Maandeffectenrapportage Frequently Asked Questions

Op deze pagina vindt u antwoorden op veel gestelde vragen over de Maandeffectenrapportage (MER).

Waar moet ik zijn voor vragen over mijn rapportage?

Informatie over het insturen en de inhoud van uw rapportage vindt u in de MER handleiding, beschikbaar op de MER-webpagina. Mocht u het antwoord op uw vraag niet terugvinden in de handleiding, dan raden wij u aan om na te gaan of het antwoord in de FAQ staat. 

Indien het antwoord op uw vraag niet terug te vinden is in bovenstaande documenten, dan is uw rapportagebehandelaar uw eerste contactpersoon. De contactgegevens van uw behandelaar zijn in een brief van DNB aan u gecommuniceerd. 

Voor specifieke vragen over het XBRL-format, kunt u een email sturen aanxbrl@dnb.nlen voor vragen over het DLR aan  ict-servicedesk@dnb.nl .

Moet ik bedragen afronden in de rapportage?

Het is inderdaad de bedoeling dat u bedragen afrondt. Echter is het mogelijk om bedragen te rapporteren tot twee cijfers achter de komma – uw rapportage wordt in dit geval gewoon geaccepteerd. Het rapporteren van méér dan twee cijfers achter de komma is echter niet mogelijk.

Hoe weet ik welke aanpassingen aan de taxonomie plaatsvinden en wanneer?

In mei 2020 wordt er een nieuwe versie van de taxonomie gepubliceerd, waarin resultaten van de testfase zijn meegenomen. U heeft dan nog minstens twee maanden om een testrapportage gebaseerd op de nieuwe taxonomie in te sturen. De eerste rapportageverplichting, over juli 2020, kunt u vanaf 1 augustus 2020 insturen.

Na de start van de MER in 2020 zullen aanpassingen aan de taxonomie sporadisch plaatsvinden. In het geval van aanpassing worden alle rapporteurs minstens vier maanden van te voren hiervan op de hoogte gesteld via een email. Ook zullen de aanpassingen ten opzichte van de voorgaande versie duidelijk uiteen worden gezet.

 

Mijn rapportage wordt niet geaccepteerd. Wat doe ik nu?

Indien uw rapportage niet wordt geaccepteerd, is het belangrijk om goed te kijken wat voor foutmeldingen u krijgt. De foutmeldingen vindt u in het validatierapport dat in DLR wordt gegenereerd nadat u een rapportage heeft geüpload. Iedere foutmelding verwijst naar één of meerdere cellen in de rapportage en bevat tevens een toelichting.

Een overzicht van alle mogelijke foutmeldingen vindt u op de MER-webpagina in het Excel-document ‘MSR v1.1.0 – Monthly Securities Reporting Annotated templates and assertions’. Dit document bevat een tabblad ‘assertions’ waarin staat toegelicht welke controles er op een veld plaatvinden. Verder staan in de MER-handleiding de meest voorkomende foutmeldingen verder toegelicht.

Indien u vermoedt dat uw rapportage onterecht wordt afgekeurd, kunt u mail sturen naar xbrl@dnb.nl.

 

Wat is het verschil tussen XML en XBRL?

XBRL is een op XML gebaseerde open standaard voor het samenstellen van en elektronisch uitwisselen van rapportages en gegevens via het internet. Voor meer informatie over XBRL verwijzen wij u naar de website van XBRL International, www.xbrl.org.

Hoe gebruik ik het Excel template?

U kan aan uw rapportageplicht voldoen door een XBRL in te sturen, of door het Excel-template in te vullen en in te sturen. Het Excel-template wordt vervolgens door DNB getransformeerd in een XBRL-bestand.  Vanwege de transformatie naar XBRL is aan het gebruik van het template een aantal voorwaarden verbonden:

  1. Er mag niets veranderd worden in de lay-out (geen nieuwe kolommen, geen wijzigingen in naamgevingen, etc) van de formulieren.
  2. Alle te rapporteren regels (rijen) moeten in elk formulier voldoen aan de opmaak van rij 8 (gele en blauwe velden)

Om het Excel-template te gebruiken:

  • Download het Excel-template vanuit uw rapportageplicht in het DLR;
  • Sleep de opmaak van de eerste rij naar beneden, zodat alle regels die u gaat invullen de opmaak van de eerste rij hebben.
  • Vul iedere rij in door de gegevens in te typen, of er in te plakken vanuit andere bronnen. Indien u gegevens kopieert vanuit een andere bron en plakt in het template, let er dan op dat de juiste opmaak wordt behouden. Ingevulde rijen die niet de juiste opmaak hebben, worden niet herkend als datapunten door onze transformatie-tool en worden daarom niet door ons ingelezen in onze systemen.
Kan ik gegevens vanuit andere bronnen kopiëren en plakken in het Excel-template?

