520 - De baten van een gemeenschappelijke Europese munt

Wetenschappelijke publicatie
Publicatiedatum 6 oktober 1997

Deze studie richt zich primair op de baten van de euro, in het bijzonder de baten die samenhangen met het proces van inflatie-convergentie naar een lager inflatieniveau in de (aanloop naar de) EMU, alsmede de baten die een uitvloeisel zijn van het wegvallen van wisselkoersonzekerheid, lagere transactie- en informatiekosten en verminderde prijsdiscriminatie. Mede op basis van simulaties met EUROMON en vooral ook met het op de afdeling ontwikkelde algemeen evenwichtsmodel zijn ruwe schattingen van deze baten gemaakt. De berekeningen laten zien dat de lagere inflatie uit hoofde van de EMU, mits sprake is van een harde euro, de welvaart op een blijvend 0,6% bbp hoger niveau kan doen uitkomen. De gezamenlijke baten van het wegvallen van wisselkoersonzekerheid, lagere transactie- en informatiekosten en minder prijsdiscriminatie gaan gepaard met een blijvend 1% tot 4% hoger bbp-volume in het EMU-gebied. De totale baten zouden op langere termijn nog beduidend hoger kunnen liggen indien de invoering van een gemeenschappelijke munt gepaard zou gaan met een verlaging van de risicopremie bij investeringen (vanwege minder onzekerheid of meer internationale diversificatie van investeringen en beleggingen), en met blijvende positieve effecten, hoe klein ook, op de economische groei. (Gepubliceerd in Tijdschrift voor Politieke Economie, 21 (2), pp. 48-65)