Kapitaalbeleid DNB

Om financiële risico’s op te vangen, houdt DNB buffers aan. Regels over welke buffers DNB heeft, hoe hoog deze moeten zijn en hoe ze worden aangepast, zijn vastgelegd in het kapitaalbeleid.

DNB

Als centrale bank is DNB samen met de ECB en de andere centrale banken in het Eurosysteem verantwoordelijk voor het monetair beleid. Onderdelen hiervan zijn de leenfaciliteiten voor commerciële banken en de opkoopprogramma’s. Daarnaast heeft DNB eigen beleggingen. De leenfaciliteiten, opkoopprogramma’s en eigen beleggingen brengen financiële risico’s met zich mee. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een bedrijfsobligatie uit een van de opkoopprogramma’s niet wordt terugbetaald vanwege faillissement van het uitgevende bedrijf. DNB houdt financiële buffers aan om deze risico’s te kunnen opvangen.

Welke buffers heeft DNB?

De huidige buffers van DNB bestaan uit twee onderdelen:

  • Kapitaal. Dit is het eigen vermogen van DNB en wordt met name gevormd door historisch ingehouden winsten. Het kapitaal is een buffer voor structurele risico’s.
  • Voorziening voor financiële risico’s. Dit is een buffer voor tijdelijke risico’s waarvan we verwachten dat deze niet zullen plaatsvinden, maar waar we wel op voorbereid willen zijn. In tegenstelling tot commerciële banken mogen centrale banken in het Eurosysteem zo’n voorziening treffen.

Aanpassing buffers, hoe werkt dat?

Kapitaal

Aan het eind van ieder boekjaar maakt DNB haar jaarwinst op. Een deel hiervan wordt toegevoegd aan het kapitaal. De rest wordt uitgekeerd aan de Nederlandse staat, de enige aandeelhouder van DNB. Formeel besluit de minister van Financiën hoeveel naar DNB en hoeveel naar de staat gaat. Dit heet de ‘winstbestemming’.

Voorziening

Elk jaar wordt er geld toegevoegd of onttrokken aan de voorziening. Dat gebeurt vóórdat de jaarwinst wordt vastgesteld. Dit is onderdeel van de zogenoemde ‘winstbepaling’. Formeel beslist de directie van DNB hierover.

Omdat winstbestemming en winstbepaling met elkaar samenhangen, hebben de minister van Financiën en DNB hierover afspraken gemaakt. Deze afspraken vormen de kern van het kapitaalbeleid.

Afspraken DNB–minister van Financiën

Een van de afspraken is dat DNB onder normale omstandigheden maximaal 50% van het jaarresultaat aan de voorziening toevoegt. Als de risico’s groter zijn dan de buffers, dan zal DNB meer toevoegen. As de risico’s zijn afgenomen, dan kan de voorziening gedeeltelijk vrijvallen.

Een andere afspraak is dat het kapitaal van DNB over de lange termijn met het BNP meegroeit. De huidige kapitaalgroeivoet is vastgesteld op 3,4%, de BNP-groei in Nederland in de periode 1999–2017. Hiertoe mag DNB maximaal 50% van de jaarwinst inhouden. Als dit onvoldoende is om de groei van het BNP bij te houden, dan mag DNB het tekort in latere jaren inhalen.

Deze twee afspraken zijn onderdeel van variant B in het eindrapport van de werkgroep kapitaalbeleid DNB. Deze werkgroep bestond uit experts van DNB en het Ministerie van Financiën en heeft drie varianten (A, B en C) ontwikkeld. De minister en de directie van DNB hebben in overleg voor variant B gekozen.

Toekomstbestendig

Dit kapitaalbeleid is naar verwachting bestendig voor de lange termijn, in goede en slechte tijden. De groei van het kapitaal in lijn met het BNP zorgt voor bescherming tegen de structurele risico’s waaraan DNB is blootgesteld. Over het verslagjaar 2019 zijn deze afspraken voor het eerst toegepast. In 2024 evalueren DNB en het ministerie van Financiën het kapitaalbeleid.