De economische werkelijkheid van de UFR

Nieuwsbericht
Datum 12 februari 2013

Door de introductie van de Ultimate Forward Rate (UFR) is de vermogenspositie van verzekeraars sterk verbeterd. Met de UFR anticipeert DNB op Solvency II en wordt de solvabiliteitspositie van verzekeraars kunstmatig verlicht. De aangepaste wijze van waarderen alleen kan echter geen aanleiding zijn voor ander beleid. Verzekeraars moeten zich niet rijk rekenen.

Verzekeraars mogen zich niet rijk rekenen

Wat is het effect van de UFR?
De UFR introduceert een rente voor verplichtingen die verder dan twintig jaar in de toekomst liggen. Die rente convergeert in veertig jaar naar 4,2 procent. Dat is meer dan de rekenmethodes die verzekeraars nu hanteren voor zo’n lange horizon. Die methodes worden beïnvloed door de huidige lage marktrentes. Met de UFR verbetert de vermogenspositie van verzekeraars aanzienlijk omdat toekomstige verplichtingen goedkoper worden. Gemiddeld stijgt de solvabiliteitsratio met 40 procentpunt. 
 
Hoe moeten verzekeraars met de UFR omgaan?
Verzekeraars moeten de UFR sinds juli 2012 gebruiken in de verslaglegging aan DNB. Verzekeraars staan er met de UFR beter voor dan zonder, maar dat is niet meer dan een waarderingskwestie. De echte resultaten van de onderneming, zoals winst en cashflow, veranderen er niet door. DNB zal daarom bewaken dat de UFR niet leidt tot ongefundeerd optimisme. De UFR mag het zicht op de economische werkelijkheid niet beperken.
 
Waar gaat DNB op letten?
Bijvoorbeeld hoe dividenduitkeringen worden gemotiveerd. Dividend uitkeren mag, maar niet slechts gebaseerd op een betere vermogenspositie als gevolg van de UFR. Om dezelfde reden mogen premies niet alleen vanwege de introductie van de UFR omlaag. We blijven kijken naar de gevoeligheid van verzekeraars voor reële renteschokken en betrekken in het toezicht ook solvabiliteitsratio’s die níet zijn gebaseerd op de UFR.
 
Waarom zo kritisch?
We willen dat verzekeraars zich blijven concentreren op verbetering van de eigen bedrijfsvoering en vermogenspositie. En zich daarbij laten leiden door de reële economie. De UFR geeft verlichting, maar die hoeft niet blijvend te zijn. De marktrente kan nog lang laag blijven en dat heeft dan consequenties voor de winstgevendheid en de solvabiliteit.
 
Meer informatie

> Terug naar de nieuwsbrief