Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

04 maart 2021 Algemeen

Olaf Sleijpen zei vandaag dat diversiteit in de financiële sector helpt om nieuwe ideeën en inzichten aan boord te brengen en group think te voorkomen. Dat is ook van belang in het kader van de energietransitie. ‘Want als er ooit een tijd was waarin we dat hard nodig hadden dan is het wel nu. In deze tijd, waarin onze kans om een duurzame samenleving tot stand te brengen afhangt van ons vermogen om drastisch te veranderen.’ Hij benadrukte verder dat het goed beheren van duurzaamheidsrisico’s en het luisteren naar de voorkeuren van de pensioendeelnemers een belangrijke bijdrage kan leveren aan het financieren van de energietransitie.

Datum: 4 maart 2021
Locatie: Bijeenkomst ‘Duurzaamheid  en diversiteit in de pensioensector’, georganiseerd door Vrouwen in institutioneel Pensioen (ViiP) en Female Capital DNB
Spreker: Olaf Sleijpen

Goedemiddag allemaal. Fijn dat ik hier vanmiddag mag spreken. Ik ken de pensioensector goed. Zowel vanuit mijn tijd bij ABP/APG, als vanuit de verschillende functies die ik bij DNB bekleed heb.

Het lijkt wel of het magische getal vandaag twee is. Een event gehost door twee netwerken. Met een tweeledig publiek, bestaande uit DNB-ers en mensen uit de pensioensector. En we hebben ook nog eens twee onderwerpen: duurzaamheid en diversiteit. Met die onderwerpen is het een beetje als pindakaas en chilipeper. Ze hebben op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken, maar samen in een potje smaken ze toch verrassend goed. Althans, dat hoop ik in de komende minuten aan te tonen.

Laat ik beginnen met duurzaamheid. Onze economie moet uiterlijk in 2050 CO2-neutraal zijn om catastrofale klimaatverandering te voorkomen. Waarbij ik direct opmerk dat duurzaamheid natuurlijk veel breder is dan alleen klimaatverandering. Neem het verlies aan biodiversiteit. En dan heb ik het alleen nog maar over de E van ESG.

Laat ik voor nu even focussen op klimaat. We weten allemaal dat de energietransitie grote investeringen vergt. 1000 miljard euro. Dat is wat we volgens de Europese Commissie in de EU jaarlijks tot 2030 moeten investeren. Dat zijn zowel publieke als particuliere investeringen.

Hoe krijgen we die investeringen gefinancierd? Welke rol kunnen pensioenfondsen daarbij spelen? En hoe zie ik onze eigen rol als centrale bank en toezichthouder? Daar wil ik graag wat over zeggen.

Maar laat ik beginnen met, alweer twee, olifanten in de kamer te benoemen die op het bordje van de overheid liggen. De eerste is dat we een goede beprijzing van CO2 en andere broeikasgassen nodig hebben. Eentje die de werkelijke klimaatkosten van schadelijke uitstoot weerspiegelt. En ten tweede hebben we een helder en geloofwaardig transitieplan nodig, zo nodig vastgelegd in wetgeving. Die twee geven duidelijkheid aan investeerders, bedrijven en huishoudens over de toekomstige waarde van hun bezittingen en verplichtingen. Dan weten mensen zeker dat hun dieselauto over zoveel jaar een stranded asset is. Dat verandert financiële prikkels en zorgt ervoor dat we in de juiste richting werken.

CO2-beprijzing en een transitieplan, dat is wat mij betreft eigenlijk de basis. Europa neemt hierbij nu het voortouw met de Green Deal. Dat is goed nieuws.

En dan nu de financiële sector. Die kan een belangrijke rol vervullen bij het financieren van de energietransitie. Wij kijken daar bij DNB vooral naar vanuit de blik van risk management. We vinden het belangrijk dat financiële instellingen hun risico’s goed beheersen. Dus ook duurzaamheid-gerelateerde risico’s. Die manifesteren zich steeds duidelijker. Zeker voor lange-termijnbeleggers als pensioenfondsen. Er zijn hele sectoren in de economie die drastisch op de schop zullen gaan omdat de regelgeving strenger wordt en omdat consumentenvoorkeuren veranderen. Het business-model-risico in die sectoren is gewoon heel groot. Misschien niet elk bedrijf zal dat overleven. Dus het is van belang om die risico’s in het vizier te hebben.

En nogmaals, het gaat niet alleen om klimaat. Alleen al Nederlandse financiële instellingen hebben een half biljoen euro aan exposure op bedrijven die afhankelijk zijn van een goed functionerend ecosysteem. Bedrijven die dus kwetsbaar kunnen zijn voor verlies aan biodiversiteit en andere vormen van milieu-afbraak.

