Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

04 november 2020 Algemeen

‘In zijn Academielezing bij het Planbureau voor de Leefomgeving brak Frank Elderson een lans voor de verduurzaming van de economie en de rol van de financiële sector. “Het is nu tijd om de natuur, ons klimaat, onze biodiversiteit – waar wij als mens integraal deel van uitmaken – niet langer op de achtergrond te zetten, maar prominent op de voorgrond. Ons klimaat en onze biodiversiteit staan onder grote druk. En dat leidt tot grote risico’s. Risico’s waar ons financiële systeem niet immuun voor is,” aldus Frank Elderson.

Datum: 4 november 2020
Locatie: Academielezing bij het Planbureau voor de Leefomgeving
Spreker: Frank Elderson

Mag ik aan het begin van mijn verhaal enige mentale gymnastiek van u vragen en u meenemen naar het Japan van de 19e eeuw?

U kent deze afbeelding ongetwijfeld. Het is een van de bekendste prenten van de 19e-eeuwse Japanse kunstenaar Hokusai, met als titel “De grote golf van Kanagawa”.

Als je ernaar kijkt, wordt je aandacht in eerste instantie getrokken naar wat er op de voorgrond gebeurt. Enkele vissersbootjes zijn in zwaar weer terecht gekomen en een gigantische golf dreigt hen te doen kapseizen. Je vraagt je af of dit wel goed zal aflopen. Pas in tweede instantie valt je de achtergrond op: de besneeuwde bergtop van de berg Fuji die er als een stille toeschouwer bij staat.

Dames en heren, ook wij zitten in een vissersbootje. Ook wij zien een reusachtige golf op ons afkomen. Meer dan één zelfs. De golf van de pandemie trekt nu voor de tweede keer door ons land.  Onmiddellijk gevolgd door de golf van de economische recessie. En in deze lezing ga ik het hebben over nog twee golven die ons wachten: die van de klimaatverandering en die van het verlies aan biodiversiteit. En als we als samenleving, als land, als wereldwijde gemeenschap niet willen kapseizen, is een verduurzaming van onze economie hoognodig.

Ik ga hier geen uitgebreide kunstexegese doen, daarvoor zijn anderen beter geschikt, maar het is interessant te weten dat de prent van Hokusai die ik u net toonde, uit een reeks van 36 prenten komt. 36 prenten waarop telkens de berg Fuji te zien is. En op zo goed als alle prenten is de berg Fuji een soort onveranderlijke, vanzelfsprekende achtergrond waartegen de menselijke bedrijvigheid zich afspeelt.

Maar die vanzelfsprekendheid, die idee dat, hoe druk doende we ook zijn, de natuur op de achtergrond zoals vanouds zal blijven doorwerken, staat op de helling. Eerder dit jaar maakten de bosbranden in de Peel dat nog maar eens duidelijk. Dagenlang woedde die brand, en 400 hectare ging in vlammen op. Dat was niet langer die vanzelfsprekende achtergrond. Dit speelde zich af op de voorgrond.

Dames en heren, het is nu tijd om de natuur, ons klimaat, onze biodiversiteit – waar wij als mens integraal deel van uitmaken – niet langer op de achtergrond te zetten, maar prominent op de voorgrond.

Voor De Nederlandsche Bank begon dat bijna tien jaar geleden, in 2011, met ons uitgesproken engagement voor een duurzame welvaart. Welvaart die ruimer ging dan hoe we er voorheen naar keken. Welvaart die gestoeld is op waardig werk voor iedereen, op verantwoorde consumptie en productie, op respect voor onze omgeving, het klimaat en de biodiversiteit, en op de wens om dit in partnerschap te doen met zoveel mogelijk anderen – zoals met u hier in deze virtuele aula.

Ons engagement voor duurzame welvaart markeerde ook het begin van een bijzondere leercurve. De voorbije jaren deden we bij De Nederlandsche Bank heel wat onderzoek naar de relatie tussen klimaat en biodiversiteit aan de ene kant, en ons financiële systeem aan de andere kant.