Houd er rekening mee dat alle regels die u invult dezelfde opmaak als de eerste regel in het template moeten bevatten. Voordat u een regel invult, dient u eerst de opmaak van de eerste regel naar beneden te kopiëren of te slepen. Rijen met data die niet de juiste opmaak hebben, worden niet herkent als datapunten en dus niet ingelezen in onze systemen.

Indien u gegevens wilt plakken in het template, zorg er dan voor dat u eerst de opmaak van de eerste rij naar beneden kopieert of sleept voor het precieze aantal regels dat u gaat invullen. Daarna kunt u gegevens in deze rijen plakken, waarbij u de opmaak van de rijen behoudt.

Moet ik de beginstand invullen, of wordt de eindstand van mijn vorige rapportage automatisch overgenomen als beginstand?

U dient de beginstand op iedere rapportage die u instuurt in te vullen. Indien u de beginstand niet invult, wordt uw rapportage niet geaccepteerd. De beginstand in uw rapportage dient gelijk te zijn aan de eindstand van uw vorige rapportage (dit uiteraard met uitzondering van de eerste rapportage die u inzendt voor de MER).

Wat is het verschil tussen de rapportage van een ‘short’ en de uitleen van een stuk?

Wanneer een effect wordt uitgeleend aan een derde partij, bijvoorbeeld als onderdeel van een repo, dan valt het stuk voor deze rapportage onder het houderschap van de uitlenende partij zo lang de kosten en baten (inkomen) van houderschap van het stuk nog steeds ten goede komen aan de uitlenende partij. In andere woorden, alleen de partij met het economische houderschap dient het stuk te rapporteren.

Het ‘shorten’ van een effect betekent dat een effect wordt ingeleend en vervolgens doorverkocht aan een derde partij. Vanaf het moment van de doorverkoop tot aan de aflossing van het stuk zijn er twee economische eigenaren van het stuk: de uitlenende partij en de partij aan wie het stuk is doorverkocht. Daarom dient de inlenende partij een stuk wat voor een ‘short’ transactie wordt gebruikt als negatief eigendom te rapporteren.

Welke wisselkoers dien ik te gebruiken voor het omrekenen van te rapporteren bedragen?

In principe gebruikt u de ultimo wisselkoers voor het omrekenen van de eindstand. Transacties rekent u om door de wisselkoers zoals op de transactiedatum te gebruiken.

Wisselkoersmutaties worden vastgesteld door het verschil tussen de wisselkoers aan het begin en eind van de rapportagemaand te vermenigvuldigen met de beginstand met aftrek (of met daarbij toegevoegd) de netto transacties.

Hoe moet ik rapporteren in het geval van een fusie (merger)/ samenvoeging (acquisition)/splitsing?

Dit hangt ervan af of het gaat om het rapporteren van het houderschap van effecten van een bedrijf waarin de verandering plaatsvindt, of dat uw instelling als emittent van effecten een verandering in de organisatiestructuur ondergaat. Ook hangt het af van het type organisatiestructuurverandering ('corporate action'). De rapportage van de meest voorkomende corporate actions wordt toegelicht in hoofdstuk 7 van de handleiding, zowel voor de houderschapskant als voor de uitgiftenkant. Mocht u toch niet zeker zijn hoe de betreffende situatie dient te worden gerapporteerd, neem dat contact op met uw rapportagebehandelaar.

Hoe rapporteer ik stukken met een afloswaarde anders dan 100% van de referentiewaarde?

De face value wordt vaak gezien als de redemption value bij een zero-coupon stuk. Vaak is het ook zo dat deze waarden overeenkomen, maar dit hoeft niet per se het geval te zijn. De face value is namelijk de referentiewaarde waartegen de koers van het stuk afgezet is. Bij zero-coupon stukken is dit vaak gelijkgesteld aan de redemption value, en is de issue price van het stuk lager (of met negatieve rentes, hoger) dan de redemption value. De redemption value is dan 100%. Het kan echter voorkomen dat een stuk een redemption value heeft dat hoger is dan 100% van de referentiewaarde. In dat geval is de redemption value ongelijk aan de face value, welke gelijkgesteld is aan de referentiewaarde. Indien u gevraagd wordt om de face value van een stuk te rapporteren, dan rapporteert u de referentiewaarde zoals vastgelegd in de prospectus van het stuk.

