DNB Onderzoeksrapporten

Vanaf juni 2004 publiceert DNB een nieuwe reeks: DNB Working Papers. Hiermee zijn per juni 2004 de DNB onderzoeksrapporten komen te vervallen. De volgende onderzoeksrapporten zijn beschikbaar in pdf-formaat:

1-15 van 283 resultaten
Overzicht van Wetenschappelijke publicatie
Titel of themaDatum
761 - De dynamische aanpassing van de werkelijke kapitaalstructuur richting de optimale kapitaalstructuur juni 2004
R.T.A. de Haas en H.M.M. Peeters
We bestuderen de dynamiek van de kapitaalstructuur van bedrijven in Centraal- en Oost-Europa om een beter begrip te krijgen voor de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkeling van de financiële systemen in deze regio. Het dynamische model dat we gebruiken endogeniseert de optimale leverage (dat wil zeggen de ratio vreemd vermogen ten opzichte van eigen vermogen) én de aanpassingssnelheid en is toegepast op micro-economische gegevens van bedrijven in tien landen. De resultaten tonen dat bedrijven gedurende het transitieproces hun leverage in het algemeen verhogen, hetgeen het verschil tussen de werkelijke en de optimale leverage verkleint. Winstgevendheid en leeftijd van het bedrijf zijn de meest robuuste determinanten van de optimale kapitaalstructuur. Oudere bedrijven gaan meer leningen van banken aan, terwijl de winstgevendheid de optimale leverage van bedrijven vermindert. De ontwikkelingen in het banksysteem hebben bedrijven in het algemeen in staat gesteld om hun optimale leverage te benaderen, maar asymmetrische informatie tussen bedrijven en banken speelt nog steeds een rol. Als gevolg hiervan prefereren bedrijven interne financiering boven financiering door banken (ze tonen dus 'pikorde' gedrag) en passen hun leverage slechts langzaam aan. Trefwoorden: kapitaalstructuurdynamiek, transitielanden, financiële -systeemontwikkeling JEL codes: C23, G32, O57
Download: Engels (PDF, 1,1 MB) | papieren versie: bestel
760 - PALMNET: een Pensioen Asset en Liability Model voor Nederland juni 2004
M.C.J. van Rooij, A.H. Siegmann en P.J.G. Vlaar
Deze studie presenteert een nieuw pensioenmodel voor Nederland en laat aan de hand hiervan de gevolgen van schokken en beleidskeuzes zien. We gaan uit van een defined benefit pensioenstelsel gebaseerd op het middelloonsysteem. Nominale verplichtingen zijn gegarandeerd en indexatie wordt nagestreefd. Het model geeft een analysekader voor aanpassingen in bijvoorbeeld de beleggingsmix, de pensioenleeftijd, rendementen of de methodiek van discontering, premieheffing of indexatie. Het belang van onzekerheid over rentebewegingen en aandelenrendementen wordt expliciet gemaakt door middel van stochastische en historische simulaties. Hiermee onderscheidt PALMNET zich van bestaande, veelal deterministische pensioenmodellen. De belangrijkste bevinding is dat ook in de huidige situatie van vermogenstekorten een loongeïndexeerd pensioen betaalbaar blijft. Daarnaast blijkt dat het verminderen van risico (door het verhogen van de fractie obligaties) gepaard gaat met hoge kosten in termen van gemiddelde pensioenpremies. Beide conclusies zijn gebaseerd op realistische tot conservatieve veronderstellingen ten aanzien van rendement en risico. Trefwoorden: Actuarieel pensioenmodel; Monte Carlo simulaties; historische simulaties JEL codes: C15, C59, G23, J18
Download: Nederlands (PDF, 514,2 kB) | papieren versie: bestel
759 - Rational Ambiguity and Monitoring the Central juni 2004
Maria Demertzis and Andrew Hughes Hallet
