619 - Wanneer is arbeidsmarktflexibiliteit welkom? Meer over asymmetrische effecten in Europa

Wetenschappelijke publicatie
Publicatiedatum 1 mei 2000

Deze studie geeft aan de hand van modelanalyses informatie over de effecten van deelname aan een monetaire unie waarin monetaire transmissiemechanismen verschillen tussen landen. Een gevoeligheidsanalyse toont dat in een monetaire unie de gevoeligheid voor symmetrische monetaire schokken waarschijnlijk zwakker is. De asymmetrische effecten van beleid worden hierdoor tussen landen minder duidelijk, wat betreft de kern-Europese economieën. Voor landen met een hogere flexibiliteit brengt de EMU daarentegen beleidsoverreacties met zich mee in vergelijking met ongecoördineerde monetair beleid. In dit geval kan het verschil tussen de kern- en periferie-economieën worden vergroot. Hoewel verschillende rigiditeitsgraden in landspecifieke inflatie-output relaties voldoende zijn om hun conjunctuurcycli in geval van een EMU te synchroniseren, is arbeidsmarktdiscipline niet voldoende. In het bijzonder zijn reacties op monetaire veranderingen groter, ceteris paribus, voor landen met een hoge staatsschuld. Een toename in nominale en reële flexibiliteit in arbeidsmarkten zou verder cycli kunnen veroorzaken in het licht van gemeenschappelijke monetaire schokken. Dit suggereert dat een duidelijke ordening in de volgorde van structurele hervormingen die deze landen moeten ondergaan noodzakelijk zal zijn. Trefwoorden: Asymmetrische monetaire transmissie, Economische en Monetaire Unie, nominale en reële loonrigiditeiten JEL codes: E52, E61, C5