24-01-2014 Wijzigingen rapportageprofiel BFS per januari 2014

Met ingang van januari 2014 is het rapportageprofiel BFS aangepast in verband met gewijzigde richtlijnen van het IMF, Eurostat en de ECB, alsmede de introductie van de statistiek over het houderschap van effecten. Deze wijzigingen zijn besproken in het reguliere overleg tussen trustkantoren en DNB.

Ten behoeve van de statistiek van het houderschap van effecten zijn de maandformulieren AEN en PEN gewijzigd (en hernoemd naar AENL en PENL). Op de formulieren AENL dient u vanaf de rapportage over januari 2014 nu ook de beleggingen bewaard bij een Nederlands bewaarbedrijf te verantwoorden. Om dit mogelijk te maken is een kolom toegevoegd waarin u aangeeft in welk land de bewaarinstelling is gevestigd waar u de effecten aanhoudt (bij wie u de effectenrekening aanhoudt). Op formulier PENL dient u vanaf de rapportage over januari 2014 ook effecten gedeponeerd bij een Nederlandse (centrale) bewaarinstelling te verantwoorden. Hiermee komen de formulieren AEN en PEN in de jaarrapportage te vervallen.

Andere wijzigingen betreffen de rapportage van transacties in immateriële activa zoals eigendomsrechten (formulieren ANF) en tevens van omzet en kosten van goederen en diensten (formulieren GD, voorheen de maandformulieren IHD en jaarformulier WVO).

  • Bij zowel de rapportage van aan- en verkopen van eigendomsrechten (ANF) als ontvangsten en betalingen voor het gebruik van deze rechten (GD) wordt een onderscheid geïntroduceerd naar type eigendomsrecht:
                - franchises en handelsrechten,
                - softwarelicenties,              
                - eigendomsrechten verbonden aan Research & Development, en
                - audiovisuele en artistieke originelen.
  • In de rapportage van vergoedingen voor het gebruik van eigendomsrechten (GD) wordt bovendien een onderscheid gemaakt naar vergoedingen voor gebruikslicenties versus vergoedingen voor licenties voor reproductie en/of distributie van het betreffende eigendomsrecht.
  • De uitsplitsing van transacties in goederen en (niet aan eigendomsrechten verbonden) dienstentransacties is gewijzigd, waarbij tevens onderscheid wordt gemaakt tussen transacties met groepsmaatschappijen (binnen concernverband) en met derden (buiten concernverband).
  • Tot slot is geografie geïntroduceerd in de formulieren WVB (W&V rekening: baten en lasten) en WVA (W&V rekening: andere relevante variabelen).

Voorts komt het voorschrift om leningen binnen concernverband van/aan niet-ingezetene MFI’s (banken) of niet-ingezetene OFI’s, te classificeren als leningen van/aan derden te vervallen. Alle concernleningen dienen als zodanig gerubriceerd te worden, ongeacht de sector van de tegenpartij. Bijvoorbeeld: een BFI neemt een lening op bij een buitenlandse bank, die tevens deelneemt in de BFI. In de rapportage dient de opgenomen lening te worden gerubriceerd als concernlening op de sector MFI (voorheen: lening van/aan derden).

Nadere uitleg vindt u in de aangepaste toelichting op e-line BB. Hierin is tevens ter verheldering een schematisch overzicht van de afleiding van de resultatenrekening uit de diverse formulieren toegevoegd.

Heeft u nog vragen naar aanleiding van bovenstaande wijzigingen in de toelichting dan verzoeken wij u contact op te nemen met uw relatiebeheerder bij DNB.