28-11-2014 Wijzigingen in rapportage-instructies voor beleggingsinstellingen

Verplichte rapportage van aangehouden effecten met ISIN-code

Beleggingsinstellingen zijn verplicht om gegevens over aangehouden effecten in hun statistische rapportages te rapporteren met ISIN-code. Dit is bepaald in artikel 3 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1011/2012 van de Europese Centrale Bank van 17 oktober 2012 betreffende statistieken inzake aangehouden effecten (ECB/2012/24). Het gaat hierbij specifiek om de rapportages voor de betalingsbalans en/of sectorstatistieken die via applicatie e-Line Betalingsbalans worden ingediend.
Aangehouden effecten die over een ISIN-code beschikken, mogen derhalve niet langer op geaggregeerde wijze worden gerapporteerd. DNB verzoekt beleggingsinstellingen dit met ingang van de rapportages over referentiemaand november 2014 c.q. over het vierde kwartaal van 2014 toe te passen voorzover dit nog niet het geval was. Overboeking van geaggregeerde rapportage naar ISIN-rapportage dient plaats te vinden door middel van afboeking via overige mutaties op de niet-ISIN effectenformulieren en vervolgens opboeking via overige mutaties op de ISIN-formulieren.
Overigens ontvangt DNB bij voorkeur de uitgegeven effecten zoveel mogelijk met ISIN-code, tenzij anders (bilateraal) door DNB aangegeven.

Verschuiving van sector van financiële holdings

In de internationale statistische standaards is de classificatie van bedrijven en financiële instellingen gewijzigd. Dit kan gevolgen hebben voor uw rapportages voor beleggingsinstellingen. Alle financiële holdings worden nu als financiële instelling beschouwd. Nieuw is dat dit ook geldt voor financiële holdings van (in meerderheid) niet-financiële bedrijven. Daarbij gaat het dan vooral om topholdings en niet om tussenholdings. Dit betekent dat deze financiële holdings verschuiven van de sector Niet-financiële Instellingen (NFI) naar de sector Overige Financiële Instellingen (OFI). De belangrijkste daarvan zijn (waar het in dit geval ook om gaat) zijn per e-mail gecommuniceerd en kunnen daarnaast bij uw relatiebeheerder bij S&I worden opgevraagd.
Dit is van belang als uw instelling posities heeft ten opzichte van deze entiteiten die met tegensector moeten worden gerapporteerd. Als dat het geval is, dan verzoekt DNB dit in uw rapportage te verwerken met ingang van referentiemaand oktober 2014 en - voor kwartaalrapportages - vanaf het vierde kwartaal van 2014. Daarbij dienen posities (m.u.v. effecten die met ISIN-code worden gerapporteerd, zie hieronder) tegenover deze entiteiten op tegensector NFI via overige mutaties te worden afgeboekt. Vervolgens dienen zij via overige mutaties te worden opgeboekt op tegensector OFI (op formulieren voor binnenland cq land Nederland). Indien u de maandrapportage over oktober 2014 al heeft ingestuurd, ontvangen wij graag een herrapportage. Dit geldt overigens niet voor effecten die met ISIN-code worden gerapporteerd, omdat DNB daarvoor zelf voor herclassificatie zorgdraagt. Wel dienen de effecten van de desbetreffende ondernemingen ook bij ISIN-rapportage te worden gerapporteerd op de formulieren voor binnenlandse effecten (AEN) en niet voor buitenlandse effecten (AEB).