Bamboegeld, kwetsbaar en zeldzaam

Plantagegeld deed in Nederlands-Indië vanaf circa 1870 zijn intrede. Het werd door de planters vooral gebruikt als betaling van hun contractarbeiders. Het gebruik hiervan was noodzakelijk, zo luidde het argument van de planters, door een tekort aan door de overheid uitgegeven pasmunt.

Bamboegeld, kwetsbaar en zeldzaam

Plantagegeld komt regulier voor in de vorm van (edel-)metalen munten. Het is zeldzaam en komt nauwelijks ter veiling. De Nationale Numismatische Collectie kon recent toch een aantal munten aanschaffen uit een collectie met veel bijzondere stukken. Daartoe behoort ook het absolute topstuk: een serie bamboestaafjes. Deze staafjes werden van circa 1870 tot ongeveer 1885 gebruikt op de thee- en kinaonderneming Sinagar op Java. De staafjes zijn getekend door E.J. Kerkhoven of A. Holle, beiden administrateur en elk voor een derde eigenaar van de plantage. De derde eigenaar was overigens N.P. van den Berg, van 1873 tot 1889 directeur van de Javasche Bank, maar later president (1891-1912) van De Nederlandsche Bank. Deze staafjes zijn kwetsbaar en extreem zeldzaam. Er is mogelijk alleen nog een tweede serie te vinden in het Nationaal Museum in Jakarta.