Goed risk management is dus op zichzelf al belangrijk. Daarnaast valt te verwachten dat naarmate financiële instellingen beter zicht krijgen op hun duurzaamheidsrisico’s ze minder gaan investeren in vervuilende activiteiten. Dat is wat mij betreft een welkom bijproduct van goed risk management. En de energietransitie biedt natuurlijk ook kansen om te beleggen in aantrekkelijke groene activiteiten.

Naast goed risk management vinden we het ook belangrijk dat pensioenfondsen hun oor te luister leggen bij hun deelnemers. Het is ten slotte hun geld dat jullie beleggen. En ik weet ook wel: zoveel deelnemers, zoveel meningen. Een survey zal dus zelden een eenduidig antwoord geven. Maar het zou me eerlijk gezegd verbazen als die antwoorden nog hetzelfde zijn als zeg 10 jaar geleden. Ik kan me ook voorstellen dat veel pensioendeelnemers nu zeggen: ja, we willen een goed pensioen over 10 of 20 of 30 jaar. Maar we willen daar ook van kunnen genieten in een leefbare wereld.

Het is dus belangrijk dat pensioenfondsen goed nadenken over de duurzaamheidsgevolgen van hun beleggingen. Zowel vanuit het perspectief van goed risicobeheer, als vanuit het perspectief van de voorkeuren van hun deelnemers.

Als toezichthouder volgen we bij DNB de vorderingen van de sector met belangstelling. We delen onze kennis en geven waar nodig een duwtje in de goede richting. Zo loopt er momenteel een uitvraag om te zien hoe ver financiële instellingen zijn met het incorporeren van hun duurzaamheidsambities. We betrekken ESG-risico’s in beleggingsonderzoeken. En dit jaar voeren we een themaonderzoek uit bij een aantal pensioenfondsen, waarbij we ons richten op de inbedding van ESG-factoren in het risicobeheer. En last but not least bekijkt onze divisie Statistiek momenteel hoe we de verduurzaming van de pensioensector beter kunnen meten.

Een belangrijke uitdaging voor pensioenfondsen en andere kapitaalverschaffers is hoe te bepalen wat groen is en wat niet. Het risico van greenwashing is groot. Zo bestaan er twijfels over de mate waarin groene obligatie-uitgiftes daadwerkelijk leiden tot verduurzaming van bedrijven. We zijn nu bezig met een studie naar de beschikbaarheid van duurzame financiering. Wat we zien is dat groene obligaties vooral door vervuilende bedrijven worden uitgegeven om hun bedrijfsmodel te vergroenen. Dat is niet per se verkeerd. Maar een studie van de BIS concludeert dat de CO2-reductie dankzij groene obligaties vaak teniet worden gedaan door een CO2-stijging elders in het bedrijf. Beleggers hebben vaak onvoldoende zicht op de mate van duurzaamheid van een bedrijf als geheel.

Om dit soort problemen het hoofd te bieden hebben pensioenfondsen, maar ook wij als toezichthouder, dringend behoefte aan betere data over het duurzaamheidsgehalte van bedrijven en investeringen. Wat we nodig hebben is dat bedrijven verplicht worden informatie te publiceren over hun footprint. Gestandaardiseerde informatie van hoge kwaliteit, al dan niet gecontroleerd door een accountant, die het mogelijk maakt bedrijven met elkaar te vergelijken. We zijn groot voorstander van zo’n mondiale rapportage-standaard, volgens de aanbevelingen van de Taskforce for Climate-related Financial Disclosures, de TCFD. Bij DNB maken we ons sterk voor de totstandkoming daarvan, onder andere in de IFRS taskforce die zich hierover buigt.

Als pensioenfondsen zijn jullie druk bezig met het thema duurzaamheid. Er zijn veel goede voorbeelden, en ik ga ze hier niet allemaal noemen. Tegelijk horen we met name bij de kleinere pensioenfondsen dat het een flinke uitdaging is om handen en voeten te geven aan klimaatbeleid.

Ik denk dat er daarom veel potentieel zit in samenwerking. Er valt veel van elkaar te leren. Er is al veel moois gaande in het Platform voor Duurzame Financiering. Zoals de werkgroepen SDG impactmeting en Partnership for Carbon Accounting Financials. Ook het klimaatcommitment dat veel pensioenfondsen ondertekenden, en de implementatie van het IMVB convenant vind ik mooie voorbeelden van een opzet waarbij achterblijvers leren van koplopers. Ook bijeenkomsten als deze kunnen helpen. Kortom, goed bezig, en blijf die samenwerking zoeken.

