663 - Een Flexibele Directe Inflatiedoelstelling met een Niet-Lineaire Phillipscurve

Wetenschappelijke publicatie
Publicatiedatum 1 augustus 2001

Dit onderzoeksrapport analyseert de optimale mate waarin de centrale bank de output gap moet stabiliseren wanneer er sprake is van een situatie waarin het effect van de output gap op inflatie een toenemende functie is van de output gap zelf. Als referentiekader analyseren we allereerst het optimale beleid onder een lineaire Phillipscurve met exogene persistente inflatieschokken. Indien de centrale bankier een informatievoordeel geniet t.o.v. het publiek kan de welvaart verbeterd worden door het benoemen van een centrale bankier die t.o.v. de maatschappelijke preferenties meer nadruk legt op inflatiestabilisatie (zie Svensson (1997a)). Vervolgens worden de determinanten van deze zogenoemde optimale mate van flexibiliteit onderzocht. Indien de centrale bankier geen informatievoordeel geniet is het, onder een lineaire Phillipscurve, optimaal om helemaal van stabilisatie van de output gap af te zien. Vervolgens wordt het model uitgebreid met een convexe Phillipscurve. Zelfs indien de mate van flexibiliteit gelijk is aan nul zal in dat geval de optimale conditionele inflatieverwachting afhankelijk zijn van de ‘state of the world’. Verder zal er een deflatoire ‘bias’ ontstaan. Het lange termijn gemiddelde inflatieniveau blijkt een toenemende functie te zijn van de mate van flexibiliteit. Daarom is in dit model enige mate van flexibiliteit optimaal omdat dit ervoor zorgt dat de deflatoire ’bias’,die bij een beleid zonder flexibiliteit ontstaat, minder geprononceerd zal zijn. Trefwoorden: convexe Phillipscurve, onzekerheid, optimale mate van centrale bank flexibiliteit JEL codes: E52, E58