Het rijwielbelastingplaatje

Er zijn twee oer-Hollandse eigenschappen. Enerzijds het zich in weer en wind al trappend voortbewegen. Anderzijds is er het zakelijk instinct.

Deze twee eigenschappen komen aan het einde van de 19de eeuw samen wanneer bezitters van de fiets door de overheid jaarlijks aangeslagen worden: twee gulden per jaar voor een eenpersoons rijwiel en het dubbele voor een meer personen model. Was deze belasting in 1941 niet afgeschaft, dan zou de bierfiets belastingtechnisch een melkkoetje zijn geweest. De opbrengst ging eerst gedeeltelijk maar later geheel naar het wegenfonds.

Om bij elke fiets op het eerste gezicht vast te kunnen stellen dat de belasting inderdaad was voldaan, diende een rijwielbelastingplaatje te worden aangeschaft. Dit speciale plaatje, kosten drie gulden, kon worden vastgezet op het vervoermiddel. Omdat de plaatjes nogal eens werden gestolen, was het de eigenaar toegestaan het rijwielbelastingplaatje op het lichaam te dragen. In de crisistijd kregen werklozen het plaatje gratis. Wel was er een gat in geponst omdat zij niet op zondag mochten fietsen.

Het rijwielbelastingplaatje