In this paper we examine the consequences of having a Central Bank whose preferences are state contingent. This has been identi…ed in the literature as a Central Bank that is ‘rationally inattentive’ or ‘constructively ambiguous’. The new feature in this paper is that we show how the private sector is likely to react. There are two possibilities: the public can form rational expectations and internalise the uncertainty about the Central Bank’s preferences in full. lternatively, and if this process of internalisation is costly, it can form a ‘best’ guess regarding those preferences and use that. This implies an equivalence strategy applied to the preference parameters. As those parameters enter the decisions nonlinearly, a systematc error emerges. We examine the magnitude of the resulting error in in‡ation and output, following the assumption of certainty equivalence. Under all reasonable levels of uncertainty this error turns out to be small but it involves trading a de‡ation bias against the cost of gathering the information needed for the full rational expectations solution. J.E.L Classi…cation: E52, E58 Keywords: Central Bank Transparency, Certainty Equivalence, Rational Expectations, Ambiguity and Rational Inattention
Download: Engels (PDF, 207,3 kB) | papieren versie: bestel
758 - Niet-lineair monetair beleid in Europa: feit of fictie? juni 2004
W.A. Bruinshoofd en B. Candelon
In deze studie onderzoeken wij of eenvoudige lineaire modellen het monetaire beleid en de economische cyclus in Europa afdoende beschrijven van 1979 tot 2002. Voor Nederland, Frankrijk en Italië blijkt dit het geval voor zowel het monetaire beleid als ook de economische cyclus, voor Duitsland met name voor het monetair beleid. Het alternatief omvat een niet-lineair model waarin bijvoorbeeld de monetaire reactiefunctie sterker kan neigen naar inflatiebestrijding in tijden van economische expansie dan in recessie, of waarin monetaire verkrapping een sterker effect zou kunnen hebben op economische activiteit dan een verruiming. Voor Duitsland vinden wij enig bewijs voor niet-lineaire effecten van monetair beleid op economische activiteit. JEL Code: C51 Trefwoorden: Tijdreeks modelspecificatie; Lineariteitstoetsen; Niet-lineaire modellen
Download: Engels (PDF, 50,3 kB) | papieren versie: bestel
757 - An Anatomy of Futures Returns: Risk Premiums and Trading Strategies juni 2004
Frans A. de Roon, Rob W. J. van den Goorbergh and Theo E. Nijman
This paper analyzes trading strategies which capture the various risk premiums that have been distinguished in futures markets. On the basis of a simple decomposition of futures returns, we show that the return on a short-term futures contract measures the spot-futures premium, while spreading strategies isolate the term premiums. Using a broad cross-section of futures markets and delivery horizons, we examine the components of futures risk premiums by means of passive trading strategies and active trading strategies which intend to exploit the predictable variation in futures returns. We find that passive strategies which capture the spot-futures premium do not yield abnormal returns, in contrast to passive spreading strategies which isolate the term premiums. The term structure of futures yields has strong explanatory power for both spot and term premiums, which can be exploited using active trading strategies that go long in low-yield markets and short in high-yield markets. The profitability of these yield-based trading strategies is not due to systematic risk. Furthermore, we find that spreading returns are predictable by net hedge demand observed in the past, which can be exploited by active trading. Finally, there is momentum in futures markets, but momentum strategies do not outperform benchmark portfolios. JEL classification: G13. Keywords: Predictability, futures term structure, hedging pressure.
Download: Engels (PDF, 258,6 kB) | papieren versie: bestel
64 - Investors psychology: a behavioural explanation of six finance puzzles april 2004
Henriëtte Prast
Dit paper verklaart, met behulp van de behavioural finance theorie, zes verschijnselen op financiële markten die te beschouwen zijn als anomalieën, of raadsels. Het paper geeft een beschrijving van prospect theorie en van psychologische vuistregels die een rol spelen bij de interpretatie van informatie. Vervolgens worden deze inzichten uit de behavioural finance toegepast ter verklaring van onder- en overreactie van aandelen, overmatig handelen en de verschillende performance van mannen en vrouwen, financiële hypes en paniek, de aandelenpremiepuzzel, de winnaar/verliezer puzzel en het dividendraadsel.
