eisen van actualiteit, prudentie en consistentie. 
 
Ervaringssterfte
De AG Prognosetafel 2012 – 2062 is gebaseerd op de sterftestatistieken van de gehele Nederlandse bevolking. Pensioenfondsdeelnemers vormen zelden een doorsnede van de gehele bevolking, waardoor hun levensverwachting daar fors van kan afwijken. Pensioenfondsen moeten de levensverwachting volgens de tafels daarom corrigeren met hun eigen ervaringssterfte.
 
Ook de correctiefactoren, waarmee deze fondsspecifieke ervaringssterfte tot uitdrukking worden gebracht, dienen aan de wettelijke eisen van actualiteit, prudentie en consistentie te voldoen. DNB signaleert daarbij dat verbeteringen mogelijk zijn ten opzichte van de ultimo 2011 gehanteerde methoden.
 
Daarom heeft DNB op 14 september 2012 de ‘Good Practice Gebruik Fondsspecifieke Ervaringssterfte’ gepubliceerd, die bedoeld is als een leidraad bij het onderzoek dat aan de correctiefactoren ten grondslag ligt. DNB verwacht van pensioenfondsen dat zij - mede op basis van de good practice - nagaan of de gehanteerde onderzoeksmethode gewijzigd of aangepast moet worden. Ook als het onderzoek naar fondsspecifieke ervaringssterfte is uitbesteed aan een derde (bijvoorbeeld een actuarieel adviesbureau) blijft het pensioenfondsbestuur verantwoordelijk voor de mate waarin de onderzoeksmethode aansluit bij de vereisten van actualiteit, prudentie en consistentie. Als in de sector nieuwe onderzoeksmethoden bekend worden, kan het wenselijk zijn om de onderzoeksmethode hierop aan te passen.
 
Ten slotte wijst DNB erop dat een eventuele wijziging van actuariële grondslagen alleen is toegestaan nadat gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de gewijzigde omstandigheden. Hierover is een Vraag & Antwoord gepubliceerd op Open Boek Toezicht.