Deelnemen belangrijker dan winnen?

In Zuid-Korea zijn de eerste medailles verdiend. Het fenomeen Olympische spelen ontstond in de 8ste eeuw voor Christus; zij vormden met de Nemeïsche, de Korintische en Pythische spelen de Panhelleense spelen.

Doel van de Panhelleense spelen was tweeledig. Enerzijds een eerbetoon aan de goden, anderzijds –praktischer- om de band tussen de verschillende stadstaten te versterken. Na meer dan duizend jaar werden de Olympische spelen verboden: in een verchristelijkend Griekenland werden ze onder keizer Theodosius (346-395) gezien als een heidens ritueel.

Eeuwen later blijkt het Olympische gedachtengoed nog springlevend. Dat hield trouwens niet in dat “deelnemen belangrijker was dan winnen.” Die vrijblijvendheid gold noch de oude Olympische spelen noch de moderne. Toen en nu ging en gaat het om zo goed mogelijk te presteren. Dat de winnaar grote eer inlegt met de behaalde overwinning is daar een logisch gevolg van. In 1896 werden de eerste moderne spelen gehouden, in 1924 uitgebreid met de winterspelen. Amsterdam was in 1928 gastheer van de negende editie van de zomerspelen. Ter gelegenheid daarvan deze penning.
 

Deelnemen belangrijker dan winnen?