02 - On the Emergence of a Binding Zero Lower Bound maart 2004
C.A. Ullersma
Abstract: Overoptimism regarding productivity developments is often seen as the root of the worldwide cyclical downturn at the beginning of the 21st century. This paper develops a New Keynesian model with credit market imperfections that shows how overly positive productivity expectations initially drive the interest rate risk premium below its equilibrium value, boosting real economic growth. When a downward correction of the outlook appears inevitable, collateral value shrinks and the interest rate risk premium rises sharply. Given this risk premium, a substantially lower (risk free) policy rate is required in order to reduce market rates. In such a situation a binding zero lower bound can emerge. JEL codes: E31, E32, E52 Key words: zero lower bound, financial accelerator, technology shocks
01 - The effects of Learning in Interactive Monetary Policy Committees februari 2004
Jan Marc Berk and Beata K. Bierut
We develop a theoretical framework for studying the effects of interaction on the quality of decision-making by monetary policy committees. We show that interaction, is increasing one’s expertise through an exchange of views, is most likely not to result in interdependent voting behaviour. Therefore, and in contrast to earlier literature, we find that interaction is beneficial for the collective outcome. Jel Codes: E52, E58, D83, D71 Key Words: Monetary policy, interest rates, learning
03: Investor Psychology: A Behavioural Explanation of Six Finance Puzzles februari 2004
Henriëtte Prast
This paper surveys the behavioural finance explanation of six puzzles of finance. These puzzles are: stock price under- and overreactions, excessive trading and the gender puzzle, financial hypes and panic, the equity premium puzzle, the winner/loser puzzle and the dividend puzzle. After an introduction of prospect theory and a description of heuristics and biases in the judgment of information, the paper applies behavioural insights to explain the puzzles. Key words: psychology, behavioural finance JEL codes: G1, D 80
756 - Het kasmiddelenbeheer van Nederlandse bedrijven: nieuwe sporen van aggregatie februari 2004
W.A. Bruinshoofd and C.J.M. Kool
Wij onderzoeken het kasmiddelenbeheer van het Nederlandse bedrijfsleven. Hiervoor maken we gebruik van een eenvoudig fouten correctiemodel, toegepast op financiële data gemeten op bedrijfsniveau. In het model worden veranderingen in kasmiddelenbezit verklaard door kort termijn schokken als ook de behoefte het nagestreefde optimale kasmiddelenbezit te benaderen. Wij laten zien dat de snelheid van aanpassing richting de kasdoelstelling hoger is, naarmate wij meer bedrijfsspecifieke informatie opnemen in de kasdoelstelling. Dit resultaat ondersteunt de gedachte dat er een negatief verband bestaat tussen de hoeveelheid ruis in de bepaling van de kasdoelstelling en de snelheid van aanpassing. Het suggereert ook dat de lage aanpassingssnelheid die in menig studie op macroniveau wordt berkregen het resultaat is van aggregatieproblemen. Trefwoorden: Kasmiddelenvraag bedrijven; Voorzorgskasmiddelen JEL codes: C33; C43; E41; G3
Download: Engels (PDF, 181,2 kB) | papieren versie: bestel
20- Structural convergence and monetary integration in Europe december 2003
Clement van de Coevering
In the run-up to EMU, academic economists generally concluded the EU as a whole was not an optimum currency area (OCA). An important reason was the lack of structural convergence between the potential members of the monetary union. Nevertheless, the euro area currently consists of twelve countries. In the near to medium future, twelve additional countries will become EU Members; most of these countries have announced they want swift euro area entry. This paper reviews the literature on optimum currency areas to clarify the concept of structural convergence in the context of monetary integration. In addition, we operationalise OCA theory to assess structural convergence within Europe. The available evidence indicates considerable divergence within the current euro area and a generally slow process of convergence. In contrast, a number of new EU entrants have converged significantly in recent years towards levels of at least some existing members. JEL Classification numbers: F15, F33, O52. Keywords: accession countries, euro area, OCA theory, structural convergence.
