Geschiedenis van DNB

DNB maakt zich sterk voor financiële stabiliteit en duurzame welvaart in Nederland. Dit doet DNB als onafhankelijke centrale bank, toezichthouder en resolutie-autoriteit, samen met Europese partners.

Willem I

De Nederlandsche Bank werd in 1814 opgericht door Willem I. Het bijzondere van DNB was dat zij zowel kredietinstelling werd als circulatiebank. Zij werkte bijna twee eeuwen lang als ‘hoedster van de gulden’.

 

Financiële stabiliteit

De Nederlandsche Bank

Rode draad in al het werk van DNB is financiële stabiliteit. Meerdere malen heeft DNB met snelle interventies ingegrepen tijdens crisissituaties. Bijvoorbeeld bij de bankrun die ontstond direct na de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog. DNB zet zich steevast in voor een goed werkend betalingsverkeer, stabiele prijzen en solide financiële instellingen. Dat alles is onmisbaar voor een stabiel financieel stelsel.

Toezicht

ECB gebouw

Sinds 1952 houdt DNB toezicht op kredietinstellingen en sinds de fusie met de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK) (2004) ook op verzekeraars en pensioenfondsen. Trend in het financieel toezicht is de internationalisering van regelgeving en beleidscoördinatie. Met de komst van de Europese Bankenunie (2014) is het bankentoezicht op Europese leest geschoeid. Daarbij houdt de Europese Centrale Bank (ECB) direct toezicht op de 130 significante banken van Europa, waaronder zeven Nederlandse.

Monetair beleid

Klaas Knot

Twee eeuwen terug kreeg DNB het recht om bankbiljetten uit te geven. Jarenlang was dat de gulden: van het Lieftincktientje tot de Zonnebloem. Dat veranderde met de oprichting van de Economische Monetaire Unie (1999) en de komst van de euro. Sindsdien is DNB onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken. En wordt het monetaire beleid bepaald door de Raad van Bestuur van de ECB. Daarin zitten DNB-president Klaas Knot, de andere centralebankpresidenten van het eurogebied en de ECB-directieleden.

Historische momenten

De rijke geschiedenis van DNB kent vele bijzondere momenten. Zo was er kort na de oprichting weinig animo voor de 5.000 aandelen van DNB. Uiteindelijk kocht bankiersweduwe Johanna Borski de laatste 1.892 aandelen. Zij bedong daarbij dat het maatschappelijk kapitaal van DNB drie jaar lang niet mocht worden verhoogd. Mede dankzij het hoge dividend kon Borski de aandelen met grote winst verkopen.

Walraven van Hall

Een ander markant verhaal is de ‘grootste bankfraude ooit’ uit de Tweede Wereldoorlog. Een meesterplan van verzetsstrijders Gijs en Walraven van Hall, waarbij in het diepste geheim vervalste schatkistpromissen werden omgeruild voor échte uit de kluizen van DNB. Zo werd 50 miljoen gulden opgehaald voor het verzet.