Ik noem graag enkele mijlpalen:

  • In 2016 publiceerden we het rapport “Duurzaam beleggen in de Nederlandse pensioensector”, waarin we een stand van zaken op dit vlak combineerden met aanbevelingen voor de toekomst.
  • Nog in 2016 publiceerden we het rapport “Time for Transition”. Dit was een verkennende studie van de transitie naar een koolstof-neutrale economie.
  • In 2017 volgde het rapport “Waterproof?”. In dit rapport richtten we onze lens op de impact van klimaatrisico’s op de Nederlandse financiële sector. Deze impact was veelzijdig, zo bleek, en diende zich steeds nadrukkelijker aan. Voor DNB betekende dit dat we klimaatrisico’s steviger gingen verankeren in ons toezicht met als uiteindelijke doel duurzame financiële stabiliteit.
  • In 2018 was er het rapport “De prijs van transitie. Een analyse van de economische gevolgen van CO₂-belasting”.
  • Nog in 2018 publiceerden we de “Stresstest disruptieve energietransitie”, om de mogelijke effecten van een disruptieve energietransitie voor de Nederlandse financiële sector in kaart te brengen. De conclusie was dat een plotselinge transitie tot stevige verliezen voor financiële instellingen zou kunnen leiden.
  • En tot slot de studies “Values at risk” uit 2019 en “Indebted to Nature” uit 2020. Voor die laatste werkten we nauw samen met de organisator van deze lezing, PBL. En wat een vruchtbare samenwerking. “Indebted to Nature” werd vorige week nog in The Guardian vermeld. In een artikel van de hand van de oud-voorzitter van het IPCC over het belang van biodiversiteit in de financiële sector. En bij zijn recente rede voor de VN verwees ook onze premier naar ons gezamenlijke rapport. Nogmaals veel dank voor de bijzonder vruchtbare samenwerking en voor de organisatie van deze lezing. Het is een eer om dit jaar de PBL Academielezing te mogen geven en het dan nog eens te mogen hebben over een onderwerp dat mij na aan het hart ligt.

Over wat we de voorbije jaren leerden kan geen misverstand bestaan. Ons klimaat en onze biodiversiteit staan onder grote druk. En dat leidt tot grote risico’s. Risico’s waar ons financiële systeem niet immuun voor is.

Laat me dit wat concreter maken en stilstaan bij biodiversiteit.

Eerst enkele cijfers:

  • Uit het WWF Living Planet Report weten we dat er tussen 1970 en 2016 een afname was van 68 procent in de populatiegrootte van zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen.
  • En de komende decennia dreigen wereldwijd nog een half tot één miljoen plant- en diersoorten uit te sterven als gevolg van klimaatverandering, vervuiling en overexploitatie.

Om te onderzoeken wat dit betekent voor de financiële sector maakten we een raamwerk dat de relatie tussen biodiversiteit en financiële instellingen in kaart brengt. Die relatie is, dat zal u niet verbazen, indirect en loopt via de financiering van bedrijven. Maar die indirecte relatie vertaalt zich uiteindelijk wel in risico’s. En we identificeerden drie types van risico’s.

Ten eerste is er het afhankelijkheidsrisico of fysiek risico. Dit is het risico dat bedrijven lopen die afhankelijk zijn van biodiversiteit en ecosysteemdiensten.

Neem nu dierlijke bestuiving door bijen of vogels. Meer dan driekwart van de belangrijkste voedselgewassen voor voedselvoorziening is in meer of mindere mate afhankelijk van deze bestuiving.

Mocht dierlijke bestuiving wegvallen, dan is zo’n 5 tot 8 procent van de wereldwijde gewasproductie per jaar in gevaar.

Dergelijke fysieke risico’s kunnen de bedrijfscontinuïteit in gevaar brengen, waardoor de bedrijfswaarde vermindert, het vermogen om winst te genereren en schulden terug te betalen verslechtert, en financiële instellingen dus markt- en kredietrisico’s lopen. Om u een idee te geven: de blootstelling van financiële instellingen in Nederland aan bedrijven die bestuivingsafhankelijke producten maken bedraagt 25 miljard euro.