Dat doen we als centrale banken en toezichthouders zelf ook in het NGFS, het Network for Greening the Financial System. Daar helpen we elkaar om, binnen onze mandaten, de verduurzaming van het financiële stelsel en de economie te ondersteunen. Bijvoorbeeld door ons eigen beleggingsbeleid te vergroenen en daarover te rapporteren. En door te kijken of we in onze monetaire aankoopprogramma’s gebruik kunnen maken van groene criteria.

Ik kan jullie natuurlijk niet zien, maar ik kan me voorstellen dat er nu een paar van jullie denken: we hebben nu wel genoeg pindakaas gehad, waar blijft de chilipeper? Nou, jullie gaan op je wenken bediend worden.

Deze bijeenkomst is georganiseerd door Female Capital, het vrouwennetwerk binnen DNB, en Vrouwen in institutioneel Pensioen. Ik hoef jullie natuurlijk niet het belang en de morele noodzaak van diversiteit uit te leggen. En ik denk dat ik ook niets schokkends vertel als het gemiddelde pensioenfondsbestuur in Nederland nog niet bepaald het toonbeeld van diversiteit is. We gaan in de juiste richting. Dat laten de cijfers zien. Zo zitten er nu meer vrouwen en jongeren in pensioenfondsbesturen dan een aantal jaren geleden. Er mag alleen nog wel een tandje bij. En de DNB’ers onder jullie weten dat dat natuurlijk ook voor ons als organisatie geldt. Al zijn ook wij aardig op weg.

Er moeten dus absoluut meer vrouwen en jongeren in pensioenfondsbesturen komen. Maar tegelijk is diversiteit breder dan alleen de man-vrouw verhouding en de verdeling tussen jong en oud. Diversiteit gaat ook om mensen bijeenbrengen van verschillende karakters, achtergronden, opleidingen, culturen. Om wat iemand toevoegt aan het collectief, bijvoorbeeld met nieuwe inzichten en ideeën. Dat helpt group think te voorkomen.

In dat licht wil ik graag eindigen met het verhaal van Sonia Sotomayor. Zij is een van de rechters van het Amerikaanse federale hooggerechtshof. Sotomayor groeide op als Puerto-Ricaanse in de Bronx. Haar vader stierf toen ze negen was. Haar moeder voedde haar alleen op en werkte daarnaast als verpleegster. Sonia, die thuis voornamelijk Spaans sprak, deed het goed op school en won een scholarship voor Princeton. Ondanks haar achtergrond wist zij zich op te werken tot een uitmuntend jurist en rechter. Barack Obama beschrijft in zijn memoires hoe, tijdens de procedure voor haar benoeming tot opperrechter, de critici twijfelden aan haar inhoudelijke kwalificaties. Want ze was niet de standaard hooggeleerde jurist. Obama ontzenuwt die kritiek en gaat vervolgens een stapje verder. Wat hij dan zegt raakt volgens mij aan de kern. Ik citeer: “Het was precies het vermogen van een rechter om de context van haar beslissingen te begrijpen, om je zowel te kunnen inbeelden hoe het is om een zwangere tiener te zijn als een katholieke priester, zowel een selfmade zakenman als een lopende-bandmedewerker, het was precies die bron waaruit haar objectiviteit ontsprong.’ Einde citaat. Kortom, het was juist haar achtergrond die Sonia Sotomayor bij uitstek geschikt maakte in een hooggerechtshof dat gedomineerd werd door hooggeleerde maar ook wat wereldvreemde juristen. Ze werd benoemd en werd een voortreffelijke opperrechter.

Ik wil maar zeggen, goede bestuurders vind je soms op plekken waar je ze niet verwacht. En als je ze wilt vinden moet je soms wat breder kijken. Dus ga vandaag terug naar jullie organisaties en zeg ze daar: hou je ogen en je geest open en misschien vinden we onze eigen Sonia Sotomayor, in wat voor gedaante dan ook. Laten we wat chilipeper toevoegen aan die bestuurskamer.

Want als er ooit een tijd was waarin we dat hard nodig hadden dan is het wel nu. In deze tijd, waarin onze kans om een duurzame samenleving tot stand te brengen afhangt van ons vermogen om drastisch te veranderen. En natuurlijk zijn er altijd knelpunten, maar je moet ook een beetje durven. Durven om te zeggen: ‘U past niet in onze organisatiecultuur. Welkom!’

En zo eindigen duurzaamheid en diversiteit, pindakaas en chilipeper, toch nog samen in een potje. Ik hoop dat dit naar meer smaakt, want ik ga nu het stokje doorgeven aan het panel dat staat te popelen om met elkaar in gesprek te gaan.