Worden stukken verkocht/aangekocht in een private placement in de MER gerapporteerd?

Of instrumenten aan- of verkocht in een private placement moeten worden gerapporteerd, hangt af van de verhandelbaarheid van een stuk. Als de stukken verhandelbaar zijn op een beurs, worden ze beschouwd als ‘beursgenoteerd’.

Indien de private placement niet direct verhandelbaar zijn, doordat er bijvoorbeeld goedkeuring van de uitgever is vereist, vallen de stuk niet onder ‘beursgenoteerde effecten’. In dat geval worden ze niet in de MER gerapporteerd.

 

Worden subscription rights en warrants in de MER gerapporteerd?

opties (derivaten) en vallen niet daarmee niet onder de definitie van 'effecten' zoals aangehouden in deze rapportage.

Op het moment dat deze opties worden uitgevoerd, dient er een wel aankoop of uitgave te worden gerapporteerd tegen de transactiewaarde (de prijs zoals vastgelegd in de subscription right / warrant vermenigvuldigd met het aantal stuks / nominale bedrag).

Ik wil meerdere testrapportages insturen. Hoe doe ik dit?

In het DLR staat voor iedere rapporteur een test-leveringsverplichting klaar over december 2019. Na het insturen van een eerste rapportage is in deze leveringsverplichting de functie 'herrapporteren' beschikbaar. Met deze functie kunt u onbeperkt nieuwe rapportages uploaden.

Hoe weet ik welke in DRA gebruikte sectorhoudercodes overeenkomen met de ESA 2010 codes?

De indeling van de nieuwe sectorclassificatie is te vinden in de MER-handleiding paragraaf 8.5. Een uitgebreide beschrijving van de officiële statistische classificaties is te vinden in hoofdstuk 2 van het ESA2010 handboek . Dit handboek is altijd leidend bij de definitieve indeling van een sector. Onderstaande tabel laat zien met welke ESA 2010 sectoren de sectorcodes gebruikt in DRA overeenkomen. 

Oude sector houder code DRANieuwe sector classificatie in de MERESA 2010 codeExtra uitleg
MFIDeposit taking corporations S.122Voor eurogebied, zie MFI lijst ECB
NFINon-financial corporations S.11
OFIFinancial vehicle corporations engaged in securitisationS.125zie voor uitgebreide uitleg ESA 2010 handboek
OFIOther financial corporations excluding financial vehicle corporations S.125zie voor uitgebreide uitleg ESA 2010 handboek
OFIFinancial auxiliaries S.126zie voor uitgebreide uitleg ESA 2010 handboek
OFICaptive financial institutions and money lendersS.127zie voor uitgebreide uitleg ESA 2010 handboek
OVHGeneral government General government 

Naast centrale overheid, gemeenten e.d. ook 

internationale instellingen (muv IMF, BIB en ECB)

PFNPension funds S.129
VZIInsurance corporations S.128
MONCentral BankS.121Naast centrale banken ook IMF, BIB en ECB
OVRHouseholds S.14
OVRNon-profit institutions serving households  S.15
NTGBestaat niet meer
Niet in DRAMoney market funds S.123
Niet in DRANon MMF investment funds S.124

In mijn systeem heb ik geen clean prices beschikbaar, maar wel dirty prices.

Indien uw systeem geen ‘clean prices’ beschikbaar heeft, dient u de ‘dirty prices’ om te zetten in clean prices, gebruikmakend van de obligaties karakteristieken. U berekent de ‘clean price’ door eerst de aangegroeide rente te berekenen en deze vervolgens van de ‘dirty price’ af te trekken. Hiervoor heeft het couponpercentage, de laatste coupondatum en de day count convention van het stuk nodig.

Clean price = dirty price – accrued interest
Accrued interest = next coupon payment * (number of days since last coupon payment / day count base)

Ik bezit obligaties die rapporteren in stuks (bijvoorbeeld Rabobank certificaten). Hoe rapporteer ik deze?

[speciaal formulier: T01.03 - Holdings in securities denominated in units but paying interest (ISIN) ]

Hoe rapporteer ik de opgelopen rente voor obligaties waarvoor het volgende couponpercentage pas wordt vastgesteld na de betaling van de vorige coupon?

Als het couponpercentage onbekend is op het moment van rapporteren, dan dient u een schatting te maken van de opgelopen rente over de gerapporteerde maand gebaseerd op het couponpercentage in de voorgaande couponperiode. Indien het gaat om een eerste flexibele couponperiode (i.e. er is geen eerder couponpercentage vastgesteld), dan baseert u de inschatting op relevante marktkoersen.  