DNB en PBL kwamen tot de conclusie dat Nederlandse financiële instellingen voor 510 miljard euro aan financiering hebben uitstaan bij bedrijven met een hoge of zeer hoge afhankelijkheid van één of meerdere ecosysteemdiensten. En dus een fysiek risico lopen. En dan onderzochten we alleen nog maar de directe afhankelijkheid van ecosysteemdiensten. Secundaire afhankelijkheid, zoals in de textielsector die afhankelijk is van de katoenproductie, namen we nog niet eens mee. Het totale fysiek risico is dus vermoedelijk nog veel groter.

Naast het afhankelijkheids- of fysiek risico, zijn er nog de risico’s die te maken hebben met de impact die bedrijven kunnen hebben op ecosysteemdiensten en biodiversiteit. Dit zijn de transitie- en reputatierisico’s.

Stel dat we erin slagen om onze Nederlandse overheid mee te nemen in onze oproep tot groen herstel en dit te laten vertalen in wet- en regelgeving. Of nog beter, dat we er ook in slagen om volgend jaar in Kunming mondiale afspraken te maken om onze biodiversiteit te redden. Dan bestaat het risico dat een te plotse verandering van de beleidskoers tot schade leidt voor het bedrijfsleven – potentieel aanzienlijke schade. Dit is het transitierisico. Financiële instellingen die investeren in deze bedrijven lopen dan het risico dat hun investeringen minder waard worden. Denk bijvoorbeeld aan de stikstofdiscussie in Nederland.

In het rapport “Indebted to Nature” hebben we berekend dat de drie grootbanken in ons land via kredietverlening voor ongeveer 81 miljard euro zijn blootgesteld aan stikstof-intensieve sectoren, zoals landbouw, industrie en transport. U kunt zich vast iets voorstellen bij wat een plotselinge verandering in de beleidskoers zou kunnen betekenen.

En dan is er nog een derde risico, het reputatierisico. U kunt hierbij denken aan de financiering van bedrijven die via hun productieprocessen betrokken zouden kunnen zijn bij ontbossing. De financiële sector in Nederland is hieraan blootgesteld voor een bedrag van aan 97 miljard euro. Ik hoef u niet te vertellen dat aansprakelijkheidsclaims of reputatieschade al snel kunnen leiden tot hogere operationele risico's en kosten.

Het verlies aan biodiversiteit speelt dus niet zomaar op de achtergrond. Het heeft ook zeer tastbare economische gevolgen, die dan weer leiden tot risico’s voor financiële instellingen.

Het is niet onlogisch om bij het horen van dramatische cijfers en bedragen niet meteen te weten wat te doen. Het is als aan de voet van de berg Fuji staan en je afvragen hoe je ooit de top zou kunnen bereiken. Maar als je eenmaal beslist hebt dat je naar de top wilt, is de moeilijkste beslissing eigenlijk al gemaakt. Vanaf dan is het een kwestie van de juiste schoenen aan te trekken, je rugzak van proviand te voorzien, een kaart en wandelstok bij de hand te houden en vervolgens stap voor stap door te zetten tot aan de top.

En nú is hét moment om aan die beklimming te beginnen. Nú is hét moment om volop in te zetten op een groen herstel van onze economie. Op een herstel met aandacht voor klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. Op een herstel met de juiste aandacht voor wat zich lange tijd op de achtergrond afspeelde.

Nog langer wachten maakt de fysieke risico’s die ik zonet vermeldde alleen maar groter. Nog langer wachten maakt de maatregelen die overheden zullen moeten treffen om die fysieke risico’s het hoofd te bieden alleen maar radicaler. Wat dus betekent dat de transitierisico’s ook alleen maar zullen toenemen. Nog langer wachten betekent niet dat de risico’s zullen oplossen. Zoals een bruistablet in water. Integendeel. Het betekent dat de oplossingen die we nodig zullen hebben, alleen maar van een groter kaliber zullen moeten zijn.

En vergis u niet, er is niets dat ons tegenhoudt om nu meteen aan die beklimming te beginnen. We hebben het Akkoord van Parijs om ons klimaat te redden. We hebben de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling. En hopelijk bereiken de wereldleiders volgend jaar in Kunming ook een akkoord over het redden van onze biodiversiteit.

