Resolutieplanning

DNB bepaalt van tevoren hoe zij ingrijpt bij een bank als deze in de problemen komt. Dit noemen we resolutieplanning. In overleg met de bank stelt DNB een resolutiestrategie en een resolutieplan op.

Resolutiestrategie

Resolutieplanning

In de resolutiestrategie bepaalt DNB of en hoe een bank in resolutie gaat als het slecht gaat met de bank. Het opstellen van een resolutiestrategie gebeurt in verschillende stappen: 

1. DNB voert een ‘algemeenbelangtest’ uit. Hiermee kijkt DNB of resolutie noodzakelijk is om kritieke functies van de bank door te laten gaan, de financiële stabiliteit te beschermen en te voorkomen dat de overheid moet bijspringen. Als dat niet het geval is, dan kan de bank 'gewoon' failliet gaan. 

2. Als DNB concludeert dat resolutie moet worden ingezet, bepaalt zij vervolgens welke resolutie-instrumenten ingezet worden.

3. Voor bankgroepen met onderdelen in verschillende landen wordt een keuze gemaakt uit twee typen resolutiestrategieën:

  • Single Point of Entry (SPE). De resolutieautoriteit in één land grijpt in, ongeacht waar de verliezen zich voordoen. De ingreep gebeurt op het niveau van de moedermaatschappij, de bank wordt in zijn geheel voortgezet.
  • Multiple Point of Entry (MPE). Meerdere resolutie-autoriteiten grijpen in. MPE kan inhouden dat een bankgroep wordt opgedeeld en in meerdere delen wordt voortgezet. 

Resolutieplan

DNB werkt de resolutiestrategie vervolgens uit tot een resolutieplan. Hierin staat tot in detail beschreven wat er moet gebeuren als het slecht gaat met een bank. Het resolutieplan wordt jaarlijks geüpdatet, of tussentijds als de bank een belangrijke wijziging ondergaat. In principe moet er voor elke bank een volledig resolutieplan komen. Maar als DNB vindt dat een bank failliet kan gaan, kan zij een versimpeld plan schrijven. 

MREL/TLAC

Als een bank faalt en in resolutie gaat, is het belangrijk dat zij voldoende ruimte op de balans heeft om verliezen op te vangen (verliesabsorberend vermogen). Resolutieautoriteiten kunnen vanaf 2017 van Europese banken eisen dat zij een minimum hebben aan eigen vermogen en passiva die hiervoor in aanmerking komen, de zogenoemde MREL-eis. Banken die wereldwijd systeemrelevant zijn, moeten vanaf 1 januari 2019 voldoen aan de TLAC-standaard van de Financial Stability Board (FSB), een internationaal overlegorgaan. Meer weten? Lees dan de download MREL/TLAC. 

Afwikkelbaarheidstoets

De laatste stap in het proces van resolutieplanning is de afwikkelbaarheidstoets. Hiermee kijkt DNB of een resolutieplan uitvoerbaar is. Mogelijk komen uit de toets belemmeringen voor een goede afwikkeling van de bank naar voren, zoals:

  • De bank heeft een tekort aan MREL.
  • De structuur van de bank is te complex.
  • De bank heeft veel moeilijk verkoopbare activa.
  • De bank heeft DNB onvoldoende informatie verstrekt, waardoor DNB de bank bijvoorbeeld niet goed kan waarderen als deze faalt.

Als er belemmeringen zijn, dan vraagt DNB de bank deze weg te nemen. Zo nodig neemt DNB maatregelen.