Verschillen tussen de werkelijke couponbetaling en de opgelopen rente gebaseerd op een schatting moeten worden gerapporteerd in de kolom ‘Revaluations and other changes’, om ervoor te zorgen dat de begin- en eindstand met elkaar reconciliëren. Een andere optie is om de gerapporteerde opgelopen rente in voorgaande periodes te corrigeren met de ‘herraporage’ tool in het DLR, nadat de werkelijke coupon is vastgesteld.

Wat is een ‘entrypoint’? Hoe weet ik welk entrypoint op mijn instelling van toepassing is?

De MER-rapportage bestaat uit een aantal formulieren. Er zijn formulieren die niet op ieder type instelling van toepassing zijn. Daarom bestaat de rapportage voor een instelling uit een subset aan formulieren. Een dergelijke subset noemen we een ‘entrypoint’.

Er zijn vijf entrypoints voor de MER:

  • Msr-cust – formulieren van toepassing op bewaarbedrijven 
  • M sr-hold – formulieren voor rapporteren van houderschap  
  • Msr-shsi – formulieren voor het rapporteren van houderschap en uitgiften 
  • Msr-sv – formulieren van toepassing op securitisatie vehikels 
  • Msr-all – deze set bevat alle formulieren uit bovengenoemde entrypoints. Dit entrypoint is alleen ter informatie.

Het entrypoint dat voor uw instelling van toepassing is vindt u in de brief en/of email van DNB waarin uw instelling wordt aangewezen als rapporteur voor de MER. U kunt een Excelversie van de entrypoints downloaden op de MER-pagina (MSR Excel templates v2.0.0). Selecteer vervolgens het Excelbestand met de naam van het entrypoint relevant voor uw instelling.

Wat dien ik te rapporteren als beginstand van een effect op mijn eerste MER-rapportage?

Als beginstand in de eerste maand van uw MER-verplichting rapporteert u het werkelijke aantal/bedrag aan uitstaande of gehouden effecten op de eerste dag van de rapportagemaand. Indien u een DRA-verplichting heeft (of had in de maand/het kwartaal voor het ingaan van uw MER-verplichting), dan dient u de beginstand overeen te komen met de eindstand die u voor een bepaald effect in uw DRA-rapportage heeft gerapporteerd. Indien er toch verschil zit tussen de gerapporteerde eindstand op uw DRA rapportage en de werkelijke beginstand van de eerste MER-rapportagemaand (door bijvoorbeeld een eerdere rapportagefout), dan dient u het verschil onder ‘overige mutaties’ (‘other changes’) rapporteren.

Mijn instelling heeft meerdere tranches uitgegeven op één ISIN (of ander type security identifier). Hoe dien ik dit te rapporteren?

Tranches worden gerapporteerd in de maand waarop deze zijn uitgegeven als ‘issuance’ met een ‘issuance price’. Tranches worden dus op één regel gerapporteerd, waarbij het uitstaande bedrag op alle tranches wordt opgeteld. Het is niet mogelijk om twee regels met dezelfde ISIN-code te rapporteren, omdat iedere rij een unieke identifier moet bevatten.

Op uw eerste rapportage rapporteert u het uitstaande bedrag op alle tranches van dezelfde ISIN-code op één rapportageregel. De tranches worden niet apart gerapporteerd.

Moet de reconciliatie van mijn rapportage sluitend zijn?

Dat hangt er vanaf. Het is niet altijd mogelijk om de gerapporteerde gegevens sluitend te maken (i.e. de eindstand kan worden berekend op basis van de gerapporteerde beginstand, transacties en andere mutaties). Dit is omdat de basis van gerapporteerde gegevens (face value, marktwaarde of units) kan verschillen per kolom. Zo moet voor transacties de transactiewaarde worden gerapporteerd, terwijl de begin en eindstand vaak in face value of stuks worden uitgevraagd.

Wanneer u geen ‘sales’ en ‘purchases’ (in het geval van houderschap) of ‘issuance’ en ‘redemptions’ (in het geval van uitgifte) rapporteert, dient uw rapportage sluitend te zijn. Daarnaast moet voor schuldpapier de reconciliatie van de aangegroeide rente sluitend zijn.

U kunt de validatieregels per formulier zien door in het Exceldocument “Monthly securities reporting annotated templates and assertions.xlsx” op het tabblad ‘assertions’ in kolom H te filteren op het betreffende formulier. Daar ziet u alle validatieregels die van toepassing zijn op het formulier, inclusief regels met betrekking tot de reconciliatie.