Zíj zijn het immers die hierin het voortouw moeten nemen. Onze overheden. Van hen verwachten we een helder klimaatbeleid. Van hen verwachten we dat ze de lijnen uitzetten. En daarbinnen kunnen de financiële sector, en de toezichthouders en centrale banken dan hun belangrijke bijdrage leveren.

Dus hoe pakken we dit concreet aan?

We zetten de voorbije jaren hard in op een wereldwijde aanpak van de klimaatverandering. En hoewel we de klimaatcrisis nog niet tot het verleden kunnen rekenen, moeten we toch al verder kijken. Voorbij het klimaat. Want zoals de cijfers aantonen, dat lichtte ik u net toe, doemt de golf van de biodiversiteitscrisis al op aan de horizon. En die zou ons potentieel nog veel harder kunnen raken.

Maar er valt alvast veel te leren uit de voorbije jaren – uit hoe we tot nu de klimaatcrisis aanpakten – waarbij het ene bruikbaarder is dan het andere in de aanpak van de biodiversiteitscrisis. Zo leerden we dat onze wissel op de toekomst voor de klimaatcrisis een juiste beprijzing van de CO2-uitstoot is.

Dit inzicht was cruciaal. En werd keer op keer door onderzoek bevestigd.

Helaas is een equivalent van het quasi een-op-een verband tussen het verminderen van de CO2-uitstoot en de klimaatverandering, nog niet gevonden voor de biodiversiteitscrisis.

En mogelijks wordt dat ook niet gevonden. Het zou wel eens kunnen dat we op meerdere fronten tegelijk zullen moeten strijden om de biodiversiteitscrisis aan te pakken—waarbij er wel steeds meer een internationale consensus is dat het beprijzen van negatieve milieu-externaliteiten, of het nu van CO2-uitstoot is of iets anders, altijd ten goede zal bijdragen.

En het ziet er ook naar uit dat we naast die strijd tegen de klimaatverandering en de afname van de biodiversiteit ons ook moeten voorbereiden op het opvangen van de gevolgen van deze crises. Want die gevolgen zullen er zijn. En voor een stuk zullen we die kunnen opvangen. Bijvoorbeeld:

  • Als dierlijke bestuiving afneemt, kunnen imkers redding brengen.
  • Als koraal, zeegrassen, mangroves voor of aan de kust verdwijnen, dan kunnen we hogere dijken aanleggen.
  • Als ontbossing de kans op modderstromen vergroot, kunnen we nabijgelegen dorpen of steden hiertegen beschermen.

Maar sommige ecosysteemdiensten laten zich niet zomaar vervangen. Op het verlies van sommige ecosysteemdiensten zal een menselijk antwoord steeds tekort schieten. En dan is verloren wat verloren is.

We kunnen onze vindingrijkheid dan ook veel beter aanwenden om de kwetsbaarheid en degradatie van bestaande ecosystemen te verminderen en waar nog mogelijk te voorkomen. Onder meer met duurzame landbouw, geïntegreerd waterbeheer en duurzaam bosbeheer.

Wat we ook doen om de afname van de biodiversiteit tegen te gaan, laat het geïntegreerd zijn in het klimaatbeleid. Want klimaat en biodiversiteit hangen met elkaar samen.

Uit de voorbije jaren distilleer ik graag nog drie lessen. Lessen uit onze aanpak van de klimaatcrisis die ons ook bij de aanpak van de biodiversiteitscrisis verder kunnen helpen.

De eerste is: je kunt het niet alleen. Dat zit ook in de Nederlandse titel van het “Indebted to Nature”-rapport. In het Nederlands is die titel: “Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving?”

Dus aan alle bankiers, financiële toezichthouders, en pensioenfondsbestuurders, raad ik aan om vruchtbare samenwerkingsverbanden te zoeken met organisaties die hen met hun data, kennis en netwerk kunnen helpen om dit zeer belangrijke onderwerp verder in hun organisatie vorm te geven.

En tegen de biodiversiteitsgemeenschap zou ik hetzelfde willen zeggen: zoek het contact op met toezichthouders, financiële instellingen en ministeries van Financiën om samen op weg te gaan.