19- A survey of inflation measures in use at central banks december 2003
Teunis Brosens
Abstract: The headline inflation rate is subject to unpredictable, temporary, sector-specific shocks. Therefore, various measures of core inflation have been proposed to isolate the underlying or permanent inflation component. In this paper, a number of criteria are used to evaluate several statistical measures, and the performance of these measures is analysed for the euro area and the Netherlands. It turns out that none of the measures meets all the criteria. Core inflation measures can however serve very well as an analytical tool. A survey of inflation measures in use at central banks in the OECD area confirms that core inflation measures mostly serve as analytical tool only. Keywords: core inflation, trimmed mean JEL classification: E31, E52
18- Pensions and public opinion: a survey among Dutch households december 2003
P.J.A. van Els, W.A. van den End and M.C.J. van Rooij
This paper reports on the findings of a survey among Dutch households (as part of the DNB Household Survey in 2003) about many aspects (expectations, concerns, attitude and preferences) of their pensions and the old-age-arrangements in the Netherlands. We explore whether the outcomes are related to specific financial and non-financial household or personal characteristics. A clear majority of the Dutch public expects public pension schemes to be retrenched and rejects reforms that infringe on what they regard as acquired rights. One would rather like to pay higher contributions until the age of 65. The divergence in preferences towards retrenchment measures across generations indicates that intergenerational risk sharing is not something natural. The public prefers to have their pension build-up managed by pension funds and would accept having to pay higher contributions in exchange for guaranteed benefits. Yet, a substantial minority advocates a greater freedom of choice. Surprisingly, this preference for freedom is not linked to particular household characteristics, nor does it reflect the particular interest of those who already have third pillar pension provisions. Many, however, are as yet not concerned about their pension rights, adopting a “we’ll see about that when we come to that” attitude. This manifests itself in a substantial lack of knowledge about one’s own personal pension arrangements, notably for young generations, women, low-skilled workers and people out of work. Key words: public pensions, second pillar pensions, household survey, risk attitude and preferences JEL codes: D12, J26, G23, H55
755 - The simple economics of bank fragility december 2003
C.G. de Vries
Banks are linked through the interbank deposit market, participations like syndicated loans and deposit interest rate risk. The similarity in exposures carries the potential for systemic breakdowns. This potential is either weak or strong, depending on whether the linkages remain or vanish asymptotically. It is shown that the linearity of the bank portfolios in the exposures, in combination with a condition on the tails of the marginal distributions of these exposures, determines whether the potential for systemic risk is weak or strong. We show that if the exposures have marginal normal distributions the potential for systemic risk is weak, while if e.g. the Student distributions apply the potential is strong.
Download: Engels (PDF, 361,2 kB) | papieren versie: bestel
752 - Pensions and public opinion: a survey among Dutch households december 2003
P.J.A. van Els, W.A. van den End and M.C.J. van Rooij
Dit rapport presenteert de bevindingen van een enquête onder gezinnen (onderdeel van de DNB Household Survey 2003) naar diverse aspecten (verwachtingen, zorgen, houding en voorkeuren) rond de eigen pensioenvoorziening en het Nederlandse systeem van pensioenregelingen. We onderzoeken de samenhang tussen de uitkomsten en specifieke financiële en niet-financiële individuele karakteristieken. Een duidelijke meerderheid verwacht een versobering van de huidige pensioenregelingen en is tegen iedere maatregel die het niveau van de pensioenvoorzieningen aantast. Men betaalt liever meer AOW-premies. De uiteenlopende voorkeuren voor versoberingmaatregelen suggereren dat het delen van risico’s tussen generaties niet vanzelfsprekend is. Nederlandse huishoudens laten hun pensioenopbouw graag over aan hun pensioenfonds en zijn bereid hogere premies te betalen in ruil voor een gegarandeerde uitkering. Toch, is een substantiële minderheid voorstander van meer keuzevrijheid. Deze wens blijkt niet gerelateerd te zijn aan specifieke huishoudkenmerken en is geen weerspiegeling van specifieke voorkeuren van degenen die reeds derde peiler voorzieningen hebben getroffen. Velen maken zich vooralsnog niet druk over hun pensioen en nemen een “dat zien we dan wel weer” houding aan. Dit uit zich in een gebrekkige kennis van de eigen pensioenvoorziening, vooral bij jongeren, vrouwen, lageropgeleiden en mensen zonder baan. Trefwoorden: AOW, tweede peiler pensioen, enquête onder huishoudens, risicohouding en -voorkeur JEL codes: D12, J26, G23, H55
Download: Engels (PDF, 71,5 kB) | papieren versie: bestel
1-15 van 283 resultaten