Ten tweede, in Parijs zetten we de redding van ons klimaat op touwen. We hebben nu ook een Parijs nodig om onze biodiversiteit te redden. Een belangrijke stap hierin, zou volgend jaar in Kunming kunnen worden gezet. Daar zullen de biodiversiteitsvisie en –missie voor de periode 2030 tot 2050 worden geactualiseerd, en zullen nieuwe doelstellingen voor de komende tien jaar worden vastgesteld.

En de verwachting is dat de nieuwe doelstellingen ambitieuzer zullen zijn dan ze tot nu toe waren. Zo wordt gesproken over een uitbreiding van het areaal aan beschermde gebieden tot 30 procent van het totale aardoppervlak.

Ik zou graag geloven dat Kunming het Parijs voor biodiversiteit zou kunnen worden. Maar ik wil me ook hoeden voor ijdele hoop. Het Biodiversiteitsverdrag bevat tot nu toe immers hoofdzakelijk algemeen geformuleerde verplichtingen. Ik hoop dat we in Kunming de stap kunnen zetten naar concrete en controleerbare verplichtingen, een versterking dus van het Biodiversiteitsverdrag op het vlak van transparantie en accountability. Naar het voorbeeld van het Akkoord van Parijs zou gedacht kunnen worden aan wat heet ratcheting. Dit betekent dat de ondertekenende partijen periodiek evalueren of ze op koers zitten en zich engageren om, indien dat niet het geval is, extra inspanningen te leveren. Trouwens, niet alleen landen, maar ook de financiële sector zou zich kunnen, misschien zelfs moeten, committeren aan de realisatie van een scherpgesteld Biodiversiteitsverdrag.

En zo komen we bij de derde les: om impact te hebben, heb je hefbomen nodig. Hefbomen die ervoor zorgen dat je sneller de top van de berg bereikt. En die hefbomen vind je bij de financiële instellingen, bij de financiële toezichthouders, en bij instellingen die de toezichthouders beïnvloeden.

Financiële instellingen hebben enorme investeringsportefeuilles die zowel afhankelijk zijn van, als invloed hebben op biodiversiteit. Als we erin slagen om die portefeuilles in de richting van groen herstel te oriënteren, winnen we heel wat terrein.

Vandaag loopt dit vaak vast op het gebrek aan betrouwbare en vergelijkbare data. En het is waar dat we daar hoge nood aan hebben. Het is waar dat we cijfers en verbanden nodig hebben om goede beslissingen te kunnen nemen. Maar het is niet waar dat we nu nog niets kunnen doen. Ik zeg dan ook: wacht niet op de perfecte data om actie te ondernemen. Want de kans is groot dat tegen de tijd dat we perfecte data hebben, dat we dan achter de feiten aan lopen.

Het helpt om hierin voortrekkers te hebben. En voor wat betreft inspanningen om vanuit de financiële sector de CO2-uitstoot terug te dringen, vind ik die voortrekkers zelfs dichtbij huis. Want in 2019, na het Akkoord van Parijs en het Nederlandse Klimaatakkoord, tekenden 53 financiële instellingen in Nederland een Klimaatcommitment. Dit betekent onder andere dat de Nederlandse financiële sector vanaf nu jaarlijks rapporteert over het CO2-gehalte van hun beleggingen en leningen. Hiermee spelen zij een voortrekkersrol – voor andere sectoren in Nederland en voor financiële sectoren internationaal.

En graag daag ik de Nederlandse financiële sector nu uit tot een volgende commitment. Ik daag hen uit om als eerste ter wereld ook een biodiversiteitscommitment aan te gaan en hierover jaarlijks te rapporteren. Nederland als voortrekker. Nederland als inspiratie. Nederland als gidsland bij de beklimming van de berg Fuji.

Financiële toezichthouders dan. Zij hebben een dubbele hefboom. Een dubbele hefboom omdat zij de beslissingen van financiële instellingen beïnvloeden door prudentiële ESG risico’s op te nemen in hun rol van toezichthouders. Hierdoor hebben zij een enorme hefboom in handen om de portefeuillesamenstelling van de financiële instellingen in de juiste richting te wenden.

Ook dat botst wel eens op praktische bezwaren: hoe moeten toezichthouders dit dan concreet aanpakken? De Europese Centrale Bank publiceerde recent alvast een bruikbare gids in dit kader.

Maar met die vraag komen we ook bij de stakeholders met een driedubbele hefboom. Zoals het IMF en de International Standard Setting Bodies. En ook bij een organisatie waarvan ik de eer heb de voorzitter te mogen zijn: the Network of Central Banks and Supervisors for Greening the Financial System, het NGFS. Dit is een netwerk van inmiddels 75 centrale banken en toezichthouders op vijf continenten dat zich zeer expliciet en actief inzet voor een vergroening van het wereldwijde financiële systeem. Een voorbeeld van zeer concrete output van dit netwerk, is de recent gepubliceerde gids voor toezichthouders om net die ESG risico’s mee te nemen in hun prudentieel toezicht. Het is een heel concrete handleiding waarmee toezichthouders zo aan de slag kunnen.

En al deze hefbomen worden uiteindelijk in werking gezet door onze overheden. Zij hebben echt zevenmijlslaarzen. Als zij echt het voortouw nemen, kunnen we weliswaar niet in no time, maar misschien nog wel just in time op de top van de berg Fuji staan.

Voor onze overheden betekent dit concreet dat zij het goede voorbeeld moeten geven door publieke groene investeringen te versnellen, en daarnaast wet- en regelgeving moeten ontwikkelen die private groene investeringen stimuleren.

Ik weet dat ik met mijn drie lessen een halve eeuw te laat ben. Het Rapport van de Club van Rome uit 1972 had ons al veel eerder en veel harder wakker moeten schudden. Maar we kunnen niet terug in de tijd. En vandaag is er een momentum. Een momentum waarop onze overheden, nationaal en internationaal, de financiële sector, en de toezichthouders en centrale banken de handen ineen moeten slaan. We kunnen het tij nog keren. Maar de luxe om nog langer te talmen hebben we niet meer.

Dames en heren, ik rond af. En sta me toe u hiervoor nog één afbeelding te tonen uit de reeks van “36 gezichten op de berg Fuji”. Graag vraag ik aan de regie om nu afbeelding 2 te tonen met als titel “Ejiri in de provincie Suruga”.

Op deze afbeelding zien we een groepje mensen dat verrast wordt door een windvlaag. De ene verliest zijn hoed, de andere zijn papieren. We zien chaos.

Het is duidelijk dat we als mens niet veel nodig hebben om onze grip op de wereld te verliezen. Hoe druk doende we ook zijn, we zijn kwetsbaar tegenover de kracht van de natuur.

Wij als mens zijn kwetsbaar. Maar sommige mensen zijn kwetsbaarder dan andere. En de ongelijkheid tussen mensen, die op zichzelf al verontrustende proporties heeft, wordt alleen maar verder versterkt door de klimaat- en biodiversiteitscrisis.

Als het ons menens is om de klimaat- en biodiversiteitscrisis aan te pakken, en dat moet het zijn!, dan kunnen we niet anders dan holistisch te werk gaan. En dat betekent dat we ons ook buigen over de ongelijkheid in onze wereld.

Ik begon mijn verhaal met de vanzelfsprekendheid van de berg Fuji op de achtergrond. En de bedrijvige mens op de voorgrond. En dat we die achtergrond nu dringend op de voorgrond moeten plaatsen. Maar dit betekent niet dat we de mens naar de achtergrond moeten verplaatsen. Het gaat om het vinden van een nieuw evenwicht. We moeten zowel een nieuw evenwicht vinden tussen mens en natuur, als tussen mensen onderling, wereldwijd.

Wat ik in deze afbeelding zie, is dat een windvlaag alles terug in het juiste perspectief kan plaatsen. In de juiste verhoudingen. En dat is nodig.

Het is tijd om als mens, als passant in deze wereld, een keertje achter en rondom ons te kijken, naar die achtergrond zonder welke er van een voorgrond helemaal geen sprake zou zijn. Het is hoog tijd om onze destructieve gewoontes te laten verwaaien, en nieuwe plannen te maken. Plannen die luisteren naar wat de wind te vertellen heeft.

Ik dank u en kijk uit naar de reactie van Christiaan en Bas, en nadien ook